Het ketelvermogen kiezen
Leerdoel van deze les
Je kunt het benodigde vermogen voor verwarming en tapwater bepalen en daar een passende ketel bij kiezen.
Twee vragen, twee getallen
Een cv-ketel moet twee dingen kunnen: de woning verwarmen en, bij een combiketel, warm tapwater leveren. Dat zijn twee onafhankelijke keuzes. Het cv-vermogen volgt uit het warmteverlies van les 11.1. Het tapwatervermogen volgt uit de CW-klasse of het gevraagde debiet in liter per minuut, en heeft niets met het cv-vermogen te maken: een combiketel geeft bij tapwatervraag voorrang aan het tapwater, niet aan verwarming.
Waarom groter niet beter is
Een installateur die twijfelt, kiest vaak voor een ruimer ketelvermogen "voor de zekerheid". Dat werkt averechts. Een cv-ketel heeft een modulatiebereik: een minimum- en een maximumvermogen waarbinnen hij stabiel kan doorbranden. Onder dat minimum kan hij niet blijven branden en schakelt hij aan en uit: pendelen (ook wel taktend bedrijf).
Uit module 3 weet je al: de Remeha Calenta 25s heeft een modulatiebereik van 5,2 tot 25,0 kW, ongeveer 1 op 4,8. Vraagt de woning bij een bepaalde buitentemperatuur maar 3 kW, dan ligt dat onder het minimum van 5,2 kW: de ketel kan niet zo laag doorbranden en gaat aan- en uitschakelen.
Het minimum is net zo belangrijk als het maximum
Bij het kiezen van een ketel kijk je niet alleen of het maximale vermogen de koudste dag aankan, maar ook of het minimale vermogen laag genoeg is voor een milde dag. Een ketel die "groot genoeg" is voor de ontwerpdag, kan in het voor- en najaar toch pendelen als de warmtevraag onder zijn minimum zakt.
Pendelen kost twee dingen: het rendement daalt (elke start en stop kost extra gas en tijd) en de slijtage aan brander, ventilator en pomp neemt toe. Een cv-ketel heeft daarom een anti-pendelfunctie die een nieuwe start voor een minimale tijd blokkeert, maar dat verhelpt de oorzaak niet: een te grofmazig modulatiebereik voor de werkelijke warmtevraag.
Rekenvoorbeeld: past dit modulatiebereik bij deze woning?
Een woning heeft volgens een volledige berekening (les 11.1) een warmteverlies van 6,5 kW bij de ontwerpdag (buiten -10 °C, ΔT 32 K). Daar past een Remeha Calenta 25s (5,2 tot 25,0 kW) qua maximum ruim bij. Hoe zit het bij een milde dag van 5 °C buiten (ΔT 17 K)?
| Stap | Berekening | Resultaat |
|---|---|---|
| Warmtevraag bij 5 °C (vereenvoudigd, lineair met ΔT) | 6,5 x (17 / 32) | 3,45 kW |
| Minimumvermogen van de gekozen ketel | 5,2 kW | |
| Conclusie | 3,45 kW < 5,2 kW | de ketel pendelt bij dit weertype |
Deze woning en deze ketel passen dus op de ontwerpdag, maar niet bij milder weer, wat een groot deel van het stookseizoen is. Dit is geen reden om een kleinere ketel te kiezen die de koudste dag niet aankan: het is een reden om te weten dat pendelen bij dit soort weer normaal is voor dit modulatiebereik, en om bij een terugkerende klacht over pendelen eerst te kijken of de warmtevraag structureel onder het minimum van de ketel ligt. Een modulerende zoneregeling kan dat verzachten door de ketel bij een lage vraag van één zone toch op laag vermogen te laten doorbranden in plaats van steeds aan en uit te schakelen.
Tapwater: de CW-klasse
De CW-klasse (CW3 tot en met CW6) is een Nederlandse comfortclassificatie voor de tapwaterprestatie van een combiketel, vastgesteld door Kiwa in het kader van het Gaskeur-keurmerk. Bij een temperatuurstijging naar 60 °C geeft een CW3-ketel minstens 6,0 l/min, CW4 minstens 7,5 l/min, CW5 minstens 9,0 l/min en CW6 minstens 11,0 l/min.
| CW-klasse | Debiet bij 60 °C |
|---|---|
| CW3 | minstens 6,0 l/min |
| CW4 | minstens 7,5 l/min |
| CW5 | minstens 9,0 l/min |
| CW6 | minstens 11,0 l/min |
Naast de CW-klasse heeft een tapwatertoestel sinds 2015 ook een Europese energielabel-capaciteitsklasse (van 3XS tot XXL). Die twee systemen bestaan naast elkaar: de CW-klasse gaat over hoeveel water je tegelijk kunt tappen (comfort), de EU-klasse over het energieverbruik van een genormeerd gebruikspatroon over de dag.
Verdieping: waarom je de CW-klasse niet uit een tabel met "aantal personen" mag aflezen
Vuistregels als "CW4 voor een gezin van vier" bestaan, maar het werkelijke comfort hangt af van gelijktijdig gebruik: twee douches tegelijk vraagt meer dan één bad na elkaar. Reken bij twijfel het werkelijke gelijktijdige debiet van de kranen in de woning, en vergelijk dat met de l/min-tabel van de klasse of met het specifieke debiet uit de handleiding van de gekozen ketel.
Wat je vastlegt
Leg bij elke ketelkeuze vast: het berekende warmteverlies (les 11.1), het gekozen modulatiebereik en waarom het past (of niet helemaal past, met de reden), en de gekozen CW-klasse of het tapwaterdebiet met de onderbouwing daarvan.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Een ketel heeft een modulatiebereik van 5,2 tot 25,0 kW. De warmtevraag van de woning is 3,0 kW. Wat gebeurt er?
2. Wat kost pendelen (te vaak aan- en uitschakelen door een te grofmazig modulatiebereik)?
3. Een woning heeft een warmteverlies van 6,0 kW bij ΔT 32 K (ontwerpdag). Wat is de geschatte warmtevraag bij ΔT 16 K, bij een vereenvoudigde lineaire aanname?
4. Waar staat de CW-klasse van een cv-ketel voor?
5. Wat is het belangrijkste verschil tussen de CW-klasse en de EU-capaciteitsklasse (tapprofiel) van een tapwatertoestel?
6. Een monteur kiest een groter ketelvermogen dan berekend "voor de zekerheid". Wat is het risico dat in deze les wordt besproken?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.