Module 4 - Gas, verbranding en koolmonoxide
Het theoretische hart van het examen en van je verantwoordelijkheid. Van aardgas tot koolmonoxide: wat er precies gebeurt in de vlam, waarom verbranding onvolledig kan zijn en hoe CO het lichaam aantast. Het theoretisch hart van het examen en van je verantwoordelijkheid.
Na deze module kun je
- De gassoorten en gasdrukken in Nederland benoemen en hun gevolgen voor het toestel uitleggen
- Volledige en onvolledige verbranding uitleggen met luchtbehoefte en luchtovermaat
- Het verband tussen O2, CO2 en lambda gebruiken bij het beoordelen van een meting
- Uitleggen hoe CO het lichaam aantast en welke richtwaarden en handelingskaders er zijn
- Condensatie, dauwpunt en rendement aan elkaar koppelen
- Bij een CO-alarm de eerste maatregelen goed nemen
Over deze module
Deze module draait om twee vragen: wat gebeurt er in de vlam, en wat komt er uit het rookgas? Je leert welk gas een woning krijgt, hoeveel lucht een verbranding nodig heeft, hoe je uit een O2-meting de luchtovermaat afleidt, en wat er misgaat als de verbranding onvolledig is. Die stof keert terug in het examen, in je metingen en in elk oordeel dat je over een toestel geeft.
De getallen komen uit het feitenregister van de cursus: wetteksten, certificatieschema's, Kiwa-tabellen en fabrikanthandleidingen, aangevuld met eigen berekeningen waarvan de aannames erbij staan. Waarden van fabrikanten zijn voorbeelden en verschillen per model. Waar een bron een vraag open laat, zoals of de CO-grenzen in het rookgas luchtvrij zijn, zeggen de lessen dat ook.
Lessen in module 4
Module-examen
12 meerkeuzevragen over de hele module, met uitleg na elk antwoord. Je slaagt vanaf 70%, net als bij het theorie-examen. Je kunt zo vaak opnieuw als je wilt.