ElektrotechniekPraktijkcursus
Mijn cursusModule 9 › Les 9.2

Eigen groep, doorsnede en karakteristiek

⏱ 20 min🎬 1 video's📊 Gemiddeld tot gevorderd

Leerdoel van deze les

Je kunt de groep voor een klimaatinstallatie dimensioneren, rekening houdend met lengte en inschakelgedrag.

Altijd een eigen eindgroep

Een warmtepomp, airco of andere klimaatinstallatie krijgt een eigen eindgroep, om drie redenen:

  1. Belasting - het is een langdurige, forse en vaak continue belasting.
  2. Beschikbaarheid - je wilt niet dat de verwarming uitvalt door een fout in de

tuinverlichting. In de winter is dat geen ongemak maar mogelijk vorstschade.

  1. Diagnose - bij storing wil je één circuit kunnen isoleren zonder de rest van de

woning te betrekken.

Vaak is een eigen aardlekautomaat (RCBO) de betere keuze boven een gedeelde aardlekschakelaar, om diezelfde redenen.

Doorsnede bij een buitenunit

De buitenunit staat zelden naast de meterkast. Vijftien tot dertig meter is normaal, via de kruipruimte, over zolder of om het huis heen. Dat maakt spanningsval relevant.

De redeneerketen:

  1. Bepaal de maximale stroom uit de documentatie.
  2. Bepaal de werkelijke kabellengte langs het tracé - niet hemelsbreed.
  3. Kies een doorsnede die zowel de stroom kan voeren als de spanningsval binnen de

perken houdt.

  1. Controleer de installatiemethode: door isolatie of gebundeld met andere kabels

verlaagt de belastbaarheid.

  1. Controleer of de beveiliging past bij de gekozen doorsnede, en bij wat de fabrikant

voorschrijft.

Voor een 1-fase warmtepomp van enkele kW over twintig meter kom je in de praktijk al snel op 4 of 6 mm² uit, waar op grond van de stroom alleen 2,5 mm² had gekund. Die extra doorsnede is geen overdaad maar volgt uit de lengte.

Meet het tracé, schat het niet

De meest gemaakte fout bij buitenunits is de kabellengte onderschatten. Loop het tracé fysiek af en tel de omwegen mee: door de kruipruimte, om de fundering heen, omhoog langs de gevel. Een kabel die twintig meter leek en veertig meter blijkt, verandert de berekening volledig.

Kabeltype naar buiten

De kabel naar een buitenunit moet bestand zijn tegen de omgeving:

  • In de grond: een grondkabel, op voldoende diepte en met een waarschuwingslint of

beschermende afdekking erboven.

  • Langs de gevel: uv-bestendig, of in een beschermbuis.
  • Doorvoeren: waterdicht afgewerkt en met de doorvoer naar beneden aflopend, zodat

er geen water naar binnen loopt.

  • Wartels: passend bij de kabeldiameter, en aangedraaid - een te ruime wartel maakt

van de IP-waarde een papieren belofte.

Karakteristiek

De B-karakteristiek is de standaard voor woningcircuits. Bij toestellen met een noemenswaardige inschakelstroom - direct startende compressoren, oudere airco-installaties, sommige omvormers - is een C-karakteristiek nodig om ongewenste afschakeling te voorkomen.

Let daarbij op het voorbehoud uit module 6.2: een C-automaat aan het einde van een lange leiding kan bij een kortsluiting te traag afschakelen. Bij een lange leiding naar een buitenunit is dat een reële situatie, en hoort er dus een controle van de lusimpedantie bij.

De fabrikant geeft doorgaans expliciet aan welke beveiliging vereist is. Die opgave is leidend.

Werkschakelaar bij de unit

Bij een buitenunit hoort een werkschakelaar in de directe nabijheid: een afsluitbare schakelaar waarmee de monteur de unit spanningsloos kan maken en beveiligen tegen wederinschakeling, zonder naar de meterkast te hoeven.

Dat is exact stap 1 en 2 uit module 1 toegepast op deze situatie, en het is de reden dat zo'n schakelaar in de praktijk vrijwel altijd wordt gevraagd door de onderhoudsmonteur.

Video's bij deze les

🔎 Kabeldoorsnede en beveiliging bepalenNog geen vaste video gekozen - dit opent een YouTube-zoekopdracht op “kabeldoorsnede bepalen spanningsval berekenen NEN 1010”

Voordat je verdergaat