De meterkast
Leerdoel van deze les
Je kunt elk onderdeel van een Nederlandse meterkast benoemen en aanwijzen wat wel en niet van jou is.
Wat je in een meterkast aantreft
Van boven naar beneden en van links naar rechts wisselt de indeling per woning, maar de onderdelen zijn vrijwel altijd dezelfde:
Hoofdaansluitkast - waar de kabel van de netbeheerder binnenkomt, met daarin de hoofdzekering (vaak een mespatroon of smeltveiligheid) die de aansluitwaarde bepaalt: 1×25 A, 1×35 A, 3×25 A enzovoort. Verzegeld, eigendom van de netbeheerder.
kWh-meter - tegenwoordig meestal een slimme meter met P1-poort. Meet het verbruik en, bij zonnepanelen, de teruglevering. Ook verzegeld.
Hoofdschakelaar - de eerste component die van de eigenaar is. Schakelt de gehele installatie ná de meter uit. Meestal 1- of 3-polig, soms gecombineerd met de aardlekschakelaar.
Aardlekschakelaar(s) - beschermen mensen tegen aanraking. Zie les 3.4.
Installatieautomaten - één per eindgroep.
Nulrail en aardrail - de verzamelpunten voor de nul- en beschermingsleidingen.
Hoofdaardrail en aardelektrode - de verbinding naar de aarde, zie les 3.5.
Overspanningsbeveiliging - in nieuwere installaties, beschermt tegen spanningspieken door bliksem of schakelhandelingen in het net.
Wat de aansluitwaarde je vertelt
De hoofdzekering bepaalt hoeveel vermogen er beschikbaar is:
| Aansluiting | Beschikbaar vermogen | Situatie |
|---|---|---|
| 1×25 A | ≈ 5,7 kW | Standaard oudere woning |
| 1×35 A | ≈ 8,0 kW | Woning met elektrisch koken |
| 3×25 A | ≈ 17,3 kW | Woning met warmtepomp, laadpaal of zwaar koken |
| 3×35 A | ≈ 24,2 kW | Ruime woning of klein bedrijf |
Bij het toevoegen van een warmtepomp of laadpaal is dit het eerste getal dat je opzoekt. Past het niet, dan is verzwaring nodig - en dat is een aanvraag bij de netbeheerder met levertijd, geen kwestie van een dikkere kabel trekken.
De eerste vijf minuten in elke meterkast
Kijk voordat je iets aanraakt: welke aansluitwaarde, 1- of 3-fase, hoeveel aardlekken, hoeveel groepen, welke vrij, en klopt de labeling met wat je verwacht. Die vijf minuten voorkomen de meeste verrassingen.
Labeling: onbetrouwbaar tot bewezen
Groepsaanduidingen in Nederlandse meterkasten zijn beroemd om hun onbetrouwbaarheid. Ze zijn vaak jaren geleden geschreven, na verbouwingen niet bijgewerkt, of gebaseerd op een indeling die inmiddels is gewijzigd.
Een label is dus een hypothese, geen bewijs. De enige manier om zeker te weten welke groep bij welk circuit hoort, is meten - en dat is precies waarom stap 3 van het veiligstellen bestaat.
Laat je bij het opleveren van eigen werk daarom altijd een correcte, leesbare labeling achter. Het is het goedkoopste cadeau dat je aan de volgende monteur en aan jezelf over drie jaar kunt geven.
Wat je hier nog niet zelf doet
Werk aan of nabij de verzegelde delen, het verwisselen van een hoofdzekering en het wijzigen van de aansluiting zijn geen taken voor een beginnend elektricien. Kom je een situatie tegen waarin dat nodig lijkt, dan is de juiste actie het melden bij je leidinggevende of het inschakelen van de netbeheerder.