Een rookgasmeting uitvoeren en beoordelen
Leerdoel van deze les
Je kunt een rookgasmeting uitvoeren volgens de voorgeschreven procedure en de waarden beoordelen, ook als het antwoord op luchtvrij of afgelezen onzeker is.
De procedure, stap voor stap
BRL K25000 bijlage V geeft een vaste volgorde. Eerst controleer je dat er geen CO in de opstelruimte aanwezig is, dan schakel je de meter in en wacht je tot hij gereed is. De meting zelf gebeurt op vollast, en de precieze plek van de sonde hangt af van het toesteltype:
- Open, afvoerloos toestel: in de rookgasstroom, zo kort mogelijk aan de uitstroomzijde, ongeveer 10 cm van de warmtewisselaar.
- Open, afvoergebonden toestel met trekonderbreker: in de trekonderbreker, zo dicht mogelijk bij de warme kant van het toestel, vóór de plek waar lucht wordt bijgemengd.
- Open, afvoergebonden toestel zonder trekonderbreker: op een aanwezig meetpunt in de rookgasafvoer.
- Gesloten toestel: op de aanwezige meetpunten in het toestel, de rookgasadapter of een meetpunt in de afvoer, met een gesloten luchtkast.
Bij elke stap wacht je tot de meting stabiel is, en herhaal je haar op deellast als de fabrikant dat voorschrijft. Bij een gesloten toestel voer je aan het einde nog een extra meting op vollast uit: die controleert of de instelling tijdens de deellastmeting niet is verschoven.
Meet vóór de bijmenging, niet erna
Een trekonderbreker mengt omgevingslucht bij het rookgas. Meet je erna, dan verdun je de meting: je ziet een te lage CO- en te hoge O2-waarde, zonder dat de verbranding zelf is veranderd. De sonde hoort daarom aan de warme kant, vóór de bijmenging.
Elke meetwaarde lees je af, noteer je, en bewaar je in het projectdossier. Daarna controleer je of de waarde binnen de grens van de fabrikant blijft; ontbreekt die grens, dan geldt de wettelijke tabel van 50, 200 en 400 ppm naar toesteltype.
Luchtvrij of afgelezen: wat er wel en niet is gevonden
De belangrijkste vraag bij het beoordelen van een CO-meting is of de grenzen van 50, 200 en 400 ppm luchtvrij zijn (gecorrigeerd voor zuurstofovermaat) of zoals afgelezen op het instrument. Voor deze cursus is dat rechtstreeks in de bronnen nagezocht:
- De letterlijke wettekst (Omgevingsregeling art. 3.46 sub c) zegt alleen dat de concentratie CO "in de verbrandingsgassen" is "gemeten" en niet hoger mag zijn dan de genoemde waarde. Er staat geen correctie voor zuurstofovermaat en geen zuurstofreferentie.
- BRL 6000-25 zegt bij dezelfde tabel letterlijk: "De op het meetinstrument aangegeven waarde is leidend."
- Het meetprotocol van BRL K25000 laat je de waarde aflezen, herhalen op vol- en deellast, en vergelijken met de grens, zonder een stap om te corrigeren voor het gemeten zuurstofpercentage.
Dat is het sterkste bewijs dat in dit onderzoek is gevonden voor "zoals afgelezen", maar geen enkele bron zegt dat met zoveel woorden. Behandel het daarom als een goed onderbouwde, voorzichtige conclusie, niet als een harde regel die je aan een cursist of collega als vaststaand feit kunt presenteren.
Het begrip "CO luchtvrij" bestaat wel, als rekenmethode: CO(luchtvrij) = CO(gemeten) × luchtfactor, waarbij de luchtfactor de verhouding is tussen de werkelijk toegevoerde en de theoretisch benodigde lucht. Sommige analysers tonen dit als "CO onverdund" (zie les 10.3). In de Verenigde Staten hanteert de norm ANSI Z21 voor sommige toestelcategorieën expliciet luchtvrije grenzen tussen 200 en 800 ppm: dat is een Amerikaanse regel, geen Nederlandse.
Rekenvoorbeeld: hoeveel verschil maakt de correctie
| Grootheid | Waarde | Toelichting |
|---|---|---|
| Gemeten CO | 60 ppm | Aflezing op de analyser |
| Gemeten O2 | 5,26% | Aflezing op de analyser, hoort bij lambda 1,3 (G20) |
| Luchtvrije CO (rekenmethode) | 60 × 21 / (21 - 5,26) ≈ 80 ppm | Alleen als rekenmethode, niet de toetsing volgens het schema |
Bij een grens van 200 ppm (open, afvoergebonden toestel) maakt dit verschil in dit voorbeeld niets uit: zowel 60 als 80 ppm ligt daar ruim onder. Bij een meetwaarde die dichter bij de grens ligt, kan het verschil tussen wel of niet corrigeren wél de doorslag geven: dat is precies waarom deze vraag ertoe doet, en waarom je hem niet als "toch wel ongeveer hetzelfde" mag afdoen.
Boven de grens: niet in bedrijf stellen
Zonder fabrikantgrens mag je een gasverbrandingsinstallatie niet in bedrijf stellen als de gemeten CO-concentratie in het rookgas de wettelijke grens (50, 200 of 400 ppm naar toesteltype) overschrijdt: zoek dan de oorzaak, in plaats van de meting te herhalen tot er een gunstiger getal uitkomt.
Verdieping: waarom bevestigt niemand dit met zoveel woorden?
Een certificatieschema en een wet zijn geschreven om een procedure voor te schrijven, niet om een technisch debat te beslechten. Dat de wet "gemeten" zegt zonder correctie, en dat het schema de aflezing "leidend" noemt, is voor de opstellers misschien zo vanzelfsprekend dat een expliciete uitspraak overbodig leek. Voor een leerling is dat onbevredigend, maar wel de eerlijke stand van de bronnen.
Wat je meeneemt
Volg de procedure precies, meet op de juiste plek, en beoordeel de uitkomst tegen de aflezing, niet tegen een zelf berekende luchtvrije waarde, tot een bron dat expliciet anders zegt.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Waar plaats je de sonde bij een open, afvoergebonden toestel met trekonderbreker?
2. Wat doe je bij een gesloten toestel als laatste stap van de meetprocedure?
3. Wat zegt de letterlijke tekst van BRL 6000-25 over de CO-grens in het rookgas?
4. Je meet 60 ppm CO met 5,26% O2 op een open, afvoergebonden toestel (grens 200 ppm). Wat is de juiste beoordeling?
5. Wat toont de vergelijking met de Amerikaanse norm ANSI Z21 (luchtvrije grenzen van 200 tot 800 ppm)?
6. Hoe moet je de conclusie "zoals afgelezen" uit deze les aan een collega presenteren?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.