Collectieve afvoer (CLV) en gestapelde bouw
Leerdoel van deze les
Je kunt uitleggen hoe een collectief lucht- en rookgassysteem werkt, waarom het extra risico's heeft en waarop je let als je er een toestel op aansluit.
Wat is een CLV?
Een CLV is een collectief systeem waarin elk toestel via een eigen aansluiting is aangesloten op een gemeenschappelijk gecombineerd luchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal. De gangbare uitschrijving is Combinatie Luchttoevoer en Verbrandingsgasafvoer. CLV is geen wettelijk gedefinieerde term. Het systeem hoort bij het gebouw en niet bij het toestel.
De soorten op een rij
| Systeem | Type | Werking | Let op |
|---|---|---|---|
| Onderdruk-CLV | C4 (bijvoorbeeld C43) | Thermische trek, natuurlijke trek in het verticale deel | Historisch type. Volgens het Rogafa/VFK-voorschrift niet geschikt voor moderne HR-toestellen, terwijl BRL 6000-25 bijlage 5 HR-toestellen van type C42 en C43 als vervangingstype op een bestaand CLV noemt (zie hieronder). Vervang dus alleen door exact hetzelfde type |
| Half CLV | C83 | Gemeenschappelijke rookgasafvoer door een schacht, lucht individueel via gevelrooster of schacht | Rookgaszijdig natuurlijke trek |
| Overdruk-CLV | C(10), met ventilator in de luchttoevoer C(10)3 | Ventilatoren in de toestellen persen rookgas en lucht door de kanalen (overdruk in het afvoerkanaal) | Sinds 2004 op de markt |
| Shuntkanaal | Bouwkundig collectief kanaal met natuurlijke trek | Collectieve afvoer, geen CLV | Niet geschikt voor condenserende rookgassen |
Een overdruk-CLV werd aanvankelijk per fabrikant beoordeeld, waarbij het mengen van fabricaten niet was toegestaan. Sinds januari 2017 kunnen dankzij de C(10)-toepassing meerdere merken op één systeem, mits toestellen en systeem aan het voorschrift voldoen. Bij een C(10)3-CLV zijn de gemeenschappelijke kanalen concentrisch met CE-markering, zonder trekonderbreker en met een condensafvoervoorziening onderaan het rookgaskanaal (Rogafa/VFK, een industriedocument en geen wet).
Waarom heeft een CLV extra risico's?
Fouten in het ene toestel raken de andere woningen:
- Overdruk-CLV: lekkende aansluitingen, ontbrekende terugslagkleppen, corrosiegaten in de leiding, en het aansluiten van een open toestel zonder ventilator en zonder terugslagklep.
- Onderdruk-CLV: recirculatie via de drukvereffeningsopening bij oudere systemen en een ontbrekende of niet werkende condensopvang onderaan.
- Shunt: een HR-toestel met ventilator kan rookgas bij boven- of benedenburen naar binnen blazen.
- Uitmonding: verstopping door vogelnestjes of vuil, en een uitmonding die door dakopbouwen of nieuwe hogere bebouwing niet meer in het vrije uitmondingsgebied uitkomt (minder kritisch bij gesloten toestellen onder overdruk).
Sluit nooit een toestel aan op iets wat je niet kent
Een bestaand toestel op een CLV vervang je alleen door exact hetzelfde type (bijlage 5 van BRL 6000-25 noemt bijvoorbeeld HR door HR van type C42, C43, C62, C63, C(10)2 of C(10)3), omdat het werkingsprincipe van het CLV niet mag veranderen. Het systeem staat bij het gebouw en jij stelt het toestel in bedrijf: je bent verantwoordelijk voor de veiligheid van de gehele installatie.
Wat je doet als je op een CLV werkt
- Geschiktheidsverklaring: is er geen geschiktheidsverklaring van het CLV-systeem, dan adviseer je CO-melders in de opstelruimten van de toestellen (BRL 6000-25 par. 5.2.11), en bij twijfel over de kwaliteit nader onderzoek.
- Type: bepaal het systeem (C4, C8, C(10), shunt) en vervang alleen door hetzelfde type.
- Meten: meet CO in de omgevingslucht van de opstellingsruimte. Bij een concentrisch systeem hoort daar een recirculatiemeting bij: CO2 op de verbrandingsluchttoevoer met gesloten mantel (les 8.5).
- Condensafvoer: een CLV moet een condensafvoer hebben die toegankelijk is voor inspectie en onderhoud. Het condensaat uit het gemeenschappelijke kanaal mag niet via een van de aangesloten toestellen worden afgevoerd.
- Terugslag: bij een overdruk-CLV laat een fabrikant (Intergas) de rookgasklep bij elk onderhoud controleren.
Voor tijdelijk doorgebruik van een bestaand CLV bij gedeeltelijke vervanging gelden strikte voorwaarden (NPR 3378-45:2022 bijlage D, en NPR 3378-48:2025 voor renovatie in gestapelde bouw). Haal termijn en voorwaarden uit de actuele tekst en niet uit je hoofd.
Certificering
BRL 6000-25 kent twee deelgebieden: (1) toestellen met individuele luchttoevoer en rookgasafvoer, en (2) collectieve luchttoevoer- en rookgasafvoervoorzieningen (CLV). Deelgebied 1 wordt altijd gecombineerd met in bedrijf stellen. Voor een certificaat alleen voor deelgebied 2 gelden geen wettelijke vakbekwaamheidseisen en geen afmeldplicht. Het advies om CO-melders te plaatsen bij een CLV zonder geschiktheidsverklaring hoort bij een installateur met een certificaat voor deelgebied 1 (BRL 6000-25 par. 5.2.11).
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Een collega noemt C4 "een gedeelde schoorsteen". Wat is C4?
2. Van een CLV waarop je werkt is geen geschiktheidsverklaring aanwezig. Wat moet je als installateur volgens BRL 6000-25 adviseren?
3. Wat kenmerkt een half CLV (C83)?
4. Een HR-toestel met ventilator is aangesloten op een collectief bouwkundig kanaal met natuurlijke trek (shunt). Wat is het risico?
5. Mag het condensaat uit het gemeenschappelijke kanaal van een CLV via een van de aangesloten toestellen worden afgevoerd?
6. Wat is het verschil tussen een certificaat voor deelgebied 1 en deelgebied 2 van BRL 6000-25?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.