CV-ketelsPraktijkcursus
Mijn cursusModule 7 › Les 7.6

Een afgiftesysteem beoordelen en optimaliseren

⏱ 30 min🎬 3 video's📊 Gemiddeld

Leerdoel van deze les

Je kunt een bestaand afgiftesysteem beoordelen en gericht verbeteren voor meer comfort en een lager gasverbruik.

Nagaan of het systeem bij een lagere temperatuur kan

Voor je radiatoren vervangt of vloerverwarming aanlegt, is het de moeite waard om eerst te testen wat het bestaande systeem al aankan. Milieu Centraal biedt daarvoor de Verwarmingstest aan: de bewoner zet de aanvoertemperatuur van de cv-ketel het hele stookseizoen op 50 graden en houdt dagelijks bij of de woonkamer 's ochtends op temperatuur komt. Blijft het huis warm genoeg, dan is de installatie waarschijnlijk geschikt voor lage temperatuur en een volledig elektrische of hybride warmtepomp. Wordt het bij een koude periode (Milieu Centraal noemt als voorbeeld -5 graden, 24 uur aanhoudend) niet warm genoeg, dan is een aparte berekening van het benodigde vermogen verstandiger dan alleen op de test te vertrouwen.

Vaillant beschrijft een vergelijkbare, snellere test: op een koude dag alle radiatorkranen volledig open zetten, de aanvoertemperatuur via de stooklijn stapsgewijs verlagen, en controleren of de woning warm blijft bij een aanvoertemperatuur van 55 graden of lager.

Eerst een praktijktest, dan pas vervangen

Een praktijktest op een koude dag geeft in korte tijd een goed beeld van wat een bestaand afgiftesysteem al aankan, zonder dat je meteen een radiator vervangt. Vervang je op basis van een vermoeden, dan loop je het risico geld uit te geven aan iets dat niet nodig was, of juist te weinig te doen als het probleem ergens anders zit (zoals bij het debiet, zie hieronder).

Wat je meet

Blijkt een ruimte bij een lagere temperatuur niet warm te worden, ga dan niet meteen uit van "de radiator is te klein". Onvoldoende debiet door een te hoge drukval bij een lager delta T (de drukval neemt kwadratisch toe met het debiet, les 3.1) kan hetzelfde effect geven als een echt te kleine radiator. Controleer daarom eerst:

  • of de radiatorkranen volledig open staan en niet gedeeltelijk dicht (bijvoorbeeld door een knop die per ongeluk is verdraaid);
  • of de pompsnelheid voldoende is voor het gewenste debiet, en verhoog die zo nodig (zie de parameterinstelling in les 3.4);
  • of er lucht in het systeem zit die de doorstroming van die ene radiator blokkeert;
  • pas daarna, met het gemeten resultaat in de hand, of de radiator zelf te klein is voor het gewenste regime.

Rekenvoorbeeld: is deze radiator groot genoeg bij een lagere temperatuur?

Een radiator heeft een genormeerd vermogen van 1500 W bij 75/65/20. De bewoner wil naar regime 55/45/20 (delta T 30 K). Met de exponentformule uit les 7.1 (n = 1,3):

Vermogen bij 55/45/20 = 1500 x (30 / 50)^1,3 = 1500 x 0,52 = ongeveer 780 W

De ruimte heeft volgens de warmteverliesberekening ongeveer 900 W nodig bij de laagste ontwerptemperatuur. Bij 780 W haalt deze radiator dat niet: er is een tekort van ongeveer 120 W. Mogelijke oplossingen, van eenvoudig naar ingrijpend: een ventilator toevoegen (kan een bestaande radiator ongeveer 25 procent meer vermogen geven, wat hier ruim voldoende is), de radiator vervangen door een groter model of een LT-radiator, of in deze ruimte alsnog op een iets hogere temperatuur stoken dan de rest van de woning.

Veelgemaakte fouten

Een test alleen op een milde dag uitvoeren geeft een te optimistisch beeld: comfortklachten bij een lagere aanvoertemperatuur komen het scherpst naar voren op de koudste dagen van het jaar, niet bij 10 graden buiten. Beoordeel of vraag daarom altijd door naar het gedrag bij vorst, niet alleen naar het gevoel op een gewone dag.

Een andere veelgemaakte fout is een radiator vervangen zonder eerst het debiet te controleren: als de eigenlijke oorzaak een te lage pompsnelheid of een dichtstaande kraan is, verdwijnt de klacht niet met een nieuwe, grotere radiator, en heb je onnodig kosten gemaakt. Volg daarom de volgorde hierboven: eerst meten en de eenvoudige oorzaken uitsluiten, dan pas vervangen.

Checklist voor de beoordeling

Een systematische beoordeling van een bestaand afgiftesysteem doorloopt: de gewenste aanvoertemperatuur (bijvoorbeeld met de Verwarmingstest of de vierstappentest), het type en de staat van elke radiator of vloerverwarmingskring, het debiet en de drukval per circuit, en de vraag of elke ruimte afzonderlijk voldoende vermogen krijgt bij de gewenste temperatuur. Het waterzijdig inregelen zelf, waarmee je het debiet definitief per kring afstelt, komt aan de orde in module 14: deze les gaat over de beoordeling die daaraan voorafgaat.

Video's bij deze les

Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.

Is mijn woning geschikt voor een warmtepomp? De 50 graden test (Isoreno Warmtepompen)±4 min, 2024 · openen op YouTube ↗
Krijgt jouw huis het warm van 50 graden? (Milieu Centraal)±0,5 min, 2021 · openen op YouTube ↗
Should I Upgrade My Radiators for a Heat Pump? (Heat Geek)±7 min, 2022 · openen op YouTube ↗

Test jezelf

Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.

1. Waarom is het verstandig om eerst een praktijktest te doen voordat je een radiator vervangt of vloerverwarming aanlegt?

2. Een ruimte blijft koud bij een lagere aanvoertemperatuur. Wat controleer je als eerste, voordat je concludeert dat de radiator te klein is?

3. Een radiator van 1500 W bij 75/65/20 wordt gebruikt op regime 55/45/20 (delta T 30 K, factor ongeveer 0,52). De ruimte heeft 900 W nodig. Klopt dat?

4. Bij het tekort uit de vorige vraag (ongeveer 120 W): wat is een logische, eenvoudige eerste maatregel?

5. Waarom geeft een geschiktheidstest die alleen op een milde dag wordt uitgevoerd een onbetrouwbaar beeld?

6. Waarom kan het vervangen van een radiator zonder eerst het debiet te controleren onnodige kosten geven?

Voordat je verdergaat

Flashcards uit deze les

Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.