Karakteristiek en selectiviteit
Leerdoel van deze les
Je kunt een B- of C-karakteristiek kiezen en uitleggen wat selectiviteit betekent voor de installatie.
Wat de karakteristiek beschrijft
De letter op een installatieautomaat - B, C of D - beschrijft bij welke veelvoud van de nominale stroom het magnetische deel direct afschakelt. Het thermische deel is voor alle karakteristieken vergelijkbaar.
| Karakteristiek | Magnetische afschakeling bij | Toepassing |
|---|---|---|
| B | ongeveer 3 tot 5 × In | Verlichting, contactdozen, gewone woningcircuits |
| C | ongeveer 5 tot 10 × In | Motoren, transformatoren, veel LED-drivers, warmtepompen |
| D | ongeveer 10 tot 20 × In | Zware inschakelstromen, industrieel |
Bij een B16 betekent dat: magnetisch afschakelen bij ruwweg 48 tot 80 A.
Waarom C bestaat: de inschakelstroom
Veel apparaten trekken bij het inschakelen kortstondig een veelvoud van hun bedrijfsstroom:
- een motor die opstart, tot vijf à zeven keer;
- een transformator, door de magnetisering van de kern;
- LED-drivers en schakelende voedingen, doordat hun ingangscondensatoren in een
fractie van een milliseconde worden opgeladen;
- een warmtepompcompressor, afhankelijk van de aansturing.
Die piek duurt milliseconden en is voor de kabel volstrekt onschadelijk - maar een B-automaat ziet hem als een kortsluiting en schakelt af. Het gevolg is een installatie die "af en toe zomaar uitvalt bij het aanzetten".
De oplossing is dan een C-karakteristiek, mits de kabel en de foutstroomsituatie dat toelaten.
C is geen gratis oplossing
Een C-automaat schakelt pas bij een hogere stroom magnetisch af. Aan het eind van een lange leiding kan de kortsluitstroom te laag zijn om die drempel te halen, waardoor de automaat pas via het langzame thermische deel afschakelt - of, in het slechtste geval, niet binnen de vereiste tijd. Bij lange leidingen hoort daarom een berekening of meting van de kortsluitstroom (Zs), zie module 7.
Veel LED-verlichting op één groep
Een praktijkgeval dat je zeker tegenkomt: een groep met tientallen LED-armaturen die bij het inschakelen de automaat laat afslaan, terwijl de totale belasting nog geen 200 W is.
Dat is geen defect. De ingangscondensatoren van alle drivers samen vormen op het moment van inschakelen bijna een kortsluiting. Oplossingen: de verlichting over meerdere groepen verdelen, een C-karakteristiek toepassen, of armaturen kiezen met een lagere opgegeven inschakelstroom.
Selectiviteit
Selectiviteit betekent dat bij een fout alleen de dichtstbijzijnde beveiliging afschakelt, en niet de bovenliggende. Zonder selectiviteit legt een kortsluiting in een tafellamp de hele woning plat.
In een woninginstallatie kijk je vooral naar de keten hoofdzekering → aardlekschakelaar → automaat. De hoofdzekering van de netbeheerder is doorgaans zwaarder en trager dan de automaten erachter, waardoor de selectiviteit meestal vanzelf goed uitpakt.
Waar het misgaat is bij aardlekbeveiliging: twee aardlekken in serie met dezelfde gevoeligheid (bijvoorbeeld 30 mA achter 30 mA) schakelen bij een lekstroom onvoorspelbaar, mogelijk allebei. Wil je selectiviteit in aardlekbeveiliging, dan is de bovenliggende beveiliging minder gevoelig én vertraagd uitgevoerd (een S-type).
Volledige selectiviteitsberekeningen zijn specialistisch werk. Wat je in deze fase moet kunnen: het begrip herkennen, en signaleren wanneer een installatie zich niet selectief gedraagt.