ElektrotechniekPraktijkcursus
Mijn cursusModule 7 › Les 7.2

De multimeter beheersen

⏱ 20 min🎬 2 video's📊 Gemiddeld tot gevorderd

Leerdoel van deze les

Je kunt een multimeter correct instellen voor spanning, weerstand en doorbelmeting, en weet waarom stroommeting anders is.

Spanning meten

Spanning meet je parallel: de meter komt naast het te meten deel te staan, tussen twee punten.

  • Stand op wisselspanning (V~) voor netspanning, gelijkspanning (V=) voor accu's,

PV-strings en elektronica.

  • Meet altijd de combinaties die je nodig hebt: L–N, L–PE en N–PE. Een spanning tussen

N en PE die meer is dan enkele volts wijst op een probleem in de nul of de aarding.

  • Bij een moderne automatische meter kies je alleen AC of DC; bij een handmatige meter

begin je op het hoogste bereik en schakel je terug.

Weerstand en doorbellen

Weerstand meet je uitsluitend spanningsloos. Een weerstandsmeting op een gevoed circuit levert een onjuiste waarde op en kan het instrument beschadigen.

De doorbelfunctie (het geluidssymbool) is een weerstandsmeting met een drempel: onder ongeveer 30 Ω geeft de meter een pieptoon. Dat is de snelste manier om aders te identificeren en doorverbindingen te controleren.

Praktische toepassingen:

  • welke ader in de meterkast hoort bij welke ader in de doos boven;
  • of een schakelaar in beide standen doet wat hij hoort te doen;
  • of een geleider ergens is onderbroken;
  • of er sluiting is tussen fase en nul vóórdat je inschakelt.

Doorbellen op een gevoed circuit

Zet je de meter in de weerstandsstand en prik je in een circuit dat nog spanning voert, dan meet je niet alleen onzin - je kunt de meter opblazen en zelf letsel oplopen. Eerst spanningsloos maken en aantonen, dan pas de weerstandsstand kiezen.

Stroom meten

Stroom meet je in serie: de meter moet in de kring worden opgenomen, zodat de stroom er letterlijk doorheen loopt. In een vaste installatie is dat zelden praktisch en vaak onveilig: het betekent een circuit onderbreken en de meter ertussen zetten.

Daarom gebruik je in de praktijk een stroomtang: die meet het magnetische veld rond een geleider en hoeft het circuit niet te onderbreken. Belangrijk: de tang moet om één geleider, niet om de hele kabel. Om een complete kabel meet je het verschil tussen heen- en teruggaande stroom, wat in een gezond circuit nul is - precies zoals een aardlekschakelaar werkt.

Een stroomtang die om de hele kabel iets aanwijst, vertelt je dus dat er een lekstroom is. Dat is een uitstekende diagnostische truc bij aardlekstoringen.

Wat de meter je niet vertelt

  • Of het veilig is. Zie les 1.4: daarvoor is de tweepolige tester het instrument.
  • Of de isolatie deugt. De meetspanning van een multimeter is enkele volts; isolatie

faalt pas bij honderden.

  • Of de afschakeltijd binnen de norm valt. Daarvoor is een installatietester nodig.

De multimeter is het instrument voor het opsporen van waar iets verdwijnt of onderbroken is. Voor het bewijzen van veiligheid heb je ander gereedschap.

Video's bij deze les

Hoe werkt een multimeter?±12 min · openen op YouTube ↗
Demonstratie spanning meten met multimeter±8 min · openen op YouTube ↗

Voordat je verdergaat