Onvolledige verbranding en het ontstaan van CO
Leerdoel van deze les
Je kunt uitleggen waardoor een verbranding onvolledig wordt en hoe je de oorzaak in de installatie herkent.
Wat er gebeurt als de verbranding tekortschiet
Bij onvolledige verbranding, door te weinig lucht of een gekoelde vlam, ontstaat CO in plaats van CO2. Een voorbeeld: 2 CH4 + 3 O2 → 2 CO + 4 H2O. Er komt dan minder warmte vrij dan bij volledige verbranding: het toestel verspilt brandstof en maakt een giftig gas. Onder lambda 1,0 is CO onvermijdelijk, want er is te weinig zuurstof (zie les 4.3).
Waar het in de installatie misgaat
De oorzaak zit vaak buiten de vlam. In 2025 waren de meest genoemde oorzaken in CO-meldingen de rookgasafvoer (35 meldingen), een algemeen toestelsdefect (24) en een lek in de warmtewisselaar (14).
| Oorzaak | Wat er gebeurt | Hoe je het herkent |
|---|---|---|
| Verstopte uitmonding (vogelnest, vuil) | Lucht of rookgas kan niet vrij stromen | Vlamverlies of blokkeringsbeveiliging (per model verschillend), O2 buiten de grenzen |
| Recirculatie: rookgas in de luchttoevoer | Verbrandingslucht bevat al rookgas | CO2 op het meetpunt van de luchttoevoer (gesloten mantel): buitenluchtwaarde, tot circa 1% CO2 door wind toelaatbaar, veel hoger wijst op interne lekkage |
| Onderdruk in de woning bij een open toestel | Afzuigkap of mechanische ventilatie zuigt rookgas de woning in | De BRL vraagt onderdruk te controleren als de ruimte-CO tussen 5 en 20 ppm ligt |
| Verkeerde gas/luchtverhouding of gassoort | Lambda te laag | O2 buiten de grenzen van de handleiding |
| Lekkende collectieve afvoer (CLV, shunt) | Rookgas bij boven- of benedenburen | Lekkende aansluitingen, ontbrekende terugslagkleppen, corrosiegaten |
Een afvoerloos toestel (type A, zoals een keukengeiser) voert rookgas niet af: alles komt in de ruimte.
CO meten: in de ruimte en in het rookgas
Ruimte. Meet voor je begint op circa 1,7 m hoogte en circa 1 m van het toestel (les 1.6). Gebruik een instrument met passende uitlezing, bij voorkeur een persoonlijke veiligheidsmeter: een rookgasmeter is voor ruimte-CO alleen indicatief. Ruimte-CO beoordeel je altijd zoals afgelezen.
Rookgas. Het CO in het rookgas is verdund met de luchtovermaat. Met de luchtvrije waarde corrigeer je daarvoor: het CO dat er in het rookgas zou zitten zonder luchtovermaat. O2 is in procenten van het droge rookgas.
CO luchtvrij = CO gemeten × 21 / (21 − O2)
- 100 ppm CO gemeten bij 4,0% O2: 100 × 21 / 17 = 123,5 ppm luchtvrij
- 50 ppm CO gemeten bij 6,0% O2: 50 × 21 / 15 = 70 ppm luchtvrij
Voorbeeldgetallen, geen meetgegevens. De factor 21 / (21 − O2) is gelijk aan CO2max / CO2 (binnen 0,3%) en niet exact gelijk aan lambda: bij G25 en 4,0% O2 is de factor 1,235 en lambda 1,215. Op omgevingslucht (O2 circa 20,9%) is de formule zinloos, want de noemer nadert nul. De Testo 300 toont ook 'CO onverdund': dat is de luchtvrije waarde.
Bij open toestellen met trekonderbreker meet je in de trekonderbreker vóór de luchtbijmenging, anders is het monster verdund.
Grenzen voor CO in het rookgas
Geeft de fabrikant geen maximale CO-waarde, dan noemt het schema (BRL 6000-25, naar de Omgevingsregeling) na een goed afgesteld toestel deze maxima: 'niet hoger dan' betekent dat precies de grens nog is toegestaan. De fabrikantgrens gaat voor en is strenger, bijvoorbeeld 160 ppm bij de Intergas Kombi Kompakt HRE (gemeten met gemonteerde voormantel) en onder 250 ppm bij de Remeha Avanta Ace, voorbeelden die per model verschillen.
| Toestel | Grens die het schema noemt |
|---|---|
| Open afvoerloos (type A) | 50 ppm |
| Open afvoergebonden (type B) | 200 ppm |
| Gesloten (type C) | 400 ppm |
Luchtvrij is een rekenmethode: of de wettelijke grenzen luchtvrij zijn, is niet vastgesteld
Of de grenzen in de tabel luchtvrij zijn of zoals afgelezen, is niet vastgesteld: de tekst van de Omgevingsregeling en van de schema's zegt het niet, en BRL 6000-25 zegt dat de op het instrument aangegeven waarde leidend is. Gebruik de luchtvrije omrekening om metingen bij verschillende luchtovermaat te vergelijken. Beroep je er niet op als wettelijke beoordeling. Twijfel je, vraag je certificerende instelling of docent. Les 10.4 werkt dit verder uit, met de letterlijke tekst van de wet en van beide meetprotocollen.
Verdieping: de giftigheidsindex
Kiwa definieert de giftigheidsindex als (%CO / %CO2) × 100 en eist in de tegendruktesten van BRL Gaskeur CV een waarde van hoogstens 2. Voorbeeld: 100 ppm CO (0,0100%) bij 9,0% CO2 geeft (0,0100 / 9,0) × 100 = 0,11. CO en CO2 worden door luchtovermaat even sterk verdund, dus de verhouding hangt niet van de verdunning af. De eis geldt voor de keuring van het toestel, niet als grens in het veld.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Een ketel is afgesteld op lambda 0,95. Wat is het gevolg?
2. Je meet in het rookgas 80 ppm CO bij 5,0% O2 (droog). Wat is de luchtvrije waarde?
3. Je meet in de woonkamer met een rookgasmeter 12 ppm CO en O2 van 20,9%. Een collega rekent dat om naar luchtvrij. Wat klopt?
4. Een gesloten toestel (type C) heeft geen maximale CO-waarde in het voorschrift van de fabrikant. Je meet 400 ppm CO in het rookgas. De bron zegt niet of de grens luchtvrij is. Wat zegt de grens die het schema noemt?
5. Een Intergas Kombi Kompakt HRE (voorbeeldmodel, maximaal 160 ppm CO volgens het voorschrift) meet bij hooglast 180 ppm CO. Het schema noemt 400 ppm voor gesloten toestellen. Welke grens telt?
6. Je meet CO2 op het meetpunt van de verbrandingsluchttoevoer van een concentrisch systeem (gesloten mantel) en leest 4,5%. Wat betekent dat?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 8 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.