De rookgasanalyser: opbouw, nulmeting en onderhoud
Leerdoel van deze les
Je kunt uitleggen hoe een rookgasanalyser werkt, hem voorbereiden voor een betrouwbare meting en zijn sensoren onderhouden.
Wat er in de sonde gebeurt
Een rookgasanalyser bestaat uit een sonde (met filter en condensopvang), elektrochemische sensoren voor CO en O2, een temperatuursensor en een rekeneenheid die daaruit CO2, rendement en rookgasverlies afleidt. Een elektrochemische sensor bevat chemische bestanddelen die een kleine elektrische stroom genereren zodra ze in contact komen met het gas waarvoor de sensor is gemaakt. Die stroom is de basis voor de weergegeven meetwaarde.
De nulmeting: waarom hij in schone lucht gebeurt
Na het inschakelen nult een analyser zijn sensoren automatisch (bij de testo 300 duurt dat ongeveer 30 seconden), en de sonde moet daarbij in frisse lucht zijn, tenzij het instrument een optie heeft om in het rookgas te nullen. Ook de trek- en druksensoren worden dan genuld, en het instrument mag daarbij niet onder druk staan. Nul je in vervuilde lucht, dan neemt de analyser die vervuiling mee als nulpunt, en meet hij daarna structureel te laag.
Een verkeerde nulmeting maakt elke volgende meting fout
De nulmeting is geen formaliteit: hij bepaalt het referentiepunt voor alles wat je daarna meet. Nullen in bedompte lucht, uitlaatgassen of nabij een net gebruikt toestel geeft een stelselmatige fout die je pas ziet als de uitkomst niet klopt met wat je verwacht.
Onderhoud en levensduur van de sensoren
Elektrochemische sensoren verouderen door gebruik: de chemische stoffen reageren met het gas waarvoor ze gemaakt zijn en slijten daardoor. Bij een CO-sensor gebeurt dat vrijwel uitsluitend tijdens metingen, omdat CO niet van nature in de omgevingslucht voorkomt: veel korte testmetingen en metingen bij hoge concentraties (een sterk vervuild toestel) verkorten de levensduur extra. Sensoren zijn ook gevoelig voor stofdeeltjes, roet en vocht (vandaar het filter in de sonde) en voor extreme temperatuur of grote temperatuurwisselingen (laat een analyser dus niet bij vorst of hitte in de auto liggen).
De levensduur van een zuurstofsensor loopt sterk uiteen en is geen algemene garantieduur: een sensor van betere kwaliteit (bijvoorbeeld een ECO-sensor, andere meettechniek) kan tot ongeveer 7 jaar meegaan, een goedkope sensor nog geen jaar. Leveranciers adviseren de analyser jaarlijks op te sturen voor onderhoud en kalibratie, waarbij filters worden vervangen en de veroudering van de sensoren wordt gemeten. Leeg de condensopvang handmatig na elke meting: opgehoopt condensaat kan de sensoren beschadigen en de doorstroming belemmeren.
| Onderdeel | Wat kan misgaan | Wat je doet |
|---|---|---|
| Filter in de sonde | Verzadigd met roet of vocht | Vervangen volgens fabrikantschema |
| Condensopvang | Vol, condensaat bereikt de sensoren | Na elke meting legen |
| CO-sensor | Verouderd door veel of hoge blootstelling | Jaarlijkse controle, vervangen bij afwijking |
| O2-sensor | Verouderd door tijdsverloop | Jaarlijkse controle, levensduur 1 tot 7 jaar |
Verdieping: waarom toont een analyser ook "CO onverdund"?
Sommige analysers, zoals de testo 300, tonen naast de gemeten waarde ook "CO onverdund": de luchtvrije waarde, berekend uit de gemeten O2 of gemeten met een meergatssonde. Dat is een functie van het instrument, geen wettelijke maatstaf: de Nederlandse grenzen van 50, 200 en 400 ppm worden getoetst aan de gewone aflezing, niet aan deze berekende waarde (zie les 10.4).
Wat je meeneemt
Een rookgasanalyser is pas zo goed als zijn voorbereiding: een schone, correcte nulmeting, een filter en condensopvang die hun werk kunnen doen, en sensoren waarvan je de leeftijd en kalibratiestatus kent.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Hoe genereert een elektrochemische CO-sensor zijn meetsignaal?
2. Waarom moet de sonde tijdens de nulmeting in frisse lucht zijn (tenzij het instrument in het rookgas kan nullen)?
3. Waarom veroudert een CO-sensor vooral tijdens metingen, en niet zomaar door tijdsverloop?
4. Wat is de aanbevolen basisonderhoudsroutine voor een rookgasanalyser?
5. Wat betekent de waarde "CO onverdund" die sommige analysers tonen?
6. Wat is een reden om een analyser eerder dan gepland te laten kalibreren?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.