Kabels en draden herkennen
Leerdoel van deze les
Je kunt de gangbare kabeltypen benoemen en zeggen waar elk type wel en niet voor bedoeld is.
Draad, kabel en snoer
Deze drie woorden worden door elkaar gebruikt, maar betekenen iets anders.
Draad is één geleider met één laag isolatie, bedoeld om in een buis te worden getrokken. Hij heeft geen mantel en mag daarom niet los in het zicht of in de grond.
Kabel heeft meerdere geleiders binnen één gemeenschappelijke mantel. Die mantel geeft mechanische bescherming, waardoor de kabel wél los kan worden gelegd.
Snoer is soepel en bedoeld voor beweegbare apparatuur, niet voor vaste installatie.
De gangbare typen in Nederlandse woningen
| Type | Wat het is | Waar je het gebruikt |
|---|---|---|
| VD | Eenaderig installatiedraad, massief | In buis, in de wand of in de kast |
| VMvK | Meeraderige kabel met PVC-mantel | Vaste installatie binnen, op de wand |
| YMvK | Meeraderige kabel, robuustere PVC-mantel | Vaste installatie, ook in beton en vochtige ruimtes |
| XMvK | Als YMvK maar met kunststof mantel voor grondwerk | In de grond, naar tuinhuis, buitenunit |
| Montagedraad (soepel) | Fijndradig, flexibel | In kasten, waar bewegingsruimte of buigzaamheid nodig is |
De letters zijn geen willekeur: ze coderen de opbouw en het isolatiemateriaal. Voor je dagelijkse werk is het belangrijkste onderscheid: mag deze kabel hier liggen, gezien mechanische belasting, vocht, uv-licht en grondcontact.
De vraag bij kabelkeuze
Niet "welke kabel heb ik in de bus", maar: hoeveel aders, welke doorsnede, en welke omgeving moet hij twintig jaar overleven. Buiten, in de grond, of achter een gipsplaat is drie keer een ander antwoord.
Massief of soepel
Massieve geleiders (één dikke kern) zijn ideaal voor vaste installatie: ze houden hun vorm, zitten stevig in veerklemmen en trekken makkelijk door een buis.
Soepele geleiders (veel dunne draadjes) zijn nodig waar beweging of krappe bochten in het spel zijn, bijvoorbeeld in een gevulde groepenkast.
Het cruciale verschil in verwerking: een soepele geleider hoort in de meeste klemsystemen een adereindhuls. Zonder huls waaieren de draadjes uit, komt er nog maar een deel onder de klem, en ontstaat er een te klein contactoppervlak - met alle gevolgen die les 4.4 beschrijft.
Aders herkennen
| Kleur | Functie |
|---|---|
| Bruin | Fase (L, of L1) |
| Zwart | Fase (L2) of schakeldraad |
| Grijs | Fase (L3) of schakeldraad |
| Blauw | Nul (N) |
| Geelgroen | Beschermingsleiding (PE) - uitsluitend hiervoor |
Geelgroen is de enige kleurcombinatie met een absolute betekenis: die ader is altijd en uitsluitend beschermingsleiding. Blauw als fase gebruiken of geelgroen als schakeldraad misbruiken is niet "even praktisch", het is het onbruikbaar maken van de enige visuele veiligheidsinformatie die de volgende monteur heeft.
Oude installaties hebben andere kleuren
In installaties van vóór de huidige kleurcodering kom je rood, groen, zwart en andere combinaties tegen, soms met een volstrekt andere betekenis. Kleur is daar geen bewijs, alleen een aanwijzing. Meten blijft het enige dat telt.