Cv-ketel, thermostaat en gelijktijdigheid
Leerdoel van deze les
Je kent de elektrische kant van een cv-installatie en kunt beoordelen of een aansluiting extra belasting aankan.
De cv-ketel elektrisch
Een gasgestookte cv-ketel is elektrisch bescheiden: pomp, ventilator, ontsteking en besturing samen blijven ruim onder een halve kilowatt. Toch krijgt de ketel bij voorkeur een eigen groep, om dezelfde reden als bij de warmtepomp: je wilt niet dat de verwarming uitvalt door een storing elders.
Aandachtspunten:
- Werkschakelaar of eigen wandcontactdoos bij de ketel, zodat de servicemonteur het
toestel spanningsloos kan maken.
- Polariteit klopt: fase op fase, nul op nul. Sommige ketelbesturingen controleren
de polariteit en weigeren te starten of geven een foutcode bij verwisseling.
- Aarding aanwezig en doorverbonden; controleer met een continuïteitsmeting.
- Vochtige opstelling (zolder, kelder, badkamer): let op de zone-indeling uit
module 5.6 en op de IP-waarde van de aansluiting.
Thermostaatbedrading
Er zijn twee gangbare varianten, en het verschil is belangrijk:
Aan/uit-thermostaat - twee aders, een simpel schakelcontact. De thermostaat sluit het contact als er warmte nodig is, en de ketel gaat op vol vermogen aan.
OpenTherm (modulerend) - twee aders, maar nu met communicatie in beide richtingen. De thermostaat vertelt de ketel welk vermogen nodig is, waardoor de ketel kan moduleren: zachter branden in plaats van steeds aan en uit. Dat is zuiniger en comfortabeler.
Belangrijk: de aders zien er hetzelfde uit, maar de systemen zijn niet zomaar uitwisselbaar. Sluit je een OpenTherm-thermostaat aan op een klemmenstrook die voor aan/uit is bedoeld, dan werkt het niet of niet zoals bedoeld. Lees de aansluitgegevens van zowel de ketel als de thermostaat.
Voor de thermostaatkabel geldt hetzelfde als voor de communicatiekabel bij een warmtepomp: gescheiden van sterkstroom leggen.
Gelijktijdigheid en de aansluitwaarde
Dit is de les die het meest voorkomt in de praktijk. Een woning met een 1×35 A-aansluiting heeft ongeveer 8 kW beschikbaar. Tel op wat er tegenwoordig bij kan komen:
| Verbruiker | Opgenomen vermogen |
|---|---|
| Inductiekookplaat, in gebruik | 3 – 7 kW |
| Warmtepomp met bijverwarming | 3 – 9 kW |
| Laadpaal 1-fase | 3,7 kW |
| Elektrische boiler | 2 kW |
| Wasmachine en droger | 2 – 4 kW |
Deze getallen lopen op een koude avond gemakkelijk op boven de beschikbare 8 kW. Het gevolg is een hoofdzekering die afschakelt - en dat is geen defect maar een ontwerpprobleem.
De vraag bij elke zware toevoeging
Voordat er iets zwaars bijkomt: wat is de aansluitwaarde, wat hangt er al aan, en wat is de realistische gelijktijdige belasting op het zwaarste moment? Is het antwoord krap, dan zijn de opties een netverzwaring aanvragen, load balancing toepassen (module 10.3), of de klant vertellen dat dit toestel hier niet past. Die derde optie is soms het juiste antwoord.
Wat je vastlegt
Bij het toevoegen van een klimaatinstallatie leg je vast: de aansluitwaarde vóór en na, de nieuwe groep met doorsnede en beveiliging, het aardlektype, de faseverdeling, en de metingen. Bij een latere storing of een discussie over overbelasting is dat het enige document dat vertelt wat er is afgesproken en uitgevoerd.