Opstellingsruimte: eisen aan de ruimte
Leerdoel van deze les
Je kunt beoordelen of een opstellingsruimte geschikt is voor een gasverbrandingstoestel en je oordeel onderbouwen.
Wat de wet vraagt en wat niet
De opstellingsruimte weegt zwaar in de toetsmatrijs Vakmanschap CO. Begin bij wat vaststaat:
- Nieuwbouw: een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een verwarmingstoestel en een opstelplaats voor een warmwatertoestel, met afmetingen die zijn afgestemd op het te plaatsen toestel (Bbl art. 4.176 en 4.177). Het Bbl geeft geen vaste maten of volume voor een cv-ketelruimte. Alleen aanrecht (1,5 x 0,6 m) en kooktoestel (0,6 x 0,6 m) hebben maten (art. 4.178).
- Bestaande bouw: in de gelezen artikelen (art. 3.95 en 3.96) stelt het Bbl alleen eisen aan de opstelplaats voor aanrecht en kooktoestel, niet aan een opstelplaats voor een verwarmings- of warmwatertoestel.
- Brandveilige opstelling: die staat in NEN 3028 en NPR 3378-22, maar NEN 3028 wordt niet in het Bbl of de Omgevingsregeling aangewezen, en NEN 3028:2022 is sinds 11 maart 2026 ingetrokken (of er een opvolger is, is niet geverifieerd). NPR 3378-22:2023 beschrijft waaraan de opstelling van gastoestellen behoort te voldoen.
- Afvoer: de rookgasafvoervoorziening moet brandveilig zijn (NEN 6062 nieuwbouw, NEN 8062 bestaande bouw). In bestaande bouw moet materiaal van de afvoer en in de nabijheid waar meer dan 90 °C kan optreden brandklasse A1 hebben of onbrandbaar zijn.
Welke norm hoort hier niet
NEN 1078 en NEN 8078 gaan over het gasleidingwerk, dus niet over de opstelruimte. NEN 1006 gaat over drinkwater. NEN 2767 gaat over conditiemeting van gebouwen en installatiedelen en is geen gas- of afvoernorm. Voor de opstellingsruimte zoek je in Bbl art. 4.176 tot 4.178, NPR 3378-22:2023 en het voorschrift van de fabrikant.
Wat de fabrikant vraagt
Een groot deel van wat je aan een opstellingsruimte beoordeelt, komt uit de handleiding van het toestel. Dat zijn voorbeelden en de waarden verschillen per model:
| Onderwerp | Wat fabrikanten zeggen |
|---|---|
| Vorst | Een vorstvrije ruimte, zonder temperatuurwaarde. Interne vorstbeveiliging: bij één Nefit-model schakelt de pomp in onder 7 °C cv-water. Een algemene "5 °C"-eis is niet gevonden |
| Vrije ruimte | Staat op de maattekening van elk toestel. Een algemene "60 cm vrij"-eis is niet gevonden |
| Wand en opslag | Stevige wand die het gewicht van de met water gevulde ketel draagt. Geen brandbare producten of stoffen in of bij de ketel, ook niet tijdelijk (Remeha Calenta) |
| Gesloten kast | De door de fabrikant aangegeven minimummaten en openingen tegen gasophoping en verwarming van de kast. Voor de Remeha Calenta is dat S1 + S2 = 150 cm². Dat is kastventilatie voor dat toestel, geen algemene norm en geen eis voor verbrandingslucht |
| Badkamer | Een gesloten toestel kan volgens Remeha Calenta in een badkamer bij beveiligingsindex IP X4D (zones 2 en 3), met een vaste voeding en een aangesloten luchttoevoerleiding. Een open toestel mag er wettelijk niet staan |
| Kruipruimte, zolder | Geen algemene wettelijke eis gevonden: gebruik het voorschrift van de fabrikant |
Een oudere praktijkrichtlijn (BZK-handreiking, 2014) zegt dat een open toestel niet hoort te hangen in een badkamer of in een ruimte kleiner dan 10 m³. Dat is niet verplicht en niet opnieuw bij NPR 3378-22:2023 gecontroleerd. Wettelijk geldt het verbod op een open toestel in een toilet- of badruimte.
Zo beoordeel je een opstellingsruimte
Deze werkvolgorde gebruikt de rubrieken van het opleveringsrapport van BRL 6000-25:
- Meet vóór je werkzaamheden CO in de opstellingsruimte: circa 1,7 m hoog en circa 1 m van het toestel. De waarde op het instrument is leidend. Onder 5 ppm mag je in bedrijf stellen, 5 tot 20 ppm vraagt nader onderzoek en informeren van de opdrachtgever, boven 20 ppm geldt de meldplicht.
- Bepaal het type toestel (les 8.1) en de manier van luchttoevoer en afvoer.
- Controleer de montage en de bouwkundige startsituatie, en of de capaciteit van de luchttoevoer voldoet volgens de voorschriften van de fabrikant (les 8.7).
- Controleer of onderdruk door ventilatie de afvoer kan verstoren en, bij B11, de trek. Bij open toestellen volgt de onderdrukcontrole alleen bij CO tussen 5 en 20 ppm (les 8.7) en de trekcontrole bij B11 alleen bij CO boven 20 ppm.
- Kijk naar brandveiligheid: brandbare stoffen, afstand tot brandbaar materiaal en de afvoer.
- Vergelijk met de handleiding: vorst, vrije ruimte, wand, kastopeningen.
Praktijkgeval
Je vervangt een open geiser die in de badruimte van een bestaande woning hangt. Dat mag niet (art. 3.75 lid 2 Bbl). Je adviseert een gesloten toestel dat volgens de fabrikant in de badruimte mag, of een andere plek.
Video's bij deze les
Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.
Test jezelf
Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.
1. Een collega zegt dat de ketel altijd 60 cm vrije ruimte aan de voorzijde nodig heeft. Wat is de beste reactie?
2. Waar staan de eisen aan de opstelplaats van een verwarmingstoestel in nieuwbouw?
3. Een ketel hangt in een gesloten kast. Voor een Remeha Calenta staat 150 cm² als minimale doorsnede van de kastopeningen. Wat betekent dat voor jouw kast met een ander toestel?
4. Een open geiser hangt in de badruimte van een bestaande woning. Wat klopt?
5. Wat zegt een fabrikant over de temperatuur van een ruimte met een ketel?
6. Je meet vóór je werk in de opstellingsruimte 7 ppm CO. Wat is de eerste conclusie?
Voordat je verdergaat
Flashcards uit deze les
Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.