MCB, RCD en RCBO: wat beschermt wat
Leerdoel van deze les
Je kunt exact aangeven wat een installatieautomaat, een aardlekschakelaar en een aardlekautomaat beschermen, en waartegen niet.
Drie componenten, drie verschillende taken
| Component | Nederlandse naam | Beschermt | Reageert op |
|---|---|---|---|
| MCB | Installatieautomaat | De leiding | Te hoge stroom: overbelasting en kortsluiting |
| RCD | Aardlekschakelaar | De mens | Verschilstroom naar aarde, meestal 30 mA |
| RCBO | Aardlekautomaat | Beide, voor één groep | Beide bovenstaande |
Een beginnend elektricien die deze drie door elkaar haalt, begrijpt de groepenkast niet. Het onderscheid is geen terminologie maar functioneel.
De installatieautomaat: twee mechanismen in één behuizing
Thermisch (bimetaal) - bij langdurige overbelasting warmt een bimetaalstrip op, buigt en schakelt af. Traag en met een omgekeerd verband: hoe hoger de overstroom, hoe sneller. Dit beschermt de kabel tegen geleidelijke oververhitting.
Magnetisch (spoel) - bij een plotselinge zeer hoge stroom, dus bij kortsluiting, trekt een elektromagneet het contact binnen milliseconden open.
Belangrijk om te onthouden: een automaat beschermt niet het aangesloten apparaat. Hij beschermt de leiding tussen de kast en het apparaat. Een 16 A-automaat kan moeiteloos blijven staan terwijl je telefoonlader in brand vliegt, want 16 A is voor die kabel geen probleem.
De aardlekschakelaar: de stroombalans
Een RCD meet de som van heen- en teruggaande stroom. In een gezonde installatie is die som nul: wat via de fase naar binnen gaat, komt via de nul terug. Verdwijnt er stroom langs een andere weg - via een defect apparaat, via een vochtige muur, of via een mens naar aarde - dan ontstaat een verschil.
Bij een nominale aanspreekstroom van 30 mA schakelt de RCD af. In de praktijk gebeurt dat ergens tussen ongeveer de helft en de volle nominale waarde, en binnen tientallen milliseconden. Dat is de reden dat die waarde 30 mA is en niet 100 mA: onder de 50 mA-grens uit les 1.1 blijven, en snel genoeg om binnen een veilige tijd af te schakelen.
Sinds 1975 is een aardlekbeveiliging van 30 mA in Nederlandse woninginstallaties voorgeschreven. Kom je een woning tegen zonder, dan is dat op zichzelf al een bevinding die je meldt.
Wat de aardlek níet doet
Een aardlek beschermt je niet tegen aanraking van fase én nul tegelijk. Pak je met de ene hand de fase en met de andere de nul, dan loopt de stroom keurig heen en terug via het apparaat dat jij op dat moment bent. De balans klopt, de aardlek merkt niets, en de stroom loopt door je borstkas. Alleen spanningsloos werken beschermt daartegen.
De testknop
De T-knop op een aardlekschakelaar maakt intern een kunstmatige lekstroom en test daarmee het mechanisme. Het advies is die knop periodiek - een gangbaar advies is maandelijks - te bedienen, omdat het mechanisme kan vastlopen als het jarenlang niet beweegt.
Let op de betekenis: de testknop toetst of de schakelaar werkt, niet of de installatie in orde is en niet of de afschakeltijd nog binnen de norm valt. Dat laatste vraagt een meting met een installatietester, waar module 7 op ingaat.
De aardlekautomaat (RCBO)
Een RCBO combineert beide functies voor één groep. Voordelen: bij een lekstroom valt alleen die ene groep uit in plaats van vier, en het zoeken naar de oorzaak wordt eenvoudiger. Nadeel: hoger in aanschaf en breder in de kast.
Voor kritische circuits - een vriezer, een cv-installatie, een warmtepomp, een serverkast - is een eigen RCBO vaak de betere keuze, juist omdat een storing elders in huis dan niet die groep meeneemt.