ElektrotechniekPraktijkcursus
Mijn cursusModule 8 › Les 8.1

Het negenstappenmodel

⏱ 20 min🎬 1 video's📊 Gemiddeld tot gevorderd

Leerdoel van deze les

Je kunt een storing benaderen via een vaste, herhaalbare volgorde in plaats van via ingevingen.

Waarom een model

Zonder methode gaat storingzoeken zo: je vermoedt iets, je vervangt dat, het werkt niet, je vermoedt iets anders. Na twintig minuten heb je vier dingen losgehaald, weet je niet meer wat de uitgangssituatie was, en is het probleem er nog.

Met een methode weet je na elke stap méér dan ervoor, en kun je op elk moment uitleggen waar je staat.

De negen stappen

1. Symptom - wat gebeurt er daadwerkelijk? Niet wat de klant denkt dat er aan de hand is, maar wat er waarneembaar is. "De lamp doet het niet" is een symptoom; "de schakelaar is kapot" is al een conclusie.

2. Scope - hoe groot is het bereik? Eén apparaat, één aansluitpunt, één groep, meerdere groepen, of de hele woning? Dit is de belangrijkste stap, want hij halveert het zoekgebied meteen.

3. Supply - is er voeding? Staat de automaat in, is de aardlek ingeschakeld, komt er spanning tot aan het punt waar je begint?

4. Protection - wat doen de beveiligingen? Staat er iets uit, en zo ja, schakelt het direct opnieuw af of blijft het staan?

5. Circuit - waar loopt het verwachte pad? Teken het als het niet gedocumenteerd is. Zonder verwacht pad kun je geen afwijking vaststellen.

6. Divide - splits het circuit op een logisch punt. Meet in het midden en niet aan het uiteinde: elke meting halveert het zoekgebied.

7. Measure - test één hypothese per meting. Formuleer vooraf wat de uitkomst zou betekenen bij beide mogelijke resultaten.

8. Repair - verhelp de gevonden oorzaak, niet het symptoom. En als je iets vervangt, weet dan waaróm het defect raakte.

9. Verify - controleer de volledige werking en de veiligheid opnieuw, in alle schakelstanden. Een reparatie die één stand herstelt en een andere sloopt, is een terugkomklus.

De vraag die alles verandert

Begin nooit met "waarschijnlijk is X kapot". Begin met: wat weet ik zeker? Dat lijkt trager en is in de praktijk vrijwel altijd sneller.

De halveringsmethode

Stap 6 verdient uitwerking, want het is de kern van efficiënt zoeken. Bij een circuit met tien mogelijke faalpunten:

  • meet je aan het uiteinde, dan weet je na één meting één ding;
  • meet je in het midden, dan weet je na één meting in welke helft het probleem zit.

Na drie metingen op de juiste punten heb je een circuit met tien punten teruggebracht tot één of twee. Dit werkt op elk niveau: eerst welke groep, dan welk deel van de groep, dan welke doos, dan welke klem.

Een voorbeeld

Melding: "de lamp in de gang doet het niet."

  • Symptom: lamp brandt niet in beide schakelaarstanden.
  • Scope: andere lampen op dezelfde groep werken wel → geen groepsprobleem.
  • Supply: automaat staat in, aardlek staat in.
  • Protection: niets afgeschakeld.
  • Circuit: wisselschakeling met twee schakelaars, centraaldoos in het plafond.
  • Divide: eerst meten bij de centraaldoos, niet bij de lamp.
  • Measure: staat er in de doos spanning op de permanente fase? Ja → het probleem

zit stroomafwaarts. Komt de schakeldraad in een van de standen onder spanning? Nee → het probleem zit in het schakeldeel, niet in de lamp.

  • Vervolgens: spanningsloos maken en de wisselschakeling doorbellen.

Merk op dat het lampje zelf pas als laatste in beeld komt, terwijl dat de eerste ingeving zou zijn geweest.

Video's bij deze les

Student's Guide - Fault Finding±15 min · openen op YouTube ↗

Voordat je verdergaat