Bedrijfscertificering: BRL 6000-25 en BRL K25000
Leerdoel van deze les
Je kunt het verschil uitleggen tussen persoonlijke en bedrijfscertificering en wat een bedrijf moet regelen.
Twee lagen: de monteur en het bedrijf
Werken aan gasverbrandingstoestellen vraagt twee dingen tegelijk. De monteur heeft een persoonlijk Bewijs van Vakmanschap CO (les 1.3). Het bedrijf heeft een certificaat volgens een aangewezen certificatieschema. Dat certificaat staat op naam van het bedrijf zoals ingeschreven bij het handelsregister en is niet overdraagbaar. Een bekwame monteur maakt een niet-gecertificeerd bedrijf dus niet bevoegd, en een certificaat maakt een onbekwame monteur niet vakbekwaam.
De schema's
Een certificatieschema (BRL, beoordelingsrichtlijn) beschrijft wat een bedrijf moet regelen en hoe dat wordt getoetst. De minister wijst schema's aan. Per september 2026 zijn dat onder meer:
| Schema | Beheerder | Opmerking |
|---|---|---|
| BRL 6000-25 | InstallQ | Twee deelgebieden: toestellen met eigen afvoer en collectieve afvoer (CLV) |
| BRL K25000 | Kiwa | Compacter traject, beperking tot bepaalde toesteltypen mogelijk |
| BRL SI-6025 | SKG-IKOB | Bedoeld voor kleine bedrijven en zzp'ers, zonder collectieve voorzieningen |
| NHK CBS | Stichting NHK | Voor haarden en kachels |
Certificeren gebeurt door een certificerende instelling. Er zijn er vijf aangewezen: Bureau Veritas, DEKRA, Kiwa, Normec en SKG-IKOB. InstallQ beheert het schema BRL 6000-25 maar certificeert zelf niet, Kiwa is bij K25000 schemabeheerder én certificerende instelling. Schema's worden bijgewerkt met wijzigingsbladen: certificaten op een oude versie verliezen hun geldigheid. Controleer dus altijd de actuele versie in het openbare register van de TloKB.
Wat beide schema's vragen
- Werkzaamheden aan toestellen tot 100 kW nominaal vermogen.
- Een certificaat dat maximaal drie jaar geldig is, met jaarlijks vervolgonderzoek (dat onaangekondigd kan zijn).
- Iemand met een Bewijs van Vakmanschap CO (niveau 2 of 3) voor wie in bedrijf stelt.
- Een instromer mag maximaal drie jaar zonder bewijs werken als VOP, onder toezicht van een VP niveau 3.
Wat een bedrijf onder BRL 6000-25 verder regelt: inschrijving in het handelsregister, een kwaliteitshandboek met een verantwoordelijke, projectregistratie en projectdossiers, ingangscontrole van materialen, documentenbeheer, beheersing van tekortkomingen, een klachtenregister, gekalibreerde meetmiddelen, legitimatie van medewerkers en interne audits minstens één keer per jaar. Uitbesteden mag alleen aan een andere certificaathouder voor hetzelfde deelgebied.
VP en VOP
| Rol | Wat mag |
|---|---|
| Vakbekwaam Persoon (VP) | In bedrijf stellen, groot onderhoud (brander, warmtewisselaar), een installatie uit bedrijf nemen of niet in bedrijf stellen vanwege veiligheid |
| Voldoende Onderricht Persoon (VOP) | De overige taken, onder toezicht van een VP |
In de praktijk
- Afmelden: elke voltooide werkzaamheid en inbedrijfstelling wordt minstens wekelijks afgemeld bij de certificerende instelling.
- Projectdossier: minstens 10 jaar na afronding bewaren.
- Meetinstrumenten: instrumenten die de uitkomst van goed- of afkeuren bepalen, moeten gekalibreerd zijn, de kalibratiestatus staat op het instrument en het bedrijf houdt een overzicht bij. Bijlage 2 van het schema noemt onder meer rookgasmeetapparatuur (CO, O2, rookgastemperatuur), drukmeting, trekmeting volgens EN 50379-2 en een gaslekzoeker.
- Herkenbaar: medewerkers kunnen zich legitimeren en het bedrijf voert het beeldmerk CO-VRIJ. Het register gasverbrandingsinstallaties van de TloKB is openbaar: iedereen kan zien of een installateur gecertificeerd is.
- Sticker: onder BRL 6000-25 plaatst de VP na het werk een sticker "Gecontroleerd" met datum, volgend onderhoud en certificaatnummer op het toestel.
Wat de wet eist en wat het schema eist
De wet stelt de basis (certificaat verplicht, meldplicht bij hoge CO). De schema's eisen daar bovenop meer, zoals de sticker en het kwaliteitssysteem: de zogenoemde bovenwettelijke eisen. Wie certificaathouder is, moet aan beide voldoen.
Als het misgaat
Bij een niet-kritieke afwijking volgt een extra vervolgonderzoek als het niet binnen drie maanden is hersteld. Bij een kritieke afwijking, zoals een CO-onveilige installatie in bedrijf stellen of inbedrijfstelling door een onvoldoende gekwalificeerd persoon, volgt schorsing, een plan van aanpak binnen vier weken en herstel binnen drie maanden. Lukt dat niet, dan wordt het certificaat ingetrokken.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Wie beheert het certificatieschema BRL 6000-25?
2. Welke taak mag alleen een Vakbekwaam Persoon (VP) doen?
3. Hoe lang is een bedrijfscertificaat maximaal geldig en hoe vaak is er vervolgonderzoek?
4. Hoe vaak moet een certificaathouder voltooide werkzaamheden en inbedrijfstellingen afmelden bij de certificerende instelling?
5. Een bedrijf stelt een onveilige installatie in bedrijf. Wat is de gevolgde stap in het schema?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 6 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.