CV-ketelsPraktijkcursus
Mijn cursusModule 10 › Les 10.1

Meten als vak: wat, waarmee, hoe nauwkeurig

⏱ 20 min🎬 3 video's📊 GevorderdVeiligheidskritisch

Leerdoel van deze les

Je kunt bij een vraag het juiste meetinstrument kiezen, het verschil tussen kalibreren en justeren uitleggen en de nauwkeurigheid van een meting inschatten.

Waarom meten het bewijs is

Een cv-toestel dat warm wordt en niet stinkt, is nog geen bewijs dat het veilig is. Dat bewijs lever je met een meting: gasdruk, rookgas, CO in de ruimte, waterdruk, temperatuur en elektrische waarden. Deze module doorloopt ze allemaal. Deze les gaat over de gemeenschappelijke basis: welk instrument bij welke vraag hoort, en hoe zeker je van een meetwaarde kunt zijn.

Kalibreren, justeren en verifiëren zijn drie verschillende dingen

Deze woorden worden vaak door elkaar gebruikt, maar het certificatieschema BRL K25000 maakt onderscheid:

  • Kalibreren: vaststellen hoe groot de afwijking van een instrument is ten opzichte van een herkenbare standaard. Dit is meten, geen ingrijpen.
  • Justeren: het instrument daarna afregelen zodat de aangeduide waarde niet meer afwijkt dan de toegestane meetfout. Dit gebeurt alleen als kalibreren een te grote afwijking aantoont: afregelen binnen de toegestane meetfout heet geen justeren.
  • Verifiëren: controleren of een instrument (nog) binnen de toegestane meetfout valt, zonder het per se af te regelen.

Kalibreren is meten, justeren is corrigeren

Een instrument dat "gekalibreerd" is, is daarmee nog niet automatisch bijgesteld. Kalibreren stelt de afwijking vast, justeren corrigeert hem alleen als hij te groot is.

Is een instrument gejusteerd, dan hoort daar een extra stap bij: nagaan of het gebruik van dat instrument vóór de justering tot andere beslissingen (goed- of afkeuren van eerder werk) zou hebben geleid. Een monteur die pas laat ontdekt dat zijn meter fors afweek, moet dus terugkijken naar wat hij daarmee eerder heeft goed- of afgekeurd.

Welke norm geldt voor het instrument

Voor rookgasmetingen (CO, O2, temperatuur) en voor druk- en trekmetingen eisen beide certificatieschema's meetapparatuur volgens EN 50379 deel 2. Een instrument waarvan alleen de O2- en temperatuurmeting aan deel 2 voldoet, maar de CO-meting niet, voldoet niet: de CO-meting moet zelf ook aan deel 2 voldoen. Voor het meten van CO in de omgevingslucht mag de rookgasmeter ter indicatie worden gebruikt; bij voorkeur heb je daarnaast een persoonlijke CO-veiligheidsmeter voor je eigen veiligheid tijdens het werk.

De twee certificatieschema's wijken op één punt van elkaar af: voor het meten van trek noemt BRL 6000-25 een bereik van -50 tot 200 Pa, BRL K25000 -50 tot 150 Pa. Beide zijn de letterlijke tekst van een aangewezen schema: er is geen fout, het is een echt verschil tussen de twee schema's. Voor de praktijk maakt het weinig verschil, maar het instrument moet aan het schema van je eigen certificerende instelling voldoen.

Geen van beide schema's legt een vaste kalibratiefrequentie vast: de certificaathouder bepaalt en onderbouwt die zelf, houdt een overzicht bij van instrumenten en hun nauwkeurigheid, en laat de kalibratie herleidbaar zijn tot nationaal erkende standaarden. Fabrikanten adviseren vaak een jaarlijkse kalibratie, met controle en zo nodig vervanging van de sensoren en filters. Een incident (val, overbelasting, extreme temperatuur) is een reden om eerder te laten kalibreren dan gepland.

Rekenvoorbeeld: wat een kleine afwijking betekent

Voor toestellen die op O2 worden afgesteld, geldt volgens de BRL Gaskeur CV een totale meetonnauwkeurigheid van maximaal 0,3 procentpunt op de O2-meting.

GrootheidWaardeToelichting
Gemeten O25,2%Aflezing op de analyser
Toegestane afwijking± 0,3 procentpuntEis uit de BRL Gaskeur CV
Werkelijke O2 (bereik)4,9% tot 5,5%Wat het toestel echt uitstoot

Een verschil van 0,3 procentpunt lijkt klein, maar bij een grenswaarde die vlak bij de gemeten waarde ligt, kan het net de doorslag geven tussen goedkeuren en afkeuren. Meet je vlak bij een grens, dan is het extra belangrijk te weten of je instrument recent gekalibreerd is.

Een niet-gekalibreerd instrument kan een gevaarlijke installatie ten onrechte goedkeuren

Bij een meetwaarde die dicht bij de grenswaarde ligt, kan een instrument met een onbekende of te grote afwijking het verschil maken tussen een terecht veilig oordeel en een ten onrechte veilig oordeel. Bij twijfel over de kalibratie meet je opnieuw met een instrument waarvan je de status kent, voordat je een toestel vrijgeeft.

Verdieping: waarom staat er geen vaste kalibratie-interval in de wet of het schema?

De schema's leggen de verantwoordelijkheid bij het bedrijf, omdat de benodigde frequentie afhangt van het type instrument, de gebruiksintensiteit en de omstandigheden (stof, vocht, schokken). Een vast getal voor alle instrumenten zou voor de meeste te ruim of te krap zijn. De prijs van die vrijheid is dat jij, niet de wet, moet kunnen onderbouwen waarom je kalibratieschema voldoet.

Wat je meeneemt

Bij elke meting in deze module komt dezelfde vraag terug: welk instrument, volgens welke norm, en hoe zeker weet je dat het klopt? De volgende lessen werken dat uit voor gasdruk, rookgas, CO in de ruimte, en water-, temperatuur- en elektrische metingen.

Video's bij deze les

Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.

Significante cijfers: meetwaarden en nauwkeurigheid (KEMIA)±5 min, 2022 · openen op YouTube ↗
Meetonzekerheid (Martijn Leensen)±9 min, 2015 · openen op YouTube ↗
Calibration of measuring instruments (WIKA Group, VS)±2 min, 2019 · openen op YouTube ↗

Test jezelf

Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.

1. Wat is het verschil tussen kalibreren en justeren?

2. Volgens welke norm moet apparatuur voor het meten van CO, O2 en rookgastemperatuur voldoen?

3. Een instrument voldoet voor O2 en temperatuur aan EN 50379 deel 2, maar de CO-sensor niet. Voldoet dit instrument voor rookgasmetingen?

4. Waarom leggen de certificatieschema's geen vaste kalibratiefrequentie vast?

5. Je ontdekt dat je rookgasanalyser bij de laatste kalibratie fors moest worden gejusteerd. Wat is de juiste vervolgstap?

6. Voor het meten van trek noemt BRL 6000-25 een bereik van -50 tot 200 Pa en BRL K25000 -50 tot 150 Pa. Wat is de juiste conclusie?

Voordat je verdergaat

Flashcards uit deze les

Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.