Vrijgave en het inbedrijfstellingsprotocol
Leerdoel van deze les
Je kunt een ketel vrijgeven en vastleggen wat je gecontroleerd en gemeten hebt.
Vrijgeven is een besluit, geen formulier invullen
Alleen een Vakbekwaam Persoon mag een toestel in bedrijf stellen; een Voldoende Onderricht Persoon werkt onder toezicht. Vrijgeven betekent dat jij, met je professionele oordeel en met metingen erbij, verklaart dat de installatie veilig kan draaien. Het formulier dat je invult is het bewijs van die beslissing, niet de beslissing zelf.
Twee metingen zijn de kern van vrijgave
Je mag pas in bedrijf stellen als de CO-concentratie in de opstellingsruimte lager is dan 5 ppm, en de CO-concentratie in de rookgassen binnen de grenswaarde valt: 50 ppm bij een open afvoerloos toestel, 200 ppm bij een open afvoergebonden toestel en 400 ppm bij een gesloten toestel (tenzij de fabrikant een strengere waarde noemt). Beide metingen doe je niet alleen na het werk, maar ook vóór aanvang van de werkzaamheden: zo weet je waar je vandaan komt en kun je een verslechtering die je zelf veroorzaakt hebt onderscheiden van een situatie die al zo was.
Wanneer je NIET mag vrijgeven
Is de CO-concentratie in de opstellingsruimte hoger dan 20 ppm, dan meld je dit onmiddellijk aan de bewoner of gebruiker, de eigenaar van het gebouw, het bevoegd gezag en de certificerende instelling, en stel je het toestel buiten bedrijf. Ligt de concentratie tussen 5 en 20 ppm, dan is nader onderzoek nodig en informeer je de opdrachtgever, maar mag je nog niet vrijgeven voordat je de oorzaak hebt weggenomen. Bij de controle van je werkzaamheden leg je vast wat je hebt gecontroleerd en op basis van welke eisen, wie heeft gecontroleerd en wanneer, met welk instrument is gemeten, en wat de resultaten zijn. Vind je daarbij een ontoelaatbare tekortkoming, zoals een verhoogde CO-concentratie, dan geef je het toestel niet vrij voor gebruik totdat die is opgelost.
Vrijgeven onder tijdsdruk is geen optie
Een klant die haast heeft, een collega die wacht, of een planning die uitloopt, verandert niets aan de grenswaarden. "Het zal wel goed zijn" is geen vervanging voor een meting die je nog niet gedaan hebt. Vind je geen tijd meer om de laatste controle af te ronden, dan stel je de installatie niet in bedrijf en maak je een nieuwe afspraak.
Wat je vastlegt en hoe lang je het bewaart
Het opleverings- en beproevingsrapport bevat onder meer: locatie, certificaathouder en toestelgegevens met de indeling A, B of C, de uitvoerder en de inbedrijfsteller, de lekdichtheid van de gasleiding, de beoordeling van de opstellingsruimte, de rookgasafvoer en luchttoevoer, de ingebruikstelling (branderdruk, CO en O2, gas-luchtafstelling, of een CO-melder is geadviseerd, of de opdrachtgever is geïnformeerd over waterzijdig inregelen) en geconstateerde afwijkingen met de genomen maatregel. Bij het afmelden van je werk registreer je in elk geval de datum van uitvoering, je naam als inbedrijfsteller, de naam van de certificaathouder, merk en type van het toestel, en welke werkzaamheden je hebt verricht.
Je projectdossier, met alle documenten waarnaar het verwijst, bewaar je minstens 10 jaar na afronding van het project. Dat is geen richtlijn die je zelf kunt inkorten: de certificerende instelling moet dat dossier bij een onderzoek altijd kunnen inzien, ook jaren later.
Rekenvoorbeeld: mag je vrijgeven?
Je meet na afronding van je werk 3 ppm CO in de opstellingsruimte en 180 ppm CO in de rookgassen van een open, afvoergebonden toestel (grenswaarde 200 ppm). Beide waarden liggen onder de grens: 3 ppm is lager dan 5 ppm, en 180 ppm is lager dan de 200 ppm-grens voor dit toesteltype. Je mag vrijgeven, mits ook de overige controles (gasdichtheid, opstellingsruimte, aansluitingen) in orde zijn: de twee CO-metingen zijn een noodzakelijke voorwaarde, geen volledige vervanging van de rest van het protocol.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Wanneer mag je een gasverbrandingsinstallatie in bedrijf stellen?
2. Je meet 25 ppm CO in de opstellingsruimte. Wat is de juiste vervolgstap?
3. Wat betekent een "ontoelaatbare tekortkoming" bij de controle van je werkzaamheden?
4. Hoe lang moet je het projectdossier na afronding van het project bewaren?
5. Waarom meet je CO in de rookgassen en in de opstellingsruimte ook vóór aanvang van de werkzaamheden, niet alleen na afloop?
6. Je hebt door tijdsdruk de laatste controle van de rookgasafvoer nog niet kunnen doen, maar het toestel brandt al. Wat doe je?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 8 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.