Module 10 - Meten en analyseren
Meten is het bewijs dat je werk veilig is. Meten is het bewijs dat je werk veilig is. Gasdruk, rookgas, CO in de ruimte, water en elektra: wat je meet, hoe je het doet en hoe je een meetwaarde beoordeelt.
Na deze module kun je
- Het juiste meetinstrument bij de vraag kiezen en het verschil tussen kalibreren en justeren uitleggen
- Gasdruk meten en de belasting van een toestel via de gasmeter controleren
- Uitleggen hoe een rookgasanalyser werkt, hem voorbereiden en onderhouden
- Een rookgasmeting volgens de voorgeschreven procedure uitvoeren en beoordelen
- CO in de opstellingsruimte meten, voor en na het werk, en de uitkomst beoordelen
- Waterdruk, temperatuur en elektrische grootheden meten en aan de installatie koppelen
Over deze module
Een toestel dat goed brandt, is niet automatisch een veilig toestel: dat bewijs je met een meting. Deze module behandelt het hele meettraject van de cv-monteur, van het kiezen en kalibreren van een instrument, via gasdruk en de rookgasanalyse, tot CO in de ruimte waar het toestel staat en de water-, temperatuur- en elektrische metingen die daar bij horen. Elke meetwaarde is pas bruikbaar als je weet hoe nauwkeurig hij is en volgens welke procedure hij is genomen.
De belangrijkste inhoudelijke leemte van de hele cursus zit in deze module: zijn de wettelijke CO-grenzen in het rookgas (50, 200 en 400 ppm) luchtvrij, of zoals afgelezen op het instrument? Geen enkele geraadpleegde bron, ook niet de wettekst zelf, zegt dat met zoveel woorden. Les 10.4 werkt uit wat er wel is gevonden: de letterlijke tekst van het certificatieschema zegt dat de aangegeven waarde op het meetinstrument leidend is, en de meetprotocollen bevatten geen correctiestap. Dat is het sterkste bewijs dat er is, geen definitief antwoord.
Lessen in module 10
Module-examen
12 meerkeuzevragen over de hele module, met uitleg na elk antwoord. Je slaagt vanaf 70%, net als bij het theorie-examen. Je kunt zo vaak opnieuw als je wilt.