CV-ketelsPraktijkcursus
Mijn cursusModule 8 › Les 8.2

Aansluitwijzen: van C13 tot C93

⏱ 25 min🎬 3 video's📊 GevorderdVeiligheidskritisch

Leerdoel van deze les

Je kunt de aansluitwijzen van gesloten toestellen herkennen en per type uitleggen hoe lucht en rookgas lopen.

Het eerste cijfer: hoe is de uitmonding opgebouwd?

Bij een gesloten toestel (type C) zegt het eerste cijfer hoe lucht en rookgas naar buiten en naar binnen worden geleid. Het laatste cijfer is, net als in les 8.1, de plek van de ventilator: 1 natuurlijke trek, 2 ventilator in het rookgas, 3 ventilator in de luchttoevoer. Bij moderne Nederlandse HR-toestellen is dat meestal een 3.

Een begrip dat je steeds nodig hebt is het drukgebied. Wind drukt niet overal even hard tegen een gebouw. Liggen de lucht- en rookgasopening concentrisch of dicht genoeg bij elkaar, dan staan ze onder gelijke winddruk: de wind verstoort het verschil tussen lucht en rookgas dan niet. Mogen ze in verschillende drukgebieden liggen, dan kan dat verschil wel veranderen.

De aansluitwijzen op een rij

TypeUitmondingLucht en rookgasKort
C13Horizontaal (gevel)Concentrisch of dicht bij elkaar, gelijke winddrukGeveldoorvoer
C33Verticaal (dak)Concentrisch of dicht bij elkaar, hetzelfde drukgebiedDakdoorvoer
C43Gemeenschappelijk systeem van het gebouwTwee kanalen (lucht en rookgas) naar een uitmonding met concentrische of dicht bij elkaar liggende openingenCLV, zie les 8.8
C53Afzonderlijke uitmondingenAfzonderlijke leidingen, mogen in verschillende drukgebieden uitmondenGescheiden aansluiting
C63Apart goedgekeurd systeemToestel wordt zonder afvoermateriaal geleverdVrij verkrijgbaar systeem
C83Gemeenschappelijk rookgaskanaal, natuurlijke trekLucht individueel van buiten het gebouwHalf CLV
C93Verticale uitmondingRookgasleiding naar de uitmonding, luchtleiding op een bestaand verticaal kanaal (schacht)Bestaande schacht

C33 is niet C53

C33 is een verticale dakuitmonding waarbij lucht en rookgas in hetzelfde drukgebied liggen. Gescheiden leidingen die in verschillende drukgebieden mogen uitmonden zijn C53. "C33 is gescheiden door dak of gevel" is een veelgemaakte fout. Ook C4 is geen "gedeelde schoorsteen": het is het collectieve CLV-systeem dat bij het gebouw hoort en niet bij het toestel.

Wat je in de praktijk moet weten

  • C13 en C33 zijn twee individuele aansluitwijzen: door de gevel en door het dak. Ze bestaan concentrisch (buis in buis) en parallel (twee buizen naast elkaar, dicht bij elkaar). Rogafa (Nederlandse fabrikanten van rookgasafvoer) adviseert concentrisch als standaard: bij lekkage van de rookgaspijp komt het rookgas dan in de luchttoevoer van het toestel in plaats van in de leefomgeving. Dat is een fabrikantclaim over het concept, geen garantie dat elke lekkage een storing geeft.
  • C53 heeft een fabrikanteis die je in de handleiding moet nalopen. Nefit noemt bijvoorbeeld dat de rookgas- en luchttoevoeropening niet op tegenover elkaar liggende gevels mogen zitten.
  • C63 betekent dat het toestel zonder afvoermateriaal komt. Het materiaal moet aan de voorwaarden van toestel- en systeemfabrikant voldoen, bijvoorbeeld maximaal 10 procent recirculatie en geen uitmondingen op tegenover elkaar liggende gevels (voorbeeld: Remeha Calora Tower 35S, 2021). Dit verschilt per fabrikant.
  • C83 komt bij een half CLV: gemeenschappelijk rookgaskanaal met een uitmonding via het dak, lucht via een gevelrooster of schacht. Hoort bij les 8.8.
  • C93 gebruikt een bestaande schacht of omkokerd kanaal voor de lucht. De minimale schachtafmetingen staan per systeem in de handleiding (voorbeeld: Remeha Calenta, 2017).
  • C2 en C7 zijn verouderd en worden in nieuwe Europese toestelnormen niet meer verwacht. Gebruik ze niet als actuele types.
  • C13R: de extra letter R betekent dat een C1-toestel zowel met een horizontale gevel-uitmonding als met een horizontale uitmonding op een dak mag worden aangesloten.

Zo herken je het bij een klant

  1. Twee buizen of één concentrische buis door de gevel, op één punt: C13 (bij ventilator in de luchttoevoer).
  2. Hetzelfde door het dak: C33.
  3. Lucht en rookgas apart, elk naar hun eigen uitmonding: C53.
  4. Rookgas in een gemeenschappelijk kanaal, lucht via de gevel: C83.
  5. Lucht uit een bestaande schacht: C93.
  6. Toestel zonder afvoermateriaal geleverd: C63, dus zoek het goedgekeurde systeem erbij.
  7. Gemeenschappelijke kanalen voor lucht en rookgas in het gebouw: C4 of C(10), zie les 8.8.

Welke aansluitwijzen een toestel toelaat, staat in de installatiehandleiding.

Video's bij deze les

Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.

Montagevideo concentrisch verlengsysteem push-fit (Ubbink Nederland)±3 min, 2022 · openen op YouTube ↗
Gasgeiser met concentrische rookgasafvoer (Homekeur, bouwkundige keuring)±2 min, 2023 · openen op YouTube ↗
How to extend a coaxial flue terminal (ATI)±1 min, 2019 · openen op YouTube ↗

Test jezelf

Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.

1. Wat kenmerkt een C33-aansluiting?

2. Een toestel is aangesloten met afzonderlijke leidingen op afzonderlijke uitmondingen voor lucht en rookgas, die in verschillende drukgebieden mogen liggen. Welk type is dit?

3. Iemand noemt C43 "een gedeelde schoorsteen". Wat is juist?

4. Een toestel wordt geleverd zonder afvoermateriaal en is bedoeld voor een apart goedgekeurd luchttoevoer- en afvoersysteem. Wat betekent dat voor jou?

5. Waarom liggen bij C13 en C33 de lucht- en rookgasopening concentrisch of dicht bij elkaar?

6. Een toestel is aangesloten op een gemeenschappelijk rookgaskanaal met natuurlijke trek. De lucht komt via een eigen leiding van buiten. Welke aanduiding past?

Voordat je verdergaat

Flashcards uit deze les

Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.