Belegger Kees. Doe de quiz

Tien directe No Go checks en zes aanvullende onderzoeksvragen

Ik wil belangrijke belemmeringen vroeg herkennen. Daarom gebruik ik tien directe No Go checks. Direct betekent dat een bevinding voldoende reden kan zijn om nu te stoppen, zonder eerst de hele analyse af te maken.

Het zijn richtlijnen en geen onvoorwaardelijke afwijsregels. Ik kan verder onderzoeken of gemotiveerd afwijken. Een ontbrekend antwoord is niet hetzelfde als bewijs dat het bedrijf ongeschikt is.

De zes aanvullende vragen helpen mij kandidaten vergelijken. Ik gebruik geen puntentelling of verplichte totaalscore. De uitkomst is mijn onderbouwde keuze waar ik onderzoekstijd aan besteed.

De tien directe checks

1. Kan ik de beoogde positie praktisch uitvoeren?

Ik controleer notering, brokerbereikbaarheid, lotgrootte, liquiditeit, spread, valuta en kosten ten opzichte van mijn gewenste positie. Ik gebruik geen vast bedrag dat voor iedere belegger zou gelden. De vereiste productdocumentatie hangt af van het instrument; een gewone aandelenkoop behandel ik niet automatisch als een verpakt beleggingsproduct.

Als de uitvoering niet bij mijn situatie past, kan ik hier stoppen. Een andere toegankelijke notering vraagt opnieuw controle van instrument, voorwaarden en kosten.

2. Hoe groot kan het bedrijf worden?

Ik schrijf de omzet uit in een beperkt aantal parameters, bijvoorbeeld vestigingen, klanten per vestiging en gemiddelde besteding. Ik onderzoek realistische grenzen en hun onderlinge samenhang.

Drie tot vijf keer omzet in tien jaar is een bruikbare groeivraag, geen universele ondergrens. Het komt overeen met ongeveer 11,6 tot 17,5 procent samengestelde jaarlijkse groei. Een aandeel kan ook op een andere manier aantrekkelijk zijn; ik moet dan uitleggen waarom dat bij mijn methode past.

3. Begrijp ik hoe het bedrijf geld verdient?

Ik probeer het verdienmodel en de belangrijkste verwachting in gewone woorden uit te leggen. Bij onduidelijkheid bepaal ik of gericht onderzoek mij verder kan helpen of dat een andere kandidaat beter past.

Een technisch bedrijf hoeft niet eenvoudig te zijn. Ik wil begrijpen welke aannames ik maak en welke kennis ik nog mis.

4. Wat levert extra omzet de aandeelhouder op?

Ik onderzoek kosten, marges, investeringen en ontwikkeling per aandeel. Operationele hefboom kan winst sneller laten groeien dan omzet, maar vaste kosten vergroten ook de kwetsbaarheid bij tegenvallende omzet.

Een gelijkblijvende marge betekent niet dat groei niets oplevert. Meer omzet kan bij dezelfde marge meer winst geven. Ook zijn kosten van een vestiging niet allemaal blijvend vast en is extra omzet niet volledig extra winst.

5. Wat zegt een eerste waarderingsvergelijking?

Bij winstgevende bedrijven kan ik de koers-winstverhouding en verwachte winstgroei naast elkaar leggen. PEG is de koers-winstverhouding gedeeld door de verwachte winstgroei als getal, dus 15 bij 15 procent groei. Het groeipercentage, de gekozen periode en de kwaliteit van de winst zijn daarbij bepalend.

Waarden rond 1 tot 1,5 kunnen mij aanleiding geven om verder te kijken; een hogere waarde vraagt meer uitleg. Er is geen automatische afwijzing boven 2; de grens van 1,5 uit mijn GARP-regels is een richtlijn waarvan ik gemotiveerd kan afwijken. Bij negatieve, zeer lage of sterk cyclische winst kan PEG weinig bruikbaar zijn.

6. Kan het bedrijf een tegenvaller financieren?

Ik onderzoek kaspositie, kasverbruik, schuld, looptijden, rente, convenanten en mogelijke verwatering. Een stresstest met twee slechte jaren kan helpen.

Schuldratio's beoordeel ik in de sectorcontext en met consistente definities, inclusief de gekozen behandeling van leases. Dezelfde ratio heeft bij verschillende bedrijfsmodellen niet dezelfde betekenis.

7. Werkt het verdienmodel, of is een geloofwaardig pad zichtbaar?

Bij een winstgevend bedrijf onderzoek ik de houdbaarheid van de winst. Bij een verliesgevend bedrijf kijk ik naar economie per klant of product, benodigde schaal, financiering en concrete mijlpalen.

Negatieve vrije kasstroom kan door groei-investeringen komen. Ik wil zien of die investeringen waarde kunnen opleveren, hoeveel geld nog nodig is en hoe onzeker dat is.

8. Kan ik de financiële informatie voldoende begrijpen en controleren?

Ik kijk naar aansluiting tussen winst, kasstroom en balans. Wijzigingen in definities, herzieningen, accountantsopmerkingen en opvallende debiteurenontwikkeling vragen uitleg.

Een correctie of aangepaste winstmaatstaf is niet automatisch fraude. Ik onderzoek de oorzaak en het effect. Aandelenbeloning en verwatering neem ik mee; een aangepaste maatstaf zonder die post gebruik ik niet ongemerkt als volledige economische winst.

9. Welke risico's en verwachtingen zijn al zichtbaar in de markt?

Ik zoek bestaande kritiek en probeer die eerlijk in mijn eigen woorden uit te leggen. Ik beoordeel welke punten ik deel en waar mijn verwachting verschilt.

Ik hoef niet ieder tegenargument te weerleggen. Soms ligt het verschil in prijs, horizon of waarschijnlijkheid. Geen goede bear case vinden bewijst evenmin dat er geen risico's zijn als dat de markt noodzakelijk gelijk heeft.

10. Welke aannames vraagt de prijs?

Een verkorte reverse DCF helpt mij onderzoeken welke groei of marge nodig is om de koers binnen mijn model te verklaren. Ik houd andere aannames zichtbaar constant. De koers onthult niet één unieke set marktverwachtingen.

Ik vergelijk het verwachte interne rendement met risico en alternatieven. Een vaste veiligheidsmarge of technische toets bepaalt niet automatisch of ik door moet. Voor een volledige waardering gebruik ik het DCF-hoofdstuk.

Zes aanvullende onderzoeksvragen

11. Wie kijkt er al naar dit bedrijf?

Ik onderzoek openbare dekking, achtergrond en vragen van analisten. Een laag aantal analisten bewijst geen prijsfout; een hoog aantal sluit een goede kans niet uit.

Basic-Fit rapporteerde tien analisten in de consensus van 8 juli 2026. Correctie van 10 september 2026: ik schreef eerder dat vrijwel niemand het aandeel volgde, en dat klopte niet. Officiële consensuspagina

12. Waar kan mijn eigen inzicht iets toevoegen?

Ik benoem concrete ervaring, sectorbegrip, extra onderzoek of vragen die voortkomen uit taalgebruik. Ik toets of dat inzicht werkelijk relevant is. Ik neem niet aan dat anderen het hebben gemist omdat ik het zelf belangrijk vind.

13. Hoeveel ruimte heeft het bedrijf bij prijs en kosten?

Ik kijk naar prijzen, volume, klantgedrag, productmix en marges. Een stabiele brutomarge kan nuttig zijn, maar bewijst op zichzelf geen prijszettingsmacht.

14. Hoe herhaalbaar is de omzet?

Ik onderzoek contracten, verlenging, klantverlies, gebruik en concentratie. Ook abonnementen kunnen verdwijnen; losse verkopen kunnen terugkerende klanten hebben.

15. Hoe worden kapitaal en belangen behandeld?

Ik kijk naar investeringen, overnames, dividend, aandeleninkoop, beloning en openbare insidertransacties. Een aankoop door een bestuurder kan interessant zijn, maar heeft geen gegarandeerde betekenis voor rendement.

16. Wat valt mij op in de taal?

Ik vergelijk openbare calls en antwoorden over meerdere perioden. Welke maatstaf ontbreekt? Verandert een termijn? Welk onderwerp blijft onbeantwoord? Ik leg observatie, context en mogelijke uitleg apart vast.

Een bepaalde woordkeuze of zintuiglijke formulering bewijst geen misleiding. Mijn toepassing van NLP, neurolinguïstisch programmeren, helpt onderzoeksvragen maken; zij bepaalt niet iemands karakter.

De uitkomst

Per relevante check noteer ik bevinding, bron, onzekerheid en gevolg voor mijn onderzoek. Daarna kies ik: verder onderzoeken, later terugkomen of stoppen, met een reden. Bij meerdere kandidaten maak ik een voorkeursvolgorde.

De snelle analyse legt uit hoe ik deze onderwerpen samenbreng. De promptbibliotheek helpt met het voorwerk.

Verder lezen

Analyseproces · De Belegger Kees Methode · Manifesto


Bijgewerkt: 21 september 2026. Auteur: Kees van Wanrooij, Belegger Kees. Status: Openbare werkversie; ik verbeter deze methode door haar te gebruiken en helder uit te leggen.