ElektrotechniekPraktijkcursus
Mijn cursusModule 7 › Les 7.5

Aardlektest, Zs en de installatietester

⏱ 18 min🎬 1 video's📊 Gemiddeld tot gevorderd

Leerdoel van deze les

Je weet wat een RCD-test en een Zs-meting bewijzen en waarom de testknop daarvoor niet volstaat.

De testknop versus de meting

De T-knop op een aardlekschakelaar maakt intern een lekstroom en controleert of het mechanisme nog beweegt. Nuttig als periodieke controle, en het advies is die knop regelmatig te bedienen zodat het mechanisme niet vastloopt.

Maar de testknop bewijst niet:

  • bij welke lekstroom de schakelaar precies afschakelt;
  • hoe snel hij afschakelt;
  • of hij dat ook doet bij het type lekstroom dat in deze installatie kan optreden.

Daarvoor is een installatietester met RCD-functie nodig. Die legt een gedefinieerde lekstroom aan en meet de afschakeltijd in milliseconden.

Wat een RCD-test meet

Een installatietester test doorgaans op meerdere niveaus:

  • bij een halve nominale waarde (15 mA bij een 30 mA-aardlek): de schakelaar mag

dan juist niet afschakelen - anders is hij te gevoelig en krijg je onverklaarbare uitval;

  • bij de nominale waarde (30 mA): hij moet afschakelen binnen de voorgeschreven tijd;
  • bij een veelvoud (bijvoorbeeld 5×): hij moet zeer snel afschakelen.

De gemeten tijden noteer je bij de oplevering. Ze zijn ook waardevol bij een latere storing: een aardlek die vandaag in 25 ms afschakelt en over drie jaar in 200 ms, is aan het verouderen.

Zs: de kortsluitstroom aan het eind van de leiding

De Zs-meting (impedantie van de foutlus) bepaalt hoeveel stroom er zou lopen bij een kortsluiting tussen fase en beschermingsleiding op het verste punt van een groep.

Die waarde is bepalend voor de vraag of de automaat snel genoeg afschakelt. Is de lusimpedantie te hoog - door een lange leiding, een te dunne doorsnede of een slechte verbinding - dan komt de kortsluitstroom niet boven de magnetische drempel van de automaat en duurt het afschakelen seconden in plaats van milliseconden.

Waarom Zs het sluitstuk is

Alle eerdere metingen bewijzen dat de installatie in orde is in rusttoestand. De Zs-meting bewijst dat de beveiliging bij een echte fout ook daadwerkelijk op tijd ingrijpt. Dat is het verschil tussen "het is netjes aangelegd" en "het beschermt".

De installatietester in de praktijk

Een multifunctionele installatietester combineert doorgaans:

  • isolatieweerstandsmeting (250 / 500 / 1000 V);
  • lage-weerstandsmeting voor continuïteit, met meetdraadcompensatie;
  • lusimpedantie Zs en de bijbehorende kortsluitstroom;
  • RCD-test met verschillende stromen en golfvormen;
  • vaak ook aardverspreidingsweerstand en fasevolgorde.

Het is een aanzienlijke investering en je gebruikt hem pas zinvol als je begrijpt wat elke meting bewijst. Voor een beginnend elektricien is de volgorde: eerst de tweepolige tester, dan een goede multimeter, en de installatietester zodra je zelfstandig oplevert - of eerder, als je werkgever er al een heeft die je mag gebruiken.

Wat je nu al doet

Ook zonder eigen installatietester kun je bij metingen van een collega meekijken en de vraag stellen: wat bewijst deze meting, en wat zou een afwijkende waarde betekenen? Dat is precies de kennis die je nodig hebt op het moment dat je het instrument zelf in handen krijgt.

Video's bij deze les

NEN 3140 keurmeester: wat doet de keurmeester?±10 min · openen op YouTube ↗

Voordat je verdergaat