CV-ketelsPraktijkcursus
Mijn cursusModule 17 › Les 17.4

Hybride en warmtepompen: wat je moet weten

⏱ 25 min🎬 3 video's📊 Gevorderd

Leerdoel van deze les

Je herkent een hybride opstelling, begrijpt hoe de regeling kiest tussen warmtepomp en ketel, en weet wat dat van de afgifte vraagt.

Wat een hybride opstelling is

Een hybride opstelling combineert een lucht-water-warmtepomp met een gasketel: de warmtepomp levert het grootste deel van de warmte, en de gasketel springt bij op de koudste dagen of bij een hoge warmwatervraag. Bij een monoblock-warmtepomp zit het koudemiddel in een gesloten circuit in de buitenunit en lopen alleen waterleidingen naar binnen; bij een split-systeem lopen er koudemiddelleidingen tussen de buiten- en de binnenunit. Dat onderscheid is niet alleen techniek: het bepaalt ook wie het waterzijdig mag aansluiten (zie hieronder).

Hoe de regeling kiest tussen warmtepomp en ketel

In het Intergas-hybrideconcept (Kombi Kompakt HREco) ontvangt de gasketel de warmtevraag van de warmtepomp-binnenunit: na een warmtevraag van de warmtepomp volgt ventilator, ontsteken en cv-bedrijf, en bij tapwaterbedrijf boven een bepaald debiet wordt een cv-vraag onderbroken. De warmtepompregeling bepaalt dus welke bron levert; de precieze regelstrategie (bijvoorbeeld op basis van buitentemperatuur of energieprijs) verschilt per fabrikant en is hier niet met een fabrikantbron bevestigd, dus laten we die hier bewust weg.

De regeling kiest de bron, jij onderhoudt de gasketel-kant

Bij een storing op een hybride systeem is de eerste vraag: zit het probleem bij de warmtepomp, bij de gasketel, of in de communicatie tussen beide? De gasketel-kant is jouw terrein; het koudemiddelcircuit van de warmtepomp is dat niet (zie les 17.5).

Wat dit van de afgifte en het temperatuurregime vraagt

Een warmtepomp verwarmt water tot doorgaans 30 tot 55 graden, waar een cv-ketel vaak op 60 tot 80 graden staat afgesteld. Bij die lagere temperatuur moet het afgiftesysteem (radiatoren of vloerverwarming) "groot genoeg" zijn om voldoende warmte af te geven: is dat niet het geval, dan springt de gasketel vaker bij, wat het voordeel van de warmtepomp juist wegneemt. Milieu Centraal biedt hiervoor de Verwarmingstest aan (aanvoertemperatuur een stookseizoen op 50 graden, en bijhouden of het huis warm genoeg blijft); Vaillant beschrijft een vergelijkbare vierstappentest met een grens van 55 graden. Hoe je een afgiftesysteem daadwerkelijk beoordeelt en optimaliseert (radiatorventilator, groter afgiftevlak, vloerverwarming), staat in les 7.5 en les 7.6: dat wordt hier niet herhaald.

Wat een cv-monteur wel en niet doet

Wat je als cv-monteur aan een hybride systeem doet, hangt af van het onderdeel:

  • Gasketel, waterzijdige aansluiting, regeling van de gasketel-kant: dit valt onder je Vakmanschap CO, net als bij een gewone cv-ketel. Zowel Remeha als Intergas schrijven voor dat werk aan gasvoerende delen alleen door een erkend installateur gebeurt.
  • Waterzijdig aansluiten van een monoblock-warmtepomp: volgens Remeha kan een installateur zonder F-gassen-certificaat dit doen, omdat er geen koudemiddel door de leidingen naar binnen loopt.
  • Een split-systeem, of het koudemiddelcircuit van welke warmtepomp dan ook: dit vraagt een apart persoonscertificaat voor koudemiddelen (zie les 17.5). Dat is niet jouw terrein zonder die aparte certificering.

Praktijkgeval: geen warmte, en twee mogelijke bronnen

Een klant met een hybride Intergas-installatie klaagt dat het huis kouder blijft dan normaal bij een buitentemperatuur van 5 graden. Volgens de methode uit module 16 begin je met de vraag: welke bron zou nu moeten leveren? Bij 5 graden buiten zou de warmtepomp normaal het grootste deel van de vraag moeten dekken. Je controleert eerst of de warmtepomp-binnenunit inderdaad een warmtevraag doorgeeft aan de gasketel (de gasketel-kant, jouw terrein), voordat je concludeert dat de warmtepomp zelf (de buitenunit, het koudemiddelcircuit) defect is. Blijkt het probleem echt in de buitenunit of het koudemiddelcircuit te zitten, dan verwijs je door naar een gecertificeerd koudetechnisch bedrijf in plaats van zelf verder te onderzoeken.

Verdieping: waarom "hybride" geen vast omschreven vermogensverdeling heeft

Beweringen als "de warmtepomp levert altijd 50 tot 70% van de warmtevraag" circuleren veel, maar zijn in dit register niet met een fabrikant- of ISSO-bron bevestigd en worden daarom niet als feit gebruikt. De werkelijke verdeling hangt af van het specifieke systeem, de instelling en de woning: noem dit in een klantgesprek als een indicatie, niet als een harde belofte.

Video's bij deze les

Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.

Hoe werkt een hybride warmtepomp? (Intergas Verwarming)±2 min, 2025 · openen op YouTube ↗
Wat is een Hybride CV-ketel? Hoppenbrouwers Helpt (Hoppenbrouwers)±2 min, 2025 · openen op YouTube ↗
How does a hybrid heat pump work? (DaikinEurope)±4 min, 2021 · openen op YouTube ↗

Test jezelf

Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.

1. Wat is het verschil tussen een monoblock- en een split-warmtepomp?

2. In het Intergas-hybrideconcept: wie of wat bepaalt of de gasketel gaat leveren?

3. Waarom vraagt een warmtepomp bij dezelfde woning vaak een groter of ander afgiftesysteem dan een cv-ketel?

4. Een monteur zonder F-gassen-certificaat wil een monoblock-warmtepomp waterzijdig aansluiten. Mag dat volgens Remeha?

5. Bij een hybride storing blijkt het probleem in het koudemiddelcircuit van de buitenunit te zitten. Wat doe je als cv-monteur?

Voordat je verdergaat

Flashcards uit deze les

Deze les levert 6 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.