Lasklemmen en overgangsweerstand
Leerdoel van deze les
Je kunt uitleggen waarom een losse verbinding brand veroorzaakt, en de gangbare verbindingsmethoden beoordelen.
Het mechanisme achter de meeste installatiebranden
Een verbinding die niet goed vastzit, heeft een kleiner contactoppervlak. Daardoor ontstaat er een overgangsweerstand van bijvoorbeeld 0,5 tot 1 Ω - een waarde die in een meting nauwelijks opvalt.
Loopt er 10 A door die verbinding, dan wordt daar omgezet:
P = I² × R = 10² × 1 = 100 W
Honderd watt in het volume van een lasklem. Ter vergelijking: dat is een ouderwetse gloeilamp, weggestopt in een gesloten doos tegen brandbaar materiaal.
En het wordt erger met de tijd: de warmte doet het materiaal uitzetten en krimpen, de klemkracht neemt af, de weerstand stijgt, de temperatuur stijgt verder. Dit heet thermische wegloop, en het verklaart waarom installatiebranden vaak jaren na de aanleg ontstaan.
De verbinding die het "gewoon deed"
Een slechte verbinding werkt in het begin prima. Alle lampen branden, de klant is tevreden, en de fout is onzichtbaar tot hij zich als brandlucht meldt. Vakwerk bij verbindingen is daarom geen kwestie van netheid maar van veiligheid op termijn.
Verbindingsmethoden vergeleken
| Methode | Werking | Beoordeling |
|---|---|---|
| Veerklem (Wago-type) | Een veer drukt de geleider met constante kracht tegen een railtje | Constante klemkracht, onafhankelijk van de monteur; standaard in modern werk |
| Hendelklem | Als veerklem, maar met open/dicht hendel | Ook geschikt voor soepele geleiders, herbruikbaar, iets groter |
| Kroonsteen | Schroef drukt op de geleider | Afhankelijk van aandraaien en naschroeven, gevoelig voor kruip |
| Lasdop | Draadverbinding onder een dop | In Nederland zeldzaam geworden, gevoelig voor onvakkundige toepassing |
De veerklem heeft het grootste voordeel dat de klemkracht niet afhangt van de handkracht en het humeur van de monteur. Dat is precies de variabele die de meeste slechte verbindingen veroorzaakt.
Veerklemmen goed toepassen
- Strip op de op de klem aangegeven lengte, exact.
- Steek massief draad recht en volledig in tot de aanslag; je voelt en ziet dat hij zit.
- Soepel draad: adereindhuls, of een klemtype dat expliciet geschikt is voor soepel
draad met open hendel.
- Controleer met een lichte trek of de geleider vastzit.
- Gebruik het aantal polen dat je nodig hebt; laat geen ongebruikte openingen als
toegang tot spanningvoerende delen liggen waar dat vermijdbaar is.
- Let op de toegestane doorsnede: elke klem heeft een minimum en een maximum.
De lasdoos zelf
Een verbinding hoort in een daarvoor bestemde doos die bereikbaar blijft. Een lasklem los in een spouwmuur of ingemetseld achter tegels is geen verbinding maar een tijdbom die je niet meer kunt inspecteren.
De regel is eenvoudig: elke verbinding moet later terug te vinden en te controleren zijn. Wie dat aanhoudt, bespaart de volgende monteur - die vaak jijzelf bent - uren zoeken en sloopwerk.