Gasdichtheid controleren
Leerdoel van deze les
Je kunt de gasleiding en aansluitingen van een toestel op dichtheid controleren en de uitkomst beoordelen.
Twee beproevingen, twee doelen
Bij het installeren of vervangen van een gasverbrandingstoestel moet de gasleiding op dichtheid worden beproefd. Bij een nieuwe leiding zijn dat twee losse stappen: een sterkteproef en een dichtheidsproef. Voldoe je aan NPR 3378-1, dan wordt geacht aan de gasdichtheidseis van het Bbl te zijn voldaan.
Zonder beproeving stel je niet in bedrijf
De dichtheidsbeproeving is verplicht bij elke installatie of vervanging van een gasverbrandingstoestel, niet iets dat je overslaat als de leiding er "netjes" uitziet. Voldoe je daarbij aan NPR 3378-1, dan geldt dat als bewijs dat je aan de gasdichtheidseis van het Bbl voldoet: geen beproeving betekent geen bewijs, en dus geen toestel in bedrijf.
| Beproeving | Wat het test | Richtwaarde |
|---|---|---|
| Sterkteproef | Of de leiding een drukstoot doorstaat zonder te bezwijken | Drukstoot van 5 bar, minimaal 10 seconden |
| Dichtheidsproef (nieuwe leiding) | Of er geen gas weglekt bij de werkdruk | Werkdruk plus 100 mbar, minimaal 3 minuten |
| Beproeving bestaande installatie | Of het lekverlies binnen de norm blijft | Maximaal 5 dm³ per uur (NEN 8078) |
Voor een bestaande gasleiding geldt geen drukstoot: die wordt uitsluitend op werkdruk op dichtheid beproefd, met aandacht voor bescherming tegen mechanische beschadiging en corrosie en voor de juiste materialen, bevestiging en beugeling.
Nooit een sterkteproef of dichtheidsproef op het aangesloten toestel
Een aangesloten toestel is niet gebouwd op een drukstoot van 5 bar of een proefdruk van werkdruk plus 100 mbar: dat kan het gasblok beschadigen. Sluit eerst de toestelkraan of koppel het toestel los, en ontspan de leidingdruk voor je de gaskraan van het toestel opent. Volg voor het toegestane testbereik op een aangesloten toestel altijd de fabrikant: de een staat 60 mbar toe, de ander 110 mbar.
Meetapparatuur en middelen
Voor het meten van de lekdichtheid van een gasleiding is drukmeetapparatuur nodig die het bereik van 0 tot 200 mbar met voldoende nauwkeurigheid en resolutie kan meten. Voor het opsporen van een lek zelf gebruik je lekzoekspray of een gaslekzoeker met een uitlezing van de gasconcentratie en een akoestisch signaal. Lekzoeken met een open vlam is uitgesloten: dat is precies de vonkbron die je bij een lek wilt vermijden.
Voor schroefdraadverbindingen op gas is niet elk afdichtmateriaal toegestaan: erkend zijn producten met een Gastec QA-keur (KE 31-1, KE 31-2 of KE 31-3, waaronder PTFE-tape met dat keurmerk). Bij een fabrieksafdichting, zoals een pakking of een ring, gebruik je geen extra afdichtmiddel en vervang je bij onderhoud alleen met de meegeleverde originele afdichting.
Rekenvoorbeeld: klopt de meting?
Je beproeft een nieuwe binnenleiding met een werkdruk van 30 mbar. Volgens de dichtheidsproef test je op werkdruk plus 100 mbar, dus op 130 mbar, gedurende minimaal 3 minuten. Na 3 minuten zie je op de manometer geen drukdaling. Dat is een goed teken, maar geen garantie: een goede beproeving hoort ook een controle van alle koppelingen met lekzoekspray of een gaslekzoeker, juist omdat een zeer klein lek soms niet meteen in het drukverloop terug te zien is binnen de proeftijd.
Wat je doet bij een lek
Vind je bij het controleren met lekzoekspray of een gaslekzoeker toch een lek, dan herstel je de verbinding (nadraaien, een nieuwe afdichting, of het onderdeel vervangen) en herhaal je de beproeving vanaf het begin. Stel het toestel niet in bedrijf voordat de leiding en alle aansluitingen dicht zijn bevonden: dat is geen kwestie van "een beetje lek is oké", een gaslek dat je zelf hersteld denkt te hebben, controleer je opnieuw voor je verder gaat.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Wat is het verschil tussen de sterkteproef en de dichtheidsproef van een nieuwe gasleiding?
2. Waarom test je nooit met de volledige sterkteproefdruk op een aangesloten toestel?
3. Welk middel gebruik je om een gaslek concreet op te sporen na een beproeving?
4. Een collega gebruikt gewone loodgieterstape (zonder keurmerk) op een schroefdraadverbinding voor gas. Wat klopt?
5. Je beproeft een bestaande gasinstallatie op dichtheid. Wanneer is het lekverlies volgens de norm voor bestaande installaties in orde?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.