De pomp: opvoerhoogte, weerstand en werkpunt
Leerdoel van deze les
Je kunt uitleggen hoe pompkarakteristiek en installatieweerstand samen het debiet bepalen en wat je bij te weinig of te veel doorstroming instelt.
Wat de pomp doet
De pomp zorgt voor stroming door een drukverschil te maken (les 3.1). Dat drukverschil heet de opvoerhoogte en druk je uit in mbar, kPa of meter waterkolom. De statische druk in de installatie volgt uit vuldruk en hoogte (les 3.2). De pomp draait daar alleen een drukverschil overheen, zodat het water rondgaat.
Twee krommen en een snijpunt
- De pompkarakteristiek laat zien hoeveel opvoerhoogte de pomp levert bij een bepaald debiet. Bij een centrifugaalpomp daalt de opvoerhoogte als het debiet toeneemt. Remeha toont in de handleiding van de Calenta de pompkarakteristieken (H-Q). Een modulerende pomp heeft geen enkele kromme maar een reeks: bij elk toerental een andere.
- De installatiekarakteristiek laat zien hoeveel drukval het leidingnet, de radiatoren en de ketel veroorzaken bij een bepaald debiet. Bij een gelijkblijvend leidingnet neemt die drukval ongeveer toe met het kwadraat van het debiet (aanname: turbulente stroming).
- Het werkpunt ligt waar de twee krommen elkaar snijden. Daar levert de pomp precies de opvoerhoogte die het leidingnet opvreet.
Het begrip restopvoerhoogte hoort daarbij: de opvoerhoogte die overblijft voor het leidingnet en de radiatoren, nadat de weerstand van de ketel zelf is afgetrokken. Remeha noemt voor de Calenta 25s en 28c een restopvoerhoogte van 295 mbar bij een temperatuurverschil van 20 K. Dit is een voorbeeld, het verschilt per model.
Pomp en installatie samen bepalen het debiet
Het debiet volgt uit het snijpunt van de pompkarakteristiek en de installatiekarakteristiek, niet uit de pomp alleen. Neemt de weerstand toe (kranen dicht, vervuiling), dan schuift het werkpunt naar een lager debiet. Zet je de pomp hoger of lager, dan verschuift de pompkromme en dus ook het werkpunt.
Rekenvoorbeeld: waarom een groter temperatuurverschil de pomp ontlast
Een installatie van 20 kW heeft bij een temperatuurverschil (ΔT) van 20 K een debiet van ongeveer 860 l/h en bij 30 K ongeveer 570 l/h. Hoe je dat berekent, leer je in les 3.6. Stel dat het leidingnet bij 860 l/h een drukval van 80 mbar heeft (aanname). Bij 570 l/h geldt:
- debietverhouding: 570 / 860 = 0,66
- drukval: 80 mbar x 0,66 x 0,66 = 80 x 0,44 = ongeveer 35 mbar
Een derde minder debiet betekent dus meer dan de helft minder drukval. Welke ΔT bij jouw toestel hoort, zoek je in de handleiding op: Remeha noemt voor de Calenta een restopvoerhoogte bij 20 K.
Wat je als monteur tegenkomt
- Pompstand of pompsnelheid. Bij de Intergas Kombi Kompakt HRE stel je de pompstand in op het gewenste maximale vermogen en de waterzijdige weerstand. Een te lage pompstand staat in de handleiding als een van de oorzaken van "CV komt niet op temperatuur", naast een te lage installatiedruk, te weinig open radiatoren (minimaal 2 of 3) en vervuiling.
- Parameters. Remeha laat bij stromingsgeluid de maximale pompsnelheid verlagen (na het ontluchten) en bij onvoldoende doorstroming van radiatoren de minimale pompsnelheid verhogen, via installateursparameters. De Calenta heeft een modulerende pomp die de besturing regelt op het temperatuurverschil tussen aanvoer en retour.
- Bypass. De Vaillant ecoTEC plus heeft een hoogefficiënte pomp en een overstroomklep (bypass). Werking en instelling staan per model in de handleiding.
- Tweede pomp. Intergas waarschuwt dat een vloerverwarmingsverdeler met eigen pomp die niet hydraulisch neutraal is aangesloten, ongewenste circulatie over het toestel kan veroorzaken. Oplossingen zijn indirect hydraulisch neutraal aansluiten of een elektrische afsluiter (tweewegklepset). Kies bij een elektrische afsluiter de positie zo dat het veiligheidsventiel en het expansievat niet van het toestel kunnen worden geïsoleerd, en verwijder bij een tweewegklep de interne terugslagklep in de retourbuis (Intergas Kombi Kompakt HRE).
- Onderdruk. Te weinig water of druk laat het vat droog staan en de pomp kan cavitereren (les 3.3).
Bij het plaatsen of vervangen van een toestel moet het afgiftesysteem waterzijdig worden ingeregeld en gedocumenteerd. Dat is een wettelijke verplichting, ook al eist de BRL dat niet zelf. Een pompstand die je op gevoel kiest, past daar niet bij.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Wat bepaalt het debiet in een cv-installatie?
2. Bij hetzelfde vermogen daalt het debiet van 860 naar 570 l/h doordat je op een groter temperatuurverschil werkt. Wat gebeurt er ongeveer met de drukval van het leidingnet?
3. Na het ontluchten hoor je stromingsgeluid in de radiatoren van een Remeha Calenta. Welke aanpassing noemt Remeha?
4. De ketel bereikt de ingestelde aanvoertemperatuur, maar de radiatoren op de bovenverdieping blijven lauw. Alles is ontlucht en de kranen staan open. Wat is een logische stap bij een Remeha Calenta?
5. Een vloerverwarmingsverdeler met eigen pomp is niet hydraulisch neutraal aangesloten. Wat kan er gebeuren en wat lost het op?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.