Aardgas in Nederland: gassoorten, gasdruk en Wobbe
Leerdoel van deze les
Je kunt de gassoorten in Nederland benoemen en uitleggen wat de Wobbe-index en de gasdruk betekenen voor een toestel.
Twee gaskwaliteiten: G-gas en H-gas
Het Nederlandse gastransportnet vervoert twee kwaliteiten: G-gas (laagcalorisch, van oorsprong Groningengas) en H-gas (hoogcalorisch). G-gas bevat ongeveer 14% stikstof. Dat brandt niet, dus er zit minder energie in een kubieke meter dan in buitenlands H-gas.
Het Groningenveld is sinds 19 april 2024 definitief gesloten. Huishoudens krijgen G-gas nu doordat buitenlands H-gas met stikstof wordt verdund (pseudo-Groningengas, stikstoffabriek Zuidbroek). Of woningen ooit naar H-gas worden omgeschakeld, is in de bronnen die voor deze cursus zijn nagelopen niet vastgesteld. Ga daarom niet uit van een gassoort: lees in het toestelvoorschrift voor welk gas het toestel is afgesteld.
De Wobbe-index
Twee gassen met een verschillende samenstelling kunnen bij dezelfde brander toch evenveel warmte geven. Dat beschrijft de Wobbe-index: de calorische bovenwaarde (Hs) gedeeld door de wortel van de relatieve dichtheid (dichtheid ten opzichte van lucht). Gassen met dezelfde Wobbe-index leveren bij dezelfde brander en gasdruk bij benadering dezelfde warmtebelasting. De reden: een zwaarder gas stroomt bij dezelfde druk langzamer door de sproeier. De Wobbe-index legt de energie per m³ en de dichtheid daarom samen in één getal vast.
Alle waarden gelden per normaal-kubieke meter, m³(n): het volume bij 0 °C en 101,325 kPa.
| Gas | Wobbe-index (Hs) in MJ/m³(n) | Waar het vandaan komt |
|---|---|---|
| G-gas, eis bij invoeding en aflevering | 43,46 tot 44,41 | Regeling gaskwaliteit, sinds 2026 Energieregeling |
| Referentiegas G25 (L-groep) | 43,88 | Kiwa BRL Gaskeur CV:2021 |
| Referentiegas G25.3 (K-groep) | 45,07 | Kiwa BRL Gaskeur CV:2021 |
| H-gas | 49,9 tot 55,7 bij invoeding, 47 tot 55,7 bij aflevering | Regeling gaskwaliteit |
Welk gas hoort bij welk toestel
Toestellen worden gekeurd op referentiegassen: G25 voor de L-groep, G25.3 voor de K-groep en G20 voor de E-groep (H-gas). Een gewone Nederlandse woning zit in de K-groep. Een categorie als II2EK3P betekent dat het toestel af fabriek is afgesteld op K-gas en met een ombouw of herafstelling geschikt kan worden gemaakt voor E-gas (H-gas) en propaan.
G20 op 20 mbar is H-gas, geen huisgas
Een gewone Nederlandse woning heeft G-gas (K-groep, referentiegas G25.3) op een nominale druk van 25 mbar. De 20 mbar hoort bij G20, het E-gas (H-gas) van ombouw en keuring. Wie leert dat G20 op 20 mbar de standaard woningsituatie is, leert het verkeerd.
Gasdruk in de woning
Gasdruk geef je in mbar (1 mbar = 0,1 kPa = 100 Pa). Het lagedrukgasnet staat meestal op 100 mbar en deels op 30 mbar. In woningen op 100-mbargebied verlaagt een huisdrukregelaar de druk tot 30 mbar. Woningtoestellen op aardgas hebben een nominale aansluitdruk van 25 mbar (2,5 kPa). Voorbeeld uit de Remeha Avanta (handleiding v.13, categorie II2EK3P), per model verschilt dit:
| Gas | Nominale aansluitdruk | Toegestane gasvoordruk |
|---|---|---|
| G25.3 (K-gas, jouw woning) | 25 mbar | 20 tot 30 mbar |
| G20 (E-gas, H-gas) | 20 mbar | 17 tot 30 mbar |
| G31 (propaan) | 30 tot 50 mbar | 30 tot 50 mbar |
De Intergas Kombi Kompakt noemt dezelfde drukken en meldt 'voordruk te laag' onder 20 mbar. De bronnen zijn het niet volledig eens over het nominale getal: keuringsregeling en fabrikanten noemen 25 mbar, Netbeheer Nederland noemt 30 mbar als ontwerpdruk van huishoudelijke toestellen. In de praktijk ligt de druk bij het toestel dus ruwweg tussen 25 en 30 mbar. Voor de beoordeling geldt het toegestane bereik in de handleiding van het model, niet je eigen vuistregel.
Rekenvoorbeeld: een lagere Wobbe-index geeft meer luchtovermaat
Een toestel is afgesteld op G25.3 (Wobbe 45,07) met lambda 1,3, dat is 5,2% O2 in het droge rookgas (zie les 4.3). Het net levert G25 (Wobbe 43,88). Volgens Kiwa verschuift lambda mee met de Wobbe-index:
- lambda nieuw = 1,3 × 45,07 / 43,88 = 1,335
- de O2-meting stijgt daarmee van 5,2% naar 5,6%
Er is niets mis met het toestel: het gas is anders. Wie dat niet weet, gaat onnodig bijstellen. De typische denkfout is de omgekeerde deling (1,3 × 43,88 / 45,07 = 1,27): een lagere Wobbe-index geeft meer lucht per hoeveelheid brandstof, niet minder.
Verdieping: waarom staat er m³(n) en geen m³?
Een gas zet uit bij hogere temperatuur. 1 m³ gas van 15 °C bevat ongeveer 5% minder gas dan 1 m³(n) van 0 °C (273,15 / 288,15 = 0,948). Of de m³ op de gasmeter en de gasrekening een m³(n) is, is voor deze cursus niet vastgesteld.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Welk gas en welke nominale druk horen bij een gewone Nederlandse woning?
2. Twee gassen hebben dezelfde Wobbe-index. Wat mag je bij dezelfde brander en gasdruk verwachten?
3. Een toestel is afgesteld op G25.3 en meet bij lambda 1,3 een O2-gehalte van 5,2%. Het net levert nu G25 (Wobbe 43,88 in plaats van 45,07). Welke lambda meet je bij dezelfde instelling ongeveer?
4. Waarom bevat een m³ G-gas minder energie dan een m³ H-gas?
5. Je meet bij een Remeha Avanta (handleiding v.13, categorie II2EK3P, draaiend op G25.3) een gasvoordruk van 27 mbar. Wat is de beste conclusie?
6. Het Groningenveld is gesloten. Hoe krijgen huishoudens nu nog G-gas?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 8 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.