Het praktijkexamen voorbereiden
Leerdoel van deze les
Je kunt het praktijkexamen voorbereiden: je weet wat je moet laten zien, hoe de beoordeling werkt en welke fouten je moet vermijden.
Wat het praktijkexamen van je vraagt
Het praktijkexamen bestaat uit drie onderdelen: voorbereiding, werkuitvoering en nazorg. Voor het dubbele profiel duurt het ongeveer een dag (twee dagdelen van maximaal 4 uur), met een installatie-opdracht en een onderhoudsopdracht. Voor een enkel profiel is het een dagdeel van maximaal 4 uur. Je krijgt een zo concreet mogelijke feitelijke werksituatie: een echte opstelling, een echt merk en model, een klacht zoals een klant hem zou formuleren.
De assessor speelt de klant. Dat is geen bijzaak: je moet net zo werken als op een echte klus. Vraag naar bijzonderheden, raadpleeg de fabrikantvoorschriften, leg vast wat je meet en doet, adviseer over de installatie en over een CO-melder, en laat de klant (de assessor) aftekenen.
De assessor beoordeelt gedrag, niet alleen het resultaat
Tijdens de uitvoering observeert de assessor je gedrag en handelen (de richtlijnen noemen dit de methode "WAKKER"). Een goed werkend toestel opleveren is niet genoeg als je onderweg belangrijke controles overslaat of niet kunt uitleggen waarom je iets deed.
Het eindgesprek
Het examen sluit af met een eindgesprek volgens de methode "START": een concrete casus van een onveilige situatie (aan de hand van een film of foto) en een paar vooraf vastgestelde theorievragen. Signaleren en melden van een onveilige situatie is dus geen apart hoofdstuk maar een verplicht onderdeel van het hele examen, ook van dit gesprek.
Hardop werken en een afkeuring verantwoorden
De officiele toetsmatrijs formuleert het leerdoel voor de eerste monteur zo: je kunt "zelfs onder druk van de consument altijd zorgen voor een veilige gebruikssituatie ook al betekent dat voor de consument een impopulaire maatregel." Op het examen is de "consument" de assessor, die je bewust onder druk kan zetten. Verwacht wordt dat je:
- de meetwaarde of de bevinding hardop benoemt in plaats van iets stilzwijgend te doen;
- de regel of norm noemt waarop je je beslissing baseert;
- vasthoudt aan een veilige beslissing, ook als de "klant" tegenwerpt dat het toestel toch al jaren zo werkt.
Praktijkgeval
Tijdens de onderhoudsopdracht meet je in de opstellingsruimte 14 ppm CO. De assessor (in de rol van klant) zegt: "Vorige keer was het ook wat hoog en toen mocht het toestel toch aan blijven." Wat doe je?
Je stelt het toestel niet in bedrijf voordat je de oorzaak hebt gevonden en weggenomen: 14 ppm ligt tussen 5 en 20 ppm, dus onderzoek is verplicht voordat je opnieuw in bedrijf stelt. Je legt uit welke grens je hanteert en waarom, en je informeert de klant. Dat het toestel "vorige keer" ook aanbleef, is geen argument: elke meting staat op zichzelf.
Wat je meeneemt
Je brengt je eigen, goedgekeurde meetinstrumenten en gereedschap mee; de praktijklocatie levert de opstelling en de materialen. Zorg dat je meetinstrumenten een geldige kalibratie hebben: een assessor kan daarnaar vragen, en een niet-gekalibreerd instrument ondermijnt elke meting die je daarna doet.
Veelgemaakte fouten
- Alleen het toestel beoordelen en de rest van de installatie (luchttoevoer, rookgasafvoer, opstellingsruimte) overslaan.
- Wel goed meten, maar de bevindingen niet benoemen: de assessor kan alleen beoordelen wat hij ziet en hoort.
- Toegeven aan de "klant" die haast heeft of het toestel toch wil aanhouden.
- Vergeten de klant te laten aftekenen of te adviseren over een CO-melder.
Resultaat
Het resultaat van het praktijkexamen is bindend. Zak je voor een onderdeel, dan boek en betaal je binnen 10 werkdagen herexamen voor dat onderdeel (bij meerdere onvoldoende onderdelen gebeurt dat op dezelfde dag); verzetten van de examendatum zelf kan alleen in overleg met de praktijkorganisatie.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Wat observeert de assessor tijdens de werkuitvoering van het praktijkexamen, naast het eindresultaat?
2. Waarmee sluit het praktijkexamen af?
3. Tijdens het examen meet je een CO-waarde in de opstellingsruimte van 14 ppm. De assessor (als klant) dringt aan dat het toestel toch aan mag blijven, want dat mocht "vorige keer ook". Wat is de juiste reactie?
4. Wat brengt de kandidaat zelf mee naar het praktijkexamen?
5. Je doet het praktijkexamen voor het dubbele profiel (installatie- en onderhoudsopdracht) en haalt alleen de onderhoudsopdracht niet. Wat is de juiste vervolgstap?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.