Bussystemen: centraal en decentraal
Leerdoel van deze les
Je begrijpt het principe van een bussysteem en waarin dat verschilt van conventionele installatietechniek.
Het principe
Bij conventionele installatie loopt er sterkstroom naar de schakelaar en weer terug. De schakelaar onderbreekt de stroom naar de lamp.
Bij een bussysteem doet de schakelaar dat niet. Hij stuurt een bericht over een buskabel: "knop 1 ingedrukt". Een actor in de verdeelkast ontvangt dat bericht en schakelt de betreffende groep.
Het gevolg: de sterkstroom loopt uitsluitend tussen verdeelkast en verbruiker, en de bediening loopt over een aparte, laagspanningskabel.
Wat dat oplevert
- Elke knop kan alles bedienen. Wat een knop doet, is een instelling en geen
bedrading. Wil de klant dat de schakelaar in de hal ook de buitenverlichting doet, dan is dat een wijziging in de configuratie.
- Scenario's: één druk die meerdere dingen tegelijk doet.
- Integratie met verwarming, zonwering, aanwezigheidsdetectie en beveiliging.
- Minder sterkstroombekabeling naar bedieningspunten, meer naar verbruikers.
En wat het kost:
- Hogere investering in componenten en in de configuratie.
- Kennis en software zijn nodig voor het programmeren; dat is een vak apart.
- Afhankelijkheid: valt de centrale sturing uit, dan werkt de bediening niet meer,
tenzij dat expliciet is ondervangen.
Centraal versus decentraal
Centraal: alle actoren zitten in de verdeelkast. Vanuit elk verbruikspunt loopt een eigen kabel naar de kast. Veel bekabeling, maar maximale flexibiliteit en alle techniek op één bereikbare plaats. Dit is de gebruikelijke opzet bij KNX en vergelijkbare systemen.
Decentraal: modules zitten bij de verbruikers, in centraaldozen of armaturen. Minder bekabeling, maar techniek verspreid door het huis en dus lastiger te onderhouden.
De echte kostenpost zit in de bekabeling
Bij een centrale opzet vertrekt vanuit elk lichtpunt en elk bedieningspunt een eigen kabel naar de kast. Dat is bij nieuwbouw of een casco-renovatie goed te doen, en bij een bewoonde woning met afgewerkte wanden vrijwel onbetaalbaar. Het moment waarop je deze keuze maakt, is daarom veel bepalender dan het merk dat je kiest.
Wat je hiervan moet weten als beginner
Je hoeft geen KNX-programmeur te worden. Wat je moet kunnen:
- het principe uitleggen aan een klant die erover nadenkt;
- herkennen wanneer een woning zich in een fase bevindt waarin dit nog kan (casco, groot
onderhoud) en wanneer het schip is gevaren;
- de infrastructuur voorbereiden zodat de optie openblijft, zonder dat de klant nu al
hoeft te kiezen. Dat is precies waar de volgende les over gaat.