Vloerverwarming: verdeler, regeling en aanvoertemperatuur
Leerdoel van deze les
Je kunt de verdeler, de kamerregeling en de aanvoertemperatuur van vloerverwarming beoordelen en instellen.
Wat de verdeler doet
De verdeler van een vloerverwarmingssysteem verdeelt het aangevoerde water gericht over de aangesloten kringen (de afzonderlijke buiscircuits die elk een deel van de vloer verwarmen). Op de aanvoerbalk zitten debietmeters waarmee de installateur het debiet per kring instelt, afhankelijk van het vermogen dat die kring moet leveren en het gewenste temperatuurverschil tussen aanvoer en retour. Sommige verdelers doen dat automatisch: de Rehau Easyflow-verdeler heeft bijvoorbeeld zelfregelende inserts die de balancering tussen kringen zelf uitvoeren, in plaats van dat de installateur elke kring met de hand instelt.
Verdelers verschillen ook in schaal en uitvoering. Rehau levert onder meer de HKV-D-verdeler voor maximaal 12 groepen met flowmeter, de modulaire 3001 ESP-verdeler met optionele automatische flowregeling, en de RAUTHERM SPEED HKV-D P: een pomploze verdeler met insteekfittingen die door zijn compacte bouw ongeveer 15 cm inbouwhoogte bespaart. Dit zijn voorbeelden van dit merk: andere fabrikanten hebben vergelijkbare, maar niet identieke producten.
De verdeler verdeelt, de mengunit verlaagt de temperatuur
Een verdeler op zichzelf verandert de watertemperatuur niet: hij verdeelt alleen het debiet over de kringen. Het verlagen van de temperatuur naar het niveau dat de vloer nodig heeft, is de taak van de mengklep of mengverdeler.
Mengklep en pompgroep: van ketelwater naar vloertemperatuur
Een cv-ketel werkt vaak op een hogere temperatuur (Rehau noemt als voorbeeld ongeveer 80 graden) dan een vloer verdraagt. Daarom is bij een hogetemperatuurbron een mengverdeler met een eigen pomp nodig: die mengt het hete aanvoerwater met retourwater van de vloerverwarming tot de lagere temperatuur die de vloer nodig heeft. Rehau noemt voor een van zijn verdelersystemen een maximale aanvoertemperatuur naar de vloer van niet hoger dan 50 graden, vanwege de constructie van het systeem.
Let op het verschil tussen twee grenzen die makkelijk worden verward: de maximale aanvoertemperatuur van het water naar de vloer (een grens die per fabrikant en systeem verschilt, hier 50 graden als voorbeeld) is niet hetzelfde als de maximale oppervlaktetemperatuur van de afgewerkte vloer (ongeveer 29 graden in de verblijfszone, les 7.3). Het watertemperatuur ligt hoger dan de vloertemperatuur die je voelt, omdat de opbouw (dekvloer, afwerking) de temperatuur naar het oppervlak verlaagt.
Een falende mengklep kan de vloer beschadigen
Blijft de mengklep in de verkeerde stand hangen of valt de aansturing uit, dan kan de volledige, hogere ketelaanvoertemperatuur in de vloercircuits terechtkomen in plaats van de gemengde, lagere temperatuur. Dat kan de vloerafwerking beschadigen (kromtrekken, verkleuren) en de oppervlaktetemperatuur boven de veilige grens van ongeveer 29 tot 35 graden brengen (les 7.3), wat op de huid onprettig kan aanvoelen bij langdurig contact. Merk je dat een vloer duidelijk warmer aanvoelt dan gebruikelijk, controleer dan eerst de mengklep en de aanvoertemperatuur voor je verder werkt.
Uponor levert bijvoorbeeld pompgroepen (voorbeeld: Fluvia Move) met een driewegmengklep met 230 V-motoraandrijving en een geregelde circulatiepomp, die de aanvoertemperatuur naar de vloerverwarming weersafhankelijk regelen: bij een lagere buitentemperatuur mengt de klep een iets hogere aanvoertemperatuur bij.
Kamerregeling
Naast de aanvoertemperatuur kan elke ruimte een eigen kamerregeling krijgen. Uponor T-Push-12-pompgroepen hebben bijvoorbeeld een ingebouwde ruimtetemperatuurregeling voor kleine systemen en renovaties, uitbreidbaar met een kamerthermostaat per ruimte. Rehau-verdelers zijn standaard uitgerust met een pompgroep, een thermostaatknop met sensor en een balanceerventiel of een terugslagklep tussen aanvoer en retour; er zijn ook varianten met een thermostaatventiel en een zonemotor waarmee een kring per ruimte apart aan en uit kan worden gezet. Welke uitvoering nodig is, hangt af van of elke ruimte een eigen kamerthermostaat krijgt of dat de hele vloer als één zone wordt geregeld.
Kringlengtes en debiet per kring
Bij vloerverwarming is het temperatuurverschil tussen aanvoer en retour per kring meestal klein: kleiner dan bij een radiatorcircuit, dat vaak op ongeveer 20 K wordt ontworpen (les 3.6). Met de debietformule (debiet in l/h is vermogen in W gedeeld door 1,163 keer delta T in K) geeft een klein delta T bij een gelijk vermogen een groter benodigd debiet dan bij een radiatorcircuit.
Rekenvoorbeeld: een kring verwarmt een ruimte van ongeveer 15 m2 met een geschat vermogen van 750 W. Neem als aanname een delta T van 5 K (een typische, kleinere waarde voor vloerverwarming; controleer bij een echt ontwerp altijd de opgave van de fabrikant van het gekozen systeem):
Debiet = 750 / (1,163 x 5) = ongeveer 129 l/h
Vergelijk dat met een radiatorcircuit van hetzelfde vermogen op een delta T van 20 K: 750 / (1,163 x 20) = ongeveer 32 l/h. Bij hetzelfde vermogen vraagt de vloerverwarmingskring dus ongeveer vier keer zoveel debiet als het radiatorcircuit, precies omdat het delta T vier keer zo klein is.
Sluit je een vloerverwarmingsverdeler met een eigen pomp aan op de ketel, zorg dan voor een hydraulisch neutrale aansluiting: is die er niet, dan kan er ongewenste circulatie over het ketelcircuit ontstaan, ook als er geen warmtevraag is. Het daadwerkelijk instellen van het debiet per kring (inregelen) hoort bij het onderwerp van module 14: hier gaat het om wat de verdeler en de kring zijn, niet om de inregelprocedure zelf.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Wat is de functie van de verdeler van een vloerverwarmingssysteem?
2. Een cv-ketel werkt op ongeveer 80 graden aanvoer voor de radiatoren. Wat is er nodig om dezelfde ketel ook een vloerverwarmingscircuit te laten voeden?
3. Wat is het verschil tussen de maximale aanvoertemperatuur van het water naar de vloer (een fabrikant noemt als voorbeeld 50 graden) en de maximale oppervlaktetemperatuur van de afgewerkte vloer?
4. Wat kan er gebeuren als een mengklep in een vloerverwarmingssysteem vastloopt in de verkeerde stand?
5. Een vloerverwarmingskring levert 600 W bij een aangenomen delta T van 5 K. Wat is het benodigde debiet ongeveer?
6. Waarom vraagt een vloerverwarmingskring bij hetzelfde vermogen meestal een groter debiet dan een radiatorcircuit?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.