Eerste ontsteking en afstellen
Leerdoel van deze les
Je kunt een ketel voor het eerst starten, de verbranding controleren en afstellen volgens de fabrikant.
Ontluchten voor ontsteken
Voor de eerste ontsteking wordt de gasleiding ontlucht via het voordrukmeetpunt op het gasblok, waarna alle koppelingen op lekkage worden gecontroleerd en de voordruk wordt gemeten. Dit is dezelfde ontluchting als in les 13.3, maar dan als vaste stap in de startprocedure: een ketel start niet betrouwbaar op met lucht in de gastoevoer, en de eerste ontstekingspogingen met lucht in de leiding tellen mee in de foutentelling van sommige toestellen.
De eerste ontsteking is geen "aanzetten en klaar"
De gasdichtheid van gasvoerende delen, het gasregelblok en de gasleiding wordt bij elk merk apart gecontroleerd tijdens een warmtevraag, net als de cv- en warmwatercircuits en de interne lucht-rookgasdichtheid. Alleen daarna volgt de controle van vol- en laaglast.
Wat je controleert voor je aanzet
Een voorbeeldchecklist (Remeha Calora Tower Gas 35S) doorloopt: de geleverde gassoort vergelijken met het typeplaatje, het gascircuit controleren, het hydraulisch circuit controleren, de waterdruk van de cv-installatie controleren, de lekdichtheid van de rookgas- en luchttoevoeraansluiting controleren, de elektrische aansluitingen van thermostaat en overige externe aansluitingen controleren, overige aansluitingen controleren, en dan pas de ketel op vollast en op laaglast testen. Elk toestel heeft zijn eigen checklist, maar de opbouw (eerst statisch controleren, dan pas onder bedrijf testen) is een bruikbaar patroon.
Afstellen: verschilt per merk, altijd volgens de fabrikant
De instelling van de branderdruk en de gas-luchtverhouding gebeurt altijd volgens de voorschriften van de fabrikant. Sommige toestellen hebben een afstelschroef, andere (zoals de Vaillant ecoTEC plus VHR) hebben geen instelschroef en corrigeren de gas-luchtverhouding via een diagnosecode. Ook of je met open of gesloten mantel meet, verschilt per merk. Voor de precieze afstelwaarden, de meetprocedure en de rol van O2, CO2 en luchtovermaat verwijst deze les naar module 10 (meten en analyseren): daar staat wat je meet, hoe en waarom.
Rekenvoorbeeld: aanvoer- en retourtemperatuur
Bij de inbedrijfstelling van een toestel houdt een fabrikant een richtwaarde van ongeveer 20 °C temperatuurverschil tussen aanvoer en retour aan, in te stellen via het maximale vermogen en de pompstand. Meet je een aanvoertemperatuur van 70 °C en een retourtemperatuur van 58 °C, dan is het verschil 12 °C: te klein. Een te klein verschil wijst op een te hoog ingestelde pompstand of een te laag ingesteld vermogen voor de warmtevraag, en dat pas je aan voordat je de inbedrijfstelling afrondt, niet erna.
Een niet-afgesteld toestel stel je niet in bedrijf
Een toestel dat je niet binnen de grenswaarden van de fabrikant kunt afstellen, of waarvan de gas-luchtverhouding niet klopt, mag niet in bedrijf gesteld worden. Doorgaan "want het brandt toch" is geen professioneel oordeel: het is precies de situatie waar een slecht afgestelde verbranding tot verhoogde CO leidt zonder dat je dat zonder meting ziet.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Waarom ontlucht je de gasleiding voor de eerste ontsteking, ook als de dichtheidsproef al gedaan is?
2. Wat is de juiste volgorde bij een voorbeeldchecklist voor de eerste inbedrijfstelling?
3. Een toestel heeft geen instelschroef voor de gas-luchtverhouding. Wat betekent dit?
4. Bij een inbedrijfstelling meet je een aanvoertemperatuur van 65 °C en een retourtemperatuur van 60 °C, terwijl de fabrikant ongeveer 20 °C verschil verwacht. Wat is de juiste conclusie?
5. Je krijgt een toestel niet binnen de afstelgrenzen van de fabrikant, ook na de gebruikelijke correcties. Wat doe je?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.