ElektrotechniekPraktijkcursus
Mijn cursusModule 4 › Les 4.1

Kabels en draden herkennen

⏱ 18 min🎬 1 video's📊 Beginner tot gemiddeld

Leerdoel van deze les

Je kunt de gangbare kabeltypen benoemen en zeggen waar elk type wel en niet voor bedoeld is.

Draad, kabel en snoer

Deze drie woorden worden door elkaar gebruikt, maar betekenen iets anders.

Draad is één geleider met één laag isolatie, bedoeld om in een buis te worden getrokken. Hij heeft geen mantel en mag daarom niet los in het zicht of in de grond.

Kabel heeft meerdere geleiders binnen één gemeenschappelijke mantel. Die mantel geeft mechanische bescherming, waardoor de kabel wél los kan worden gelegd.

Snoer is soepel en bedoeld voor beweegbare apparatuur, niet voor vaste installatie.

De gangbare typen in Nederlandse woningen

TypeWat het isWaar je het gebruikt
VDEenaderig installatiedraad, massiefIn buis, in de wand of in de kast
VMvKMeeraderige kabel met PVC-mantelVaste installatie binnen, op de wand
YMvKMeeraderige kabel, robuustere PVC-mantelVaste installatie, ook in beton en vochtige ruimtes
XMvKAls YMvK maar met kunststof mantel voor grondwerkIn de grond, naar tuinhuis, buitenunit
Montagedraad (soepel)Fijndradig, flexibelIn kasten, waar bewegingsruimte of buigzaamheid nodig is

De letters zijn geen willekeur: ze coderen de opbouw en het isolatiemateriaal. Voor je dagelijkse werk is het belangrijkste onderscheid: mag deze kabel hier liggen, gezien mechanische belasting, vocht, uv-licht en grondcontact.

De vraag bij kabelkeuze

Niet "welke kabel heb ik in de bus", maar: hoeveel aders, welke doorsnede, en welke omgeving moet hij twintig jaar overleven. Buiten, in de grond, of achter een gipsplaat is drie keer een ander antwoord.

Massief of soepel

Massieve geleiders (één dikke kern) zijn ideaal voor vaste installatie: ze houden hun vorm, zitten stevig in veerklemmen en trekken makkelijk door een buis.

Soepele geleiders (veel dunne draadjes) zijn nodig waar beweging of krappe bochten in het spel zijn, bijvoorbeeld in een gevulde groepenkast.

Het cruciale verschil in verwerking: een soepele geleider hoort in de meeste klemsystemen een adereindhuls. Zonder huls waaieren de draadjes uit, komt er nog maar een deel onder de klem, en ontstaat er een te klein contactoppervlak - met alle gevolgen die les 4.4 beschrijft.

Aders herkennen

KleurFunctie
BruinFase (L, of L1)
ZwartFase (L2) of schakeldraad
GrijsFase (L3) of schakeldraad
BlauwNul (N)
GeelgroenBeschermingsleiding (PE) - uitsluitend hiervoor

Geelgroen is de enige kleurcombinatie met een absolute betekenis: die ader is altijd en uitsluitend beschermingsleiding. Blauw als fase gebruiken of geelgroen als schakeldraad misbruiken is niet "even praktisch", het is het onbruikbaar maken van de enige visuele veiligheidsinformatie die de volgende monteur heeft.

Oude installaties hebben andere kleuren

In installaties van vóór de huidige kleurcodering kom je rood, groen, zwart en andere combinaties tegen, soms met een volstrekt andere betekenis. Kleur is daar geen bewijs, alleen een aanwijzing. Meten blijft het enige dat telt.

Video's bij deze les

10 Mistakes EVERYONE Makes When Doing DIY Electrics (Artisan Electrics)±15 min · openen op YouTube ↗

Voordat je verdergaat