Verbrandingslucht en ventilatie: afzuiging, onderdruk en terugslag
Leerdoel van deze les
Je kunt uitleggen hoe ventilatie, afzuiging en onderdruk de verbrandingslucht en de afvoer van een toestel beïnvloeden.
Wat de wet vraagt van de verbrandingslucht
Voor toestellen tot 130 kW moet de voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht een capaciteit hebben van minimaal de volgens de toestelspecificaties benodigde capaciteit, bepaald volgens NEN 1087 (nieuwbouw) of NEN 8087 (bestaande bouw). Boven 130 kW is de eis dat de verbranding doeltreffend kan plaatsvinden. Het Bbl noemt dus geen getal: de benodigde hoeveelheid lucht komt uit de specificaties van het toestel. Ook de richting is voorgeschreven: de luchtstroom loopt van de toevoervoorziening naar het toestel.
In een verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel of een open verbrandingstoestel voor warm water is een voorziening voor luchtverversing van minimaal 21 dm³/s vereist (bestaande bouw, uitgezonderd kook- of warmwatertoestellen boven 15 kW en gesloten warmwatertoestellen). In nieuwbouw geldt 21 dm³/s voor een verblijfsgebied of verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel.
Open en gesloten: wie is gevoelig?
- Bij een open toestel komt de verbrandingslucht uit de opstelruimte. De luchttoevoeropening van het toestel mag niet worden afgesloten en de noodzakelijke verbrandingsluchtopeningen van de ruimte mogen niet worden verkleind of afgesloten.
- Bij een gesloten toestel komt de lucht via een luchttoevoerleiding. Die leiding moet luchtdicht zijn om aanzuiging van valse lucht te voorkomen. Vermijd verbrandingslucht in de nabijheid van een buitenlamp, vanwege aanzuiging van insecten.
Afzuiging, onderdruk en terugslag
Een afzuigkap of mechanische ventilatie voert lucht uit de woning af. Komt er niet genoeg lucht binnen, zoals in een kierdichte woning, dan ontstaat onderdruk. Open toestellen reageren daar gevoelig op: de rookgassen van een open toestel op een afvoer kunnen dan alsnog de woning worden ingezogen. Rookgas dat zo de ruimte in stroomt in plaats van naar buiten, noemen we terugslag. Een B11BS heeft een bewaking die op blokkade of verstopping van de afvoer reageert (les 8.1).
Bij een open toestel is de hele woning je afvoer
Een open toestel trekt zijn lucht en levert zijn rookgas via dezelfde woning. Verandert er iets aan de ventilatie of afzuiging (nieuwe kap, mechanische ventilatie, kierdichting), dan verandert de druk in de woning en dus de werking van je afvoer. De BRL 6000-25 vraagt bij open toestellen onderdruk als gevolg van ventilatieapparatuur te controleren als de CO-waarde in de opstellingsruimte tussen 5 en 20 ppm ligt. Voor kierdichtheid kun je bijlage C van NPR 3378-45 volgen.
Bij een gesloten toestel op een overdruk-CLV zijn ontbrekende terugslagkleppen een genoemd risico (les 8.8). Verschildruk en trek meet je met apparatuur volgens EN 50379 deel 2.
Vervuilde lucht
De verbrandingslucht moet vrij zijn van chloor- en fluorverbindingen. Die zijn uitermate corrosief en zitten in spuitbussen, verf, oplosmiddelen, reinigingsmiddelen, waspoeder, wasmiddelen, lijm en pekel. Er mag geen lucht worden aangezogen via ruimten waar deze producten worden gebruikt, zoals een kapsalon, een stomerij, industriële ruimten of ruimten met koelinstallaties. Bij corrosie hierdoor vervalt de garantie. Fabrikanten (ATAG, Vaillant) verbieden sprays, chloorhoudende reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en verf in de omgeving van het toestel.
Getallen die je zult horen
| Bewering | Wat we weten |
|---|---|
| "140 cm² ventilatierooster voor de opstelruimte" | In geen enkele geraadpleegde bron gevonden |
| "150 cm²" | Een fabrikantvoorschrift voor de kastventilatie van één model, geen algemene eis (les 8.6) |
| "120 cm² luchttoevoer" | Een risicofactor voor open toestellen in een BZK-handreiking uit 2014, geen norm |
Praktijkgeval (verzonnen getallen)
Een klant heeft in een kierdichte woning een nieuwe, krachtige afzuigkap laten plaatsen en klaagt over hoofdpijn en misselijkheid. Je meet in de opstellingsruimte van het open toestel 12 ppm CO. Dat is tussen 5 en 20 ppm: je onderzoekt de oorzaak, waaronder onderdruk door de afzuigkap, neemt die weg voor je in bedrijf stelt, en je informeert de klant. Tot de oorzaak is weggenomen blijft het toestel uit. Is er geen CO-melder, dan adviseer je er een (open toestel zonder melder).
Boven 20 ppm: stop en meld
Meet je in de opstellingsruimte meer dan 20 ppm CO, dan stel je het toestel niet in bedrijf of neem je het buiten bedrijf, en geldt de meldplicht van art. 6.46 Bbl aan bewoner, eigenaar, gemeente en certificerende instelling. Bij acuut gevaar bel je 112 (zie les 1.6).
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Een klant met een open toestel in een kierdichte woning krijgt een krachtige afzuigkap. Wat is het risico?
2. Een klant wil het ventilatierooster bij zijn open toestel dichtplakken vanwege de tocht. Wat zeg je?
3. In welke richting moet de luchtstroom van de verbrandingsluchtvoorziening lopen volgens het Bbl?
4. Waarom mag een gesloten toestel geen lucht aanzuigen via een kapsalon of een ruimte met spuitbussen?
5. Waarom moet bij een gesloten toestel de luchttoevoerleiding luchtdicht zijn?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 6 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.