Meetapparatuur kiezen
Leerdoel van deze les
Je kunt meetapparatuur selecteren op basis van meetcategorie, functie en het werk dat je doet.
De volgorde van investeren
1. Tweepolige spanningstester. Je eerste en belangrijkste instrument. Let op: CAT III of CAT IV, lastinschakeling via drukknoppen, trilalarm, doorgangstest, en onbeschadigde vaste meetsnoeren met vingerbeschermers.
2. Multimeter. CAT III minimaal, met doorbelfunctie, automatische bereikkeuze en duidelijke AC/DC-scheiding. Een True RMS-meter is aan te raden: bij vervormde stroomvormen - en die zijn er inmiddels overal door schakelende voedingen - meet een gewone meter systematisch verkeerd.
3. Stroomtang. Voor het meten van belasting en lekstroom zonder het circuit te onderbreken. Een tang die ook lekstroom in milliampères kan meten, is bij aardlekstoringen goud waard.
4. Installatietester. Zodra je zelfstandig oplevert. Combineert isolatieweerstand, lage-weerstandsmeting met compensatie, lusimpedantie Zs, RCD-test en vaak fasevolgorde.
Meetcategorie is geen marketing
CAT II, III en IV beschrijven tegen welke transiënte overspanning het instrument bestand is. Hoe dichter bij de netaansluiting, hoe meer energie er bij een fout vrijkomt. Een instrument zonder duidelijke categorie hoort niet in een meterkast - bij een fout is het instrument zelf dan de bron van het letsel.
Waar je op let bij aanschaf
| Aspect | Waarom |
|---|---|
| Meetcategorie en spanning | Moet passen bij de plek waar je meet |
| Kwaliteit meetsnoeren | Vaak het zwakste punt; vervangbaar? |
| Vingerbeschermers | Voorkomt afglijden naar de meetpunt |
| Zekeringen in het instrument | Bij stroommeting essentieel; vervangbaar? |
| Kalibratie | Bij professioneel opleveren periodiek nodig |
| Batterijstand-indicatie | Een lege tester wijst "geen spanning" aan |
Kalibratie en controle
Meetinstrumenten die je gebruikt voor het aantonen van spanningsloosheid en voor opleveringsmetingen horen periodiek gecontroleerd te worden. Voor de tweepolige tester gebeurt dat feitelijk bij elk gebruik, met de voor- en nacontrole uit module 1.3.
Voor installatietesters geldt een periodieke kalibratie, doorgaans jaarlijks, met een certificaat. Bij professioneel opleveren is dat certificaat onderdeel van de onderbouwing van je meetresultaten.
Wat je niet moet kopen
Goedkope multimeters zonder categorie-aanduiding, "spanningzoekers" met een lampje in de schroevendraaier als hoofdinstrument, en pentesters zonder duidelijke normverwijzing. Ze kosten weinig en kunnen alles kosten.