Groepsindeling ontwerpen
Leerdoel van deze les
Je kunt een verdeling in eindgroepen opstellen die past bij het gebruik van de woning.
Waarom je niet indeelt op ruimte maar op gebruik
De verleiding is om per kamer een groep te maken. Dat lijkt overzichtelijk, maar het klopt zelden met de werkelijke belasting. Een slaapkamer trekt vrijwel niets, een keuken trekt meer dan de rest van de woning bij elkaar.
Uitgangspunten die wél werken:
- Zware, langdurige verbruikers krijgen een eigen groep. Wasmachine, droger, oven,
kookplaat, vaatwasser, warmtepomp, laadpaal.
- Kritische verbruikers krijgen een eigen beveiliging. Een vriezer of een
cv-installatie wil je niet laten uitvallen door een lekstroom in de tuinverlichting.
- Verlichting en contactdozen gescheiden. Slaat de contactdozengroep af, dan sta
je niet in het donker met een defect apparaat in je handen.
- Buiten en schuur apart. Vocht en mechanische schade zijn daar het grootst.
- Ruimte voor later. Laat vrije posities over: een warmtepomp, laadpaal of
zonnepanelen komen er in vrijwel elke woning nog bij.
Een realistische indeling voor een eengezinswoning
| Groep | Wat | Beveiliging |
|---|---|---|
| 1 | Verlichting begane grond | 16 A |
| 2 | Verlichting verdieping | 16 A |
| 3 | Contactdozen woonkamer | 16 A |
| 4 | Contactdozen slaapkamers | 16 A |
| 5 | Keuken contactdozen | 16 A of 20 A |
| 6 | Vaatwasser | 16 A |
| 7 | Wasmachine | 16 A |
| 8 | Droger | 16 A |
| 9 | Kookgroep | 16/20/25 A naar toestel |
| 10 | Buiten en schuur | 16 A |
| 11 | Cv-installatie | 16 A |
| Res. | Vrije posities voor warmtepomp, laadpaal, PV | - |
Dit is geen voorschrift maar een startpunt om over te praten met de klant en met je collega. De werkelijke indeling volgt uit het gebruik en uit wat er al ligt.
De vraag die je bij elke groep stelt
Niet "past deze automaat", maar: welke functie moet deze beveiliging vervullen, welk circuit beschermt hij, en past dat bij de kabel die eraan hangt. Dat is het verschil tussen onderdelen monteren en elektrotechniek bedrijven.
De maximale groepen per aardlek
Een gangbare regel in Nederlandse woninginstallaties is dat er niet meer dan vier eindgroepen achter één aardlekschakelaar hangen. De achterliggende redenen zijn praktisch:
- Lekstromen tellen op. Elk apparaat heeft een kleine, volstrekt normale lekstroom
naar aarde. Hang je er te veel achter één aardlek, dan komt de som in de buurt van de aanspreekwaarde en gaat de aardlek "spontaan" afschakelen.
- Storingzoeken. Vier groepen zijn te overzien; twaalf niet.
- Beschikbaarheid. Bij een fout valt niet je hele woning uit.
Ruimte in de kast
Componentbreedte wordt uitgedrukt in modules van 17,5 mm. Bij het ontwerpen tel je: hoofdschakelaar, aardlekken, automaten, eventuele overspanningsbeveiliging, en laat je bewust ruimte over.
Een kast die op de dag van oplevering exact vol zit, is een kast waarin de volgende uitbreiding een complete vervanging wordt.