Veiligheidscontroles en afronden met een meting
Leerdoel van deze les
Je kunt de veiligheidsfuncties controleren en het onderhoud afronden met een aantoonbare meting.
Onderhoud is pas klaar na een meting
Een toestel dat weer "gewoon aan gaat" is geen bewijs dat het veilig is. Onderhoud sluit je daarom altijd af met een meting, niet met een visuele indruk. Hoe je een rookgasmeting precies uitvoert en beoordeelt, en hoe je CO in de opstellingsruimte meet, staat uitgewerkt in module 10 (in het bijzonder les 10.4 en les 10.5): hier gaat het om de plek van die meting in het onderhoudsproces, en om de andere veiligheidscontroles eromheen.
De veiligheidscontroles op de checklist
De BRL 6000-25-controlelijst voor onderhoud noemt naast reiniging ook expliciet: het functioneren van de luchtdrukverschilschakelaar, de netspanning, de aarding, de ventilatorspanning, de gasdichtheid van het gasblok en de aansluiting, de droogkookbeveiliging, de thermostaten, de afvaltijd van de vlambeveiliging en de rookgas- en luchttransportbeveiliging. Dat is een andere categorie dan "schoonmaken": het gaat om functies die moeten ingrijpen als er iets misgaat, en die je dus test, niet alleen bekijkt.
Meten is het bewijs, niet de bevestiging achteraf
Je meet niet om te bevestigen wat je al dacht, je meet om te weten. Een toestel dat "lijkt te branden zoals het hoort" kan alsnog een te hoog CO-gehalte geven: alleen de meting laat dat zien.
Gasdichtheid na demontage
Elke keer dat je een gasvoerend onderdeel hebt losgekoppeld (gasblok, meetnippel, brander), controleer je de nieuwe verbinding op dichtheid voordat het toestel weer in bedrijf gaat. Vaillant staat op een reeds aangesloten toestel een maximale testdruk van 11 kPa (110 mbar) toe; kan die druk niet worden begrensd, dan sluit je eerst een voor het toestel geïnstalleerde gasafsluitkraan en ontspan je de leidingdruk voordat je die kraan weer opent. Andere fabrikanten controleren op vergelijkbare wijze: Vaillant zelf controleert de gastransporterende onderdelen, de interne lucht-rookgasdichtheid en het cv- en warmwatercircuit als aparte stap, Nefit controleert de gas-luchtunit, het gasregelblok en de gasleiding tijdens een warmtevraag.
Lekzoeken nooit met een vlam
Voor het opsporen van een gaslek gebruik je lekzoekspray of een gaslekzoeker met display en akoestisch signaal. Lekzoeken met een vlam is uitgesloten: dat is precies de vonkbron die je probeert te vermijden.
Verbrandingsmeting op vol- en deellast
Je meet de verbranding niet alleen op één belastingpunt. Fabrikanten vragen om te meten op vollast en op laaglast (of een instelbare deellast), omdat een goede waarde op vollast niets zegt over de laaglastsituatie en andersom: bij Remeha ligt de grenswaarde voor de ionisatiestroom bijvoorbeeld apart voor vol- en laaglast (zie les 15.3). Bij een toestel op een concentrisch rookgasafvoersysteem controleer je bovendien de recirculatie: je meet CO2 op het meetpunt van de verbrandingsluchttoevoer. Een goed systeem geeft daar de buitenluchtwaarde, tot ongeveer 1% CO2 is door windinvloed toelaatbaar; een veel hogere waarde wijst op interne lekkage van het systeem en vraagt nader onderzoek.
Ruimte-CO na afloop en wanneer je niet vrijgeeft
Na het werk meet je opnieuw de CO in de opstellingsruimte. Onder de 5 ppm is er geen bezwaar tegen inbedrijfstelling. Tussen 5 en 20 ppm neem je de oorzaak weg voordat je (opnieuw) in bedrijf stelt. Boven de 20 ppm meld je dit onverwijld en schriftelijk aan bewoner of gebruiker, eigenaar, bevoegd gezag en de certificerende instelling, en stel je het toestel buiten bedrijf. Een certificaathouder mag een toestel niet in bedrijf stellen als bij gebruik ontoelaatbare hoeveelheden CO vrijkomen: die regel geldt onverkort na onderhoud, ook als de klant liever "gewoon weer verwarming" wil.
Praktijkgeval: een vaste vervolgprocedure bij een te hoge CO-waarde
Bij een Vaillant-toestel meet je na onderhoud 800 ppm CO onverdund in het rookgas, ruim boven de 650 ppm die de fabrikant als signaalwaarde noemt. Je volgt de vaste vervolgprocedure: eerst controleer je de lengte en de diameter van het VLT/VGA-systeem en of het correct gemonteerd, geblokkeerd of beschadigd is. Dat blijkt in orde. Vervolgens vervang je de regelelektrode en meet je opnieuw: nog steeds 720 ppm. Je controleert daarna de verbrandingskamer op vervuiling of beschadiging van de isolatiematten. Pas als dat allemaal geen verbetering geeft, neem je contact op met het serviceteam. Deze volgorde, van goedkoop en snel naar duur en specialistisch, voorkomt dat je onnodig dure onderdelen vervangt voor een probleem dat ergens anders zit.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Welke onderdelen staan naast reiniging op de BRL 6000-25-controlelijst voor onderhoud onder "regeling en beveiliging"?
2. Welke testdruk staat Vaillant maximaal toe bij een gasdichtheidscontrole op een reeds aangesloten toestel?
3. Waarom meet je de verbranding op zowel vol- als laaglast, en niet alleen op één belastingpunt?
4. Je meet na onderhoud 3 ppm CO in de opstellingsruimte. Wat concludeer je?
5. Bij een Vaillant-toestel meet je na onderhoud een te hoog CO-gehalte. Wat is de eerste stap in de vaste vervolgprocedure van de fabrikant?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 6 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.