Belegger Kees. Doe de quiz

Overtuigingen veranderen: een beperkende overtuiging over geld toetsen als hypothese

Een overtuiging is iets wat je voor waar houdt, vaak zonder dat je het nog onderzoekt. "Beleggen is voor rijke mensen", "geld maakt mensen hebberig" en "ik ben niet goed met cijfers" zijn overtuigingen die jarenlang gedrag sturen. In coaching behandel ik een overtuiging als een hypothese: waar komt ze vandaan, wat levert ze op, wat kost ze, en welke overtuiging zou beter passen bij wat iemand nu wil?

In English: Beliefs are ideas held as true, often without re-examination, such as "investing is for rich people". Kees van Wanrooij treats limiting money beliefs as hypotheses: where did the belief come from, what does it protect, what does it cost, and which more useful belief could be tested in practice. The approach draws on Robert Dilts's belief change work.

Wat is overtuigingen veranderen in NLP?

Robert Dilts werkte het werken met overtuigingen uit in Changing Belief Systems with NLP uit 1990 en Beliefs: Pathways to Health and Well-Being uit 1990, met Tim Hallbom en Suzi Smith. Een bekende vorm is de belief change cycle: een oude overtuiging gaat van "dit is waar" via "hier twijfel ik aan" naar "dit geloofde ik vroeger", en een nieuwe overtuiging gaat van "dit wil ik geloven" via "hier sta ik voor open" naar "dit geloof ik". Bij veel opleidingen hoort dit bij het Master-niveau [te controleren per opleiding].

Ik vervang een overtuiging niet door een mooiere zin. Een nieuwe overtuiging moet kloppen met de feiten en toetsbaar zijn in gedrag.

Bij welke hulpvragen ik het inzet

  • Wat je van thuis meekreeg over geld: 4.14.
  • Het gevoel dat beleggen niet voor jou is: 8.6.
  • Rendement voelt als geluk: 10.10.
  • Het gevoel dat er niets overblijft: 2.1.

Zo pas ik het toe

  1. De overtuiging letterlijk opschrijven. In de woorden van de belegger, als één zin.
  2. Herkomst. "Wanneer ben je dit gaan geloven? Van wie hoorde je het?"
  3. Functie. "Wat heeft deze overtuiging je opgeleverd?" Vaak bescherming tegen teleurstelling of schaamte.
  4. Kosten. "Wat heeft ze je gekost, en wat kost ze over tien jaar als ze blijft?"
  5. Tegenvoorbeelden. "Wanneer klopte het niet? Wie ken je bij wie het anders is?" Hier helpen de vragen uit het metamodel.
  6. Een nieuwe, toetsbare overtuiging. Bijvoorbeeld: "Beleggen met een klein vast bedrag is iets wat ik kan leren."
  7. Een gedragsproef. Een kleine handeling die de nieuwe overtuiging test, zoals een rekening openen en een eerste bedrag inleggen.

Voorbeeldvragen

  • "Als deze overtuiging niet waar was, wat zou je dan doen?"
  • "Welk bewijs heb je, en welk bewijs spreekt het tegen?"
  • "Wat zou je tegen je kind zeggen als het dit over zichzelf zei?"

Wat de belegger merkt

Een overtuiging die voelde als een feit, wordt een idee dat ergens vandaan komt. Dat geeft ruimte. De nieuwe overtuiging wordt pas echt als de gedragsproef lukt; het besef komt meestal na de handeling, niet ervoor.

Wanneer ik het niet gebruik

Een overtuiging kan kloppen. "Ik kan nu niet beleggen" is voor iemand met schulden een realistische conclusie, geen beperking. Die verander ik niet, maar dan kijken we naar de financiële basis. Diepe overtuigingen die samenhangen met trauma of ernstige somberheid horen bij een zorgprofessional.

Oefenen met een proefklant

Kies 8.6. Laat je proefklant op een schaal van 0 tot 10 aangeven hoe waar de oude overtuiging voelt, doorloop de zeven stappen, en meet opnieuw, ook voor de nieuwe overtuiging. Spreek een gedragsproef af en vraag na een week wat die opleverde.

Verder lezen

Alle technieken · Sleight of Mouth · Logische niveaus · Tijdlijnwerk


Bijgewerkt: 14 september 2026. Auteur: Kees van Wanrooij, Belegger Kees. Status: Openbare werkversie; ik verbeter deze methode door haar te gebruiken en helder uit te leggen.