CV-ketelsPraktijkcursus
Mijn cursusModule 8 › Les 8.3

Materialen, temperatuurklassen en condens

⏱ 25 min🎬 3 video's📊 GevorderdVeiligheidskritisch

Leerdoel van deze les

Je kunt het materiaal en de temperatuurklasse van een afvoer bij het toestel kiezen en uitleggen waarom mengen van systemen niet mag.

Waarom een HR-afvoer nat is

Een HR-toestel koelt zijn rookgas sterk af. Het dauwpunt van het rookgas van aardgas ligt rond 54 tot 56 °C bij een gangbare luchtovermaat (circa 57 °C bij lambda 1,1). Komt het rookgas daaronder, dan condenseert er water in de afvoer. Dat condensaat is zuur, en daarom moet de afvoer van een condenserend toestel bestand zijn tegen natte rookgassen: weerstandsklasse W. Ook de condens die het toestel zelf maakt, moet weg kunnen: hoe die condensafvoer bij een toestel is aangesloten, staat in de handleiding van dat toestel.

Twee eisen bepalen de keuze van het materiaal: de temperatuur van het rookgas en de condens.

Welke materialen mogen?

Volgens fabrikanten zijn voor condenserende toestellen kunststof (T120), roestvast staal en dikwandig aluminium toegestaan, mits CE-gekeurd en geschikt voor HR-toestellen. Wat je per materiaal moet weten:

MateriaalVoorwaardeLet op
Kunststof (PP, PPs)Bedoeld voor een rookgastemperatuur tot 120 °C (T120)PPs is de brandvertragende variant. Wanneer die verplicht is, volgt uit het fabrikantvoorschrift en de brandeisen
Roestvast staal (RVS)Metalen afvoer is in het Rogafa-voorschrift bedoeld voor 200 °C. Gastec QA-keur KE83-5Geen mix met andere materialen
Dikwandig aluminiumGastec QA-keur KE83-3Dunwandig aluminium gaat door corrosie lekken

Een fabrikant schrijft bovendien voor dat aluminium alleen mag zonder contact met het bouwkundige deel van het kanaal, en dat condens uit een kunststof of RVS-deel niet ongehinderd in een aluminium deel mag terugstromen (Remeha Calenta, 2017). Dat is een productspecifiek voorbeeld.

Niet mengen

In de aansluitleiding mag je componenten van verschillende materialen of fabricaten niet mengen, behalve waar de fabrikant van het systeem dat toelaat. Bij enkelwandig metaal is er een uitzondering voor componenten met Gastec QA-keur KE83-3 en KE83-5. Bij concentrische systemen geldt het verbod zonder die uitzondering. Koppel- en verbindingsmethoden verschillen per fabrikant, en een pijp van de een past niet altijd goed in een mof van de ander.

Temperatuurklasse en het label

Een kunststof afvoer met CE-markering volgens EN 14471 draagt een aanduiding met klassen. Neem als voorbeeld het label van een Ubbink-systeem (Rolux PP T120): de aanduiding begint met T120 H1 O W 2 O20 I en gaat daarna verder met meer klassen die je in de productdocumentatie leest.

CodeBetekenis
T120Voor toestellen met maximaal 120 °C rookgastemperatuur
H1Maximaal 5000 Pa overdruk
ONiet roetbrandbestendig
WGeschikt voor natte en droge rookgassen
2Vloeibare of gasvormige brandstof
O20Minimaal 20 mm afstand tot brandbaar materiaal
IBinnen gebouwen

De klassen van schoorstenen zijn gedefinieerd in EN 1443 (temperatuur, druk N, P of H, condens W of D, corrosie en roetbrand). Voor de rookdoorlatendheid volstaat volgens de IPLO voor nieuwbouw een CE-markering klasse N1 of P1 volgens EN 1443, om aan art. 4.141 Bbl te voldoen.

De NPR 3378-46 (2016) geldt voor een enkelvoudig afvoersysteem van metaal of kunststof voor een condenserend type C-toestel met ingebouwde ventilator tot 130 kW bovenwaarde in woningen, voor toestellen met een temperatuurklasse van ten hoogste T120. De productnormen zijn EN 14471 (kunststof binnenbuis), EN 1856-1 en -2 (metaal) en EN 13384 (berekening). Installatie-eisen als "geen mengen" en "3 graden afschot" zijn geen eisen uit EN 14471: die staan in de voorschriften van fabrikant en Rogafa.

Praktijkgeval: oude afvoer, nieuwe ketel

Een klant heeft een oud toestel met natuurlijke trek op een bouwkundig kanaal, en wil een HR-ketel. Wat je weet:

  • Een HR-toestel geeft afgekoeld, condenserend rookgas af. Een bouwkundig collectief kanaal met natuurlijke trek (een shunt) is niet geschikt voor condenserende rookgassen.
  • Directe aansluiting van de rookgasafvoer op bouwkundige kanalen is volgens fabrikanten niet toegestaan vanwege condensatie. In een bestaand kanaal komt een luchtdichte, dikwandige starre aluminium of RVS voering of een buigbare kunststof of RVS voering, die inspecteerbaar moet zijn.
  • Bij een VR-toestel dat door een HR-toestel wordt vervangen, moet het afvoersysteem volgens Ubbink altijd worden vervangen (les 8.9).

Video's bij deze les

Beeldmateriaal van derden, als aanvulling. Oudere of buitenlandse video's kunnen andere data of regels noemen: de les volgt de actuele Nederlandse bronnen.

Een veilige rookgasafvoer, deel 2: materialen niet mengen (Ubbink, via Installatie.nl)±1 min, 2019 · openen op YouTube ↗
Montagefilm starre kunststof rookgasafvoer Safe-PP (Burgerhout, via JTCA)±2 min, 2015 · openen op YouTube ↗
Centrotherm InnoFlue boiler and water heater vent pipe (Ask the Builder)±2 min, 2019 · openen op YouTube ↗

Test jezelf

Beantwoord de vragen om te merken of de stof zit. Na elk antwoord zie je de uitleg, ook als je het goed had.

1. Waarom moet de afvoer van een HR-toestel bestand zijn tegen natte rookgassen?

2. Welke uitspraak over aluminium rookgasafvoer voor HR-toestellen klopt?

3. Een klant heeft een bestaand bouwkundig kanaal en wil een HR-ketel direct met de rookgasafvoer in dat kanaal laten uitkomen. Wat is je antwoord?

4. Je hebt een kunststof rookgaspijp van fabrikant A en een bocht van fabrikant B, beide CE-gekeurd en T120. Mag je ze combineren?

5. Wat betekent T120 op het label van een kunststof afvoer volgens EN 14471?

Voordat je verdergaat

Flashcards uit deze les

Deze les levert 7 kaarten op. Zodra je de les afrondt, komen ze terug in je herhaalschema: kaarten die je goed weet steeds later, kaarten die je mist al de volgende dag.