Laadpalen
Leerdoel van deze les
Je kent de elektrische eisen van een laadpaal en kunt beoordelen of een woning er een aankan.
Wat een laadpaal vraagt
| Uitvoering | Vermogen | Stroom | Typische doorsnede |
|---|---|---|---|
| 1-fase 16 A | 3,7 kW | 16 A | 2,5 mm², meer bij lengte |
| 1-fase 32 A | 7,4 kW | 32 A | 6 mm² of meer |
| 3-fase 16 A | 11 kW | 3×16 A | 2,5 – 6 mm² naar lengte |
| 3-fase 32 A | 22 kW | 3×32 A | 6 – 10 mm² naar lengte |
Het bepalende verschil met andere verbruikers: een laadpaal trekt zijn stroom uren achter elkaar op vrijwel het maximum. Waar een oven af en toe piekt, is een laadsessie een continue volle belasting. Kabel, beveiliging en verbindingen worden hier dus echt belast, en een marginale verbinding komt hier als eerste aan het licht.
Eigen groep en aardlektype B
Een laadpaal krijgt altijd een eigen eindgroep. Het aardlektype is hier geen keuze maar een eis: door de elektronica in de auto en de laadpaal kan er een gladde gelijkstroomlekstroom ontstaan, die een type-A aardlek blind maakt (zie module 9.3).
De oplossing is een type B aardlekbeveiliging, of een laadpaal met ingebouwde DC-lekstroomdetectie in combinatie met een type A - wat de fabrikant dan expliciet opgeeft. Wat het ook wordt: dit lees je in de documentatie van de laadpaal en je vult het niet zelf in.
Nooit structureel laden via een verlengsnoer
Een auto laden via een gewoon stopcontact met een verlengsnoer is de klassieke oorzaak van smeltende stekkers en gevelbranden. Het gaat om uren continue belasting op een verbinding die daar niet voor is gemaakt, vaak opgerold op een haspel zodat de warmte niet weg kan. Bij de vraag "kan ik hier mijn auto opladen" is het eerlijke antwoord: niet zo, wel met een vaste aansluiting.
Load balancing
Een woning met een 1×35 A-aansluiting heeft ongeveer 8 kW beschikbaar. Een laadpaal van 7,4 kW gebruikt dat vrijwel volledig. Wordt er tegelijk gekookt, dan schakelt de hoofdzekering af.
Load balancing lost dat op: een meetmodule in de meterkast bewaakt de totale belasting en stuurt de laadpaal aan om minder vermogen af te nemen zodra de rest van de woning meer vraagt. De auto laadt dan langzamer, maar het huis valt niet uit.
Varianten:
- Statisch - de laadpaal is ingesteld op een vast maximum, ongeacht de rest.
- Dynamisch - de laadpaal past zich continu aan de werkelijke belasting aan. Dit
vereist een meetmodule om de hoofdaansluiting.
Bij vrijwel elke laadpaal in een bestaande woning is dynamische load balancing de verstandige keuze.
Het tracé naar buiten
Dezelfde aandachtspunten als bij een buitenunit in module 9.2: werkelijke lengte meten, grondkabel op voldoende diepte, uv-bestendigheid, waterdichte doorvoeren, mechanische bescherming, en trekontlasting.
Aanvullend bij laadpalen: houd rekening met de plaats van de auto en de lengte van de laadkabel, en met de mogelijkheid dat er later een tweede laadpunt bij komt. Een lege mantelbuis meeleggen kost bijna niets en scheelt later een compleet nieuw tracé.