Beleggingsfilosofie: GARP en NLP bij Belegger Kees
De Belegger Kees Methode helpt je om beter naar aandelen te kijken. Ik combineer fundamentele analyse met NLP om betere keuzes te maken. Dit doe ik ook voor mezelf: door mijn werkwijze uit te schrijven, begrijp ik beter hoe ik onderzoek doe, wat mijn verwachtingen beïnvloedt en waarom ik de ene kans overtuigender vind dan de andere.
Ik zoek bedrijven met een hoge potentie voor groei waarvan ik inschat dat ze minder risico dragen dan de markt denkt. Daarvoor wil ik het bedrijf begrijpen, de prijs beoordelen en weten hoeveel vertrouwen ik in mijn verwachtingen kan hebben. Mijn methode biedt daar structuur voor aan. Je kunt mijn persoonlijke werkwijze als inspiratie gebruiken en onderzoeken welke onderdelen bij jou passen.
1.1 NLP, beleggen en mezelf modelleren
NLP staat hier voor neurolinguïstisch programmeren. Ik gebruik het om meer uit mezelf te halen en de wereld om mij heen beter te begrijpen. Daar horen taalpatronen bij, maar ook mijn overtuigingen, interne representaties, emoties en de manier waarop ik informatie verwerk. Het kunnen sturen van mijn "state" helpt mij ervoor de kiezen om als de beste versie van mezelf die dag aan het werk te gaan.
Bij modelleren onderzoek ik hoe gedrag tot stand komt. Bij beleggen kijk ik bijvoorbeeld terug naar de vragen die ik mezelf stelde, welke informatie mijn aandacht kreeg en hoe mijn vertrouwen zich ontwikkelde. Dat doe ik bij besluiten waar ik tevreden over ben en bij besluiten die achteraf tegenvielen. Een goede uitkomst kan geluk bevatten. Een tegenvallende uitkomst kan ook bij een zorgvuldig besluit horen.
Ik wil mijn manier van werken zo beschrijven dat ik mezelf erin herken. Als de beschrijving afwijkt van wat ik werkelijk doe, moet ik die beschrijving verbeteren. Daarbij blijft de bekende NLP-presuppositie gelden: de kaart is niet het gebied. Mijn geschreven methode is een model van mijn werkwijze en het blijft nodig om dat model aan de praktijk te toetsen.
Mijn werkwijze bij het modelleren bestaat uit deze onderdelen:
- Ik kies een concrete beslissing die ik beter wil begrijpen.
- Ik haal terug wat ik toen wist, zag, voelde en tegen mezelf zei.
- Ik beschrijf de volgorde van mijn afwegingen en de informatie die verschil maakte.
- Ik vergelijk dat met andere besluiten en zoek naar terugkerende patronen.
- Ik probeer de bruikbare onderdelen bij een volgend onderzoek toe te passen.
- Ik werk de beschrijving bij op basis van wat ik ervaar en wat anderen ermee kunnen.
In het volgende hoofdstuk over NLP-presupposities leg ik tien uitgangspunten uit met hun toepassing op beleggen. De geschiedenis van NLP beschrijft de ontwikkeling van het modelleerwerk en de verschillende stromingen.
1.2 Peter Lynch en Martin Shkreli als rolmodellen
Mijn beleggingsfilosofie is door twee rolmodellen geïnspireerd: Peter Lynch en Martin Shkreli. Van allebei heb ik onderdelen overgenomen die bij mijn manier van denken passen.
Peter Lynch
Bij Peter Lynch spreekt mij aan dat hij een bedrijf wil begrijpen vanuit wat het daadwerkelijk doet. Een product dat je kent of een markt waarin je ervaring hebt, kan een aanleiding zijn om verder te kijken. Vervolgens wil ik weten hoe dat bedrijf geld verdient, hoe het kan groeien en welke prijs ik voor die groei betaal.
Zijn benadering van groei tegen een redelijke prijs, GARP, past bij wat ik zoek. Ik wil een bedrijf de tijd geven om zich te ontwikkelen en blijf daarbij de onderliggende bedrijfsontwikkeling volgen. Fidelity beschrijft GARP als een combinatie van groei en waardering.
Martin Shkreli
Van Martin Shkreli spreekt mij het financiële modelleerwerk aan: een bedrijf vanuit de jaarrekening doorrekenen en begrijpen welke aannames de uitkomst bepalen. Ik wil kunnen teruggaan van de waarde in mijn model naar de omzet, kosten, investeringen en financiering die daaronder liggen.
Mijn eigen methode
In mijn methode komen het bedrijfsbegrip, de groeiverwachting en het modelleerwerk samen. NLP en beleggingspsychologie helpen mij om te onderzoeken hoe ik die informatie interpreteer. Ik leg geen tegenstelling tussen gevoel en cijfers. Veel prognoses zijn uiteindelijk een gevoel over feiten: ik heb informatie, beoordeel die en maak een inschatting van een onzekere toekomst.
1.3 De vijf elementen in mijn afweging
De omzet in parameters
Ik heb altijd gevoel gehad voor getallen. Berekeningen spreken mij aan, omdat ik daarmee kan onderzoeken wat een verandering betekent. Het helpt mij om de omzet van een bedrijf terug te brengen tot een paar variabelen die ik afzonderlijk kan begrijpen.
Bij een sportschoolketen kan dat bijvoorbeeld zijn: het gemiddelde aantal clubs in het jaar, het gemiddelde aantal leden per club en de jaarlijkse omzet per lid. Bij een softwarebedrijf kan ik naar klanten, omzet per klant, nieuwe contracten en klantverloop kijken.
Hierbij schat ik in hoeveel ruimte er nog is om te groeien door te kijken wat de individuele parameters die onder de motorkap zitten nog kunnen bewegen.
De operationele hefboom
Ik zoek bewust bedrijven waar de kosten grotendeels vastliggen en de omzet kan groeien zonder dat de kosten meegroeien. Een club kost een bedrag om te openen en te draaien. Elk extra lid daarboven is bijna volledig marge.
De vraag is dus niet hoeveel omzet een bedrijf maakt, maar wat er met de winst gebeurt als de omzet verdubbelt. Bij een bedrijf met echte hefboom stijgt de winst veel harder dan de omzet. Bij een bedrijf zonder hefboom stijgen de kosten even hard mee en levert groei niets op voor de aandeelhouder.
De analisten verslaan
Een koersdoel van een analist geeft mij weinig zekerheid over de toekomst. Ik wil liever begrijpen wie die analist is, welke bedrijven hij volgt en hoe zijn verwachtingen tot stand komen.
Daarom kijk ik naar zijn werkgever, opleiding, sectorervaring, eerdere analyses en de vragen die hij tijdens openbare gesprekken stelt. Ook zijn dekkingslijst telt mee: iemand die veel bedrijven volgt, moet zijn aandacht verdelen. Hoeveel uren hij werkelijk aan een aandeel besteedt, kan ik daar niet zomaar uit afleiden.
Met de portefeuille van een analist bedoel ik hier de bedrijven die hij beroepsmatig volgt. Zijn persoonlijke beleggingen zijn iets anders en zijn meestal niet bekend. Ik leg uitsluitend openbare, relevante beroepsinformatie vast.
Mijn kennis van taalgebruik en NLP is een mogelijke voorsprong die ik verder wil ontwikkelen. Wat ik hiermee wil laten zien, is welke vraag ik dankzij deze aanpak stel en welk verschil dat in mijn onderzoek maakt. De praktische onderzoeksvragen staan bij analistenonderzoek en hulpmiddelen.
De prijs-kwaliteitmatrix
Mijn prijs-kwaliteitmatrix helpt mij om verwacht intern rendement te vergelijken met het risico dat ik daarvoor neem. Met kwaliteit bedoel ik ook hoe voorspelbaar de bedrijfsontwikkeling is en hoeveel vertrouwen ik in mijn verwachtingen heb.
Een lager geprijsd bedrijf is dus niet automatisch de beste kans. Ik kan meer vertrouwen hebben in een ander bedrijf met een lager verwacht rendement. Naarmate mijn onderzoek vordert, kan ik beter inschatten waar ieder aandeel in de matrix hoort.
Hierbij weiger ik de volle prijs voor perfecte kwaliteit te betalen en zoek ik naar de beste verhouding die op dat moment beschikbaar is. In het waarderingshoofdstuk werk ik uit hoe ik intern rendement en risico naast elkaar zet.
De groei die ik zoek
Als richtlijn zoek ik ruimte om de omzet in tien jaar drie tot vijf keer groter te maken. Dat komt neer op ongeveer 11,6 tot 17,5 procent gemiddelde samengestelde groei per jaar. De berekening is:
CAGR = (omzet in jaar 10 / omzet vandaag)^(1/10) - 1
3^(1/10) - 1 = 11,6%
5^(1/10) - 1 = 17,5%
CAGR betekent dat ik de totale groei uitdruk als één gemiddeld jaarlijks groeipercentage. Het bedrijf hoeft niet elk jaar precies even hard te groeien.
Het maakt hierbij niet uit of dit om omzet, winst of vrije kasstroom gaat. De winst kan niet oneindig sneller blijven groeien dan de omzet. Uiteindelijk moeten alle drie deze grootheden dezelfde kant op blijven bewegen om een investering aantrekkelijk te maken.
Het rendement voor een aandeelhouder hangt daarnaast af van marges, verwatering, uitkeringen en de waardering die de markt eraan geeft. Groei die samengaat met multiple-expansie kan een veelvoud mogelijk maken. Een multiple is bijvoorbeeld de koers-winstverhouding. Een 10-bagger betekent dat de koers tien keer zo hoog wordt. Multiple-expansie kan daarbij helpen, maar uiteindelijk is dit altijd een combinatie van groei van het bedrijf en groei van de prijsmultiple, die de publieke opinie over het bedrijf weerspiegelt.
Mijn ambitie voor rendement is een persoonlijke ambitie. Ik maak daar geen vaste omzetregel of belofte aan de lezer van.
1.4 Wat Basic-Fit voor mijn methode betekent
Basic-Fit is een voorbeeld waarmee ik mijn eigen analyseproces onderzoek. Het clubmodel past bij mijn voorkeur om omzet in concrete variabelen uit te schrijven. Ik wil begrijpen hoeveel sportscholen mogelijk zijn, hoe ledenaantallen zich ontwikkelen en wat de opbrengst en kosten per club betekenen voor de kasstroom.
Ik schrijf de omzet van Basic-Fit uit in drie variabelen:
aantal clubs x leden per club x omzet per lid
Dat model laat mij zien dat er nog plekken zijn waar Basic-Fit een club kan openen of overnemen, zowel in bestaande markten als door toetreding tot nieuwe markten. Hoeveel dat er zijn en wat ze opbrengen blijft een schatting van mij.
Mijn eigen gedachte is op dit moment om pas te verkopen rond de 50 euro per aandeel. Die gedachte komt uit mijn verwachting voor het aantal clubs en de financiën per club, naast wat ik in de koersgeschiedenis zie.
Let op wat dit wel en niet is. De 50 euro is mijn persoonlijke verkoopgedachte in september 2026, gebaseerd op mijn eigen aannames en mijn eigen situatie. Het is geen koersdoel, geen voorspelling en geen advies om te kopen, te verkopen of aan te houden. Nieuwe informatie, een andere prijs of een beter alternatief kunnen mijn afweging veranderen; zie Instappen, aanhouden en verkopen. Wat bij jou past, kan ik niet weten.
Als mijn onderzoek en verwachtingen nog kloppen, zie ik tijd als een bondgenoot. De gedachte dat de aandelenmarkt vijf jaar gesloten zou zijn, helpt mij om te beoordelen of ik het bedrijf zelf wil bezitten. Bij veranderde omstandigheden beoordeel ik mijn verwachting opnieuw.
Naar Basic-Fit kijken wel Nederlandse aandelenanalisten, terwijl de grote Amerikaanse zakenbanken het bedrijf minder dicht volgen. Ik zie dat als mogelijke ruimte voor multiple-expansie. Dat is een verwachting van mij en geen vaststelling, en het aantal analisten dat een bedrijf volgt verandert in de tijd.
1.5 Wat ik leer van Adobe, Novo Nordisk en Adyen
Mijn beleggingsreis bestaat niet alleen uit bedrijven die goed uitpakken. Adobe, Novo Nordisk en Adyen laten mij zien hoe belangrijk het is om terug te kijken naar mijn eigen aannames. Ik wil niet alleen weten wat de koers daarna deed. Ik wil begrijpen wat ik wist, welke informatie ik zwaarder had moeten wegen en welke vraag ik de volgende keer eerder moet stellen.
Bij Adobe kijk ik naar de verhouding tussen de ontwikkeling van het bedrijf en de multiple die de markt ervoor wil betalen. Een bedrijf kan winst blijven laten groeien terwijl de multiple daalt. De onderneming gaat dan vooruit, maar het aandeel hoeft niet mee te bewegen. Ik wil daarom niet alleen naar groei kijken, maar ook naar de waardering die de markt bereid is te betalen.
Bij Novo Nordisk kijk ik terug naar informatie en politieke ontwikkelingen die ik onvoldoende had meegenomen. Bij Adyen wil ik beter begrijpen wat er rond handelspolitiek en internationale onzekerheid bekend was op het moment van mijn afweging. Ieder dossier heeft een eigen tijdlijn. Daarom maak ik van deze lessen geen algemeen verhaal dat iedere koersbeweging verklaart.
Een fout is voor mij een kans om iets te leren. Dat lukt alleen als ik terugga naar de informatie die toen beschikbaar was. Achteraf lijkt een uitkomst vaak logisch. Tijdens het onderzoek was die uitkomst nog niet bekend.
1.6 De categorieën van Lynch
Elk aandeel dat ik analyseer, deel ik eerst in bij een categorie. Die keuze bepaalt wat ik van het aandeel mag verwachten en wanneer ik verkoop, en een verkeerde indeling is duur.
| Categorie | Groei | Verwachting |
|---|---|---|
| Fast grower | Boven 20 procent per jaar | Mijn hoofdcategorie. Hier zit de kans op 10-baggers |
| Stalwart | 10 tot 20 procent per jaar | Solide, 30 tot 50 procent koerswinst realistisch |
| Turnaround | Van verlies naar winst | Hoog risico, alleen als de schuld beheersbaar is |
| Cyclical | Wisselend, volgt de cyclus | Timing bepaalt alles. Kopen in het dal |
| Slow grower | Onder 10 procent per jaar | Een dividendspel zonder veelvoud |
1.7 GARP in de praktijk
GARP staat voor growth at a reasonable price, oftewel groei tegen een redelijke prijs. Het is geen compromis tussen groei en waarde. Het is de erkenning dat groei tegen elke prijs speculatie is en dat waarde zonder groei een langzame dood is.
Mijn vijf regels:
Regel 1. Ik betaal nooit meer dan anderhalf keer de verwachte groei, dus een PEG-ratio onder 1,5. Onder 1,0 wordt het aantrekkelijk.
Regel 2. De groei moet structureel zijn en niet eenmalig. Een inhaaleffect na corona, een subsidie of een overname is geen groei maar een boekhoudkundig verschijnsel.
Regel 3. Het bedrijf moet operationele hefboom laten zien. De EBIT-marge moet stijgen als de omzet groeit. Stijgen de kosten even hard mee, dan is er geen schaalvoordeel en verdien ik als aandeelhouder niets aan de groei.
Regel 4. Ik moet het bedrijf beter kunnen begrijpen dan de analisten die het volgen. Lukt dat niet, dan heb ik geen voorsprong, en zonder voorsprong koop ik niet.
Regel 5. Ik koop alleen als mijn berekende waarde minimaal dertig procent boven de huidige koers ligt. Die marge is er niet om winst te maken maar om mijn eigen fouten op te vangen.
1.8 De NLP-technieken die ik echt gebruik
NLP is voor mij geen theoretisch kader, maar gereedschap. Iedere techniek moet iets opleveren dat ik in een dossier kan opschrijven en dat mijn afweging kan veranderen. Als dat niet lukt, gebruik ik de techniek niet.
Per techniek wil ik weten wat ik doe, wat het mij oplevert, wanneer ik het gebruik en wat ik vastleg. Ik gebruik taal nooit als leugendetector of als bewijs dat iemand een bepaalde intentie heeft. Taal geeft mij een betere vraag om te onderzoeken.
1.8.1 Metamodelvragen op earnings calls
Bij uitspraken van het bestuur zoek ik naar wat nog ontbreekt. Als iemand zegt dat de markt moeilijk is, vraag ik mij af: moeilijk waarin precies, voor wie, in welke regio en in welke productlijn? Als het bestuur tevreden is met de resultaten, wil ik weten waarmee het wordt vergeleken en waar het zelf nog ontevreden over is.
Zo krijg ik mijn risico's en bear case scherper. Een antwoord met cijfers, definities en een duidelijke periode is makkelijker te beoordelen dan een algemeen antwoord. Blijft een vraag open, dan zoek ik het antwoord in het jaarverslag, de kwartaalcijfers of de volgende earnings call.
Tijdens de snelle analyse scan ik meestal alleen de laatste call. In de uitgebreide analyse vergelijk ik meer calls. In mijn dossier zet ik het citaat, de open vraag en het cijfer of document waar ik het antwoord verwacht te vinden. Die lijst wordt later mijn checklist bij nieuwe kwartaalcijfers.
1.8.2 Milton-modelpatronen herkennen
Ik let op taal die geruststelt zonder mij veel informatie te geven. Zinnen als "groei is onze prioriteit", "we optimaliseren de operatie" of "onze klanten waarderen ons product" roepen bij mij vragen op. Welke groei? Welke verbetering? Welke klanten, hoeveel klanten en hoe is dat gemeten?
Een vage formulering bewijst niet dat een bestuur iets verbergt of de onderneming niet begrijpt. De formulering kan ook bij een kort persbericht, een vertaling of een andere verslagstijl passen. Voor mij is het een signaal om te zoeken naar concrete acties, cijfers en meetpunten.
Bij investorpresentaties en de managementbeoordeling vergelijk ik daarom hoeveel concrete informatie naast algemene formuleringen staat. Ik kijk vooral of de verhouding over meerdere kwartalen verandert. Een verschuiving naar minder concrete uitleg is een onderzoeksvraag, geen conclusie op zichzelf.
1.8.3 Zintuiglijke taal en het VAK-model
Het VAK-model geeft mij woorden om visuele, auditieve en gevoelsmatige taal op te merken. Iemand kan spreken over wat hij ziet, wat hij hoort of wat hij voelt. Ik gebruik dat niet om iemand in een vast type te plaatsen. Eén woord vertelt mij niets over iemands karakter, betrouwbaarheid of financiële beheersing.
De bruikbare toepassing zit voor mij in de vergelijking met iemands eigen basislijn. Als een bestuurder normaal gesproken concrete aantallen en zichtbare mijlpalen noemt, maar later vooral over gevoel en vertrouwen spreekt, wil ik weten wat er is veranderd. Ook kijk ik of de toelichting past bij de functie. Van een financieel directeur verwacht ik bij financiële onderwerpen uiteindelijk meetbare uitleg, niet alleen een indruk.
Ik gebruik dit ook als zelfcheck. Als ik vooral zeg dat een aandeel goed voelt of dat ik het zie zitten, moet ik terug naar mijn cijfers en aannames. Ik vraag mezelf dan af: kan ik het uitschrijven, kan ik het uitleggen en klopt het in de cijfers?
Bij de managementbeoordeling noteer ik per bestuurder hoogstens een korte observatie per kwartaal. De verandering in de tijd is interessanter dan één losse formulering.
1.8.4 De tweede positie: analisten doorgronden
Ik probeer mij te verplaatsen in de analisten die een aandeel volgen. Ik kijk hoeveel analisten er zijn, welke sector zij volgen, welke openbare vragen zij stellen en welke onderwerpen zij steeds terug laten komen. De belangrijkste vraag is soms wat zij niet vragen.
Dat helpt mij om mijn eigen onderzoek te richten. Als iedereen naar omzetgroei kijkt en weinig mensen vragen naar winstgevendheid per locatie, dan weet ik waar ik dieper wil graven. Dat bewijst niet dat ik een voorsprong heb. Die ontstaat pas als ik een controleerbare vraag beter kan beantwoorden dan wat al openbaar zichtbaar is.
In mijn dossier noteer ik de beschikbare analistendekking, de openbare vragen die voor mijn model relevant zijn en het onderwerp waar ik zelf verder onderzoek naar wil doen. De uitwerking staat bij analistenonderzoek.
1.8.5 Zelfmanagement: sturen op de uitkomst
Tijd is mijn grootste bezit. Ik kan mezelf verliezen in details en twintig uur aan een aandeel besteden zonder een beslissing te nemen. Dat gebeurt meestal wanneer ik zonder duidelijk eindpunt begin en alleen blijf verzamelen.
Ik los dat niet op met een timer. Ik bepaal vooraf welke uitkomst er aan het einde van een sessie moet liggen. Dat kan een Go of No Go voor verder onderzoek zijn, een beantwoorde vraag over schuld of een korte vergelijking tussen twee kandidaten.
Daarna doe ik eerst de test die een aandeel snel en goedkoop kan laten afvallen. Ik leg vast waaraan ik kan zien dat de taak klaar is. Als ik dezelfde bron voor de derde keer open, een template ga verbouwen in plaats van invullen of alleen nog droom over een mogelijke koersstijging, stop ik. Ik schrijf op wat mij blokkeert en kies bewust tussen beslissen met wat ik heb of parkeren met een datum erbij.
Mijn houding telt ook mee. Verzamelen voelt als werken, maar heeft geen natuurlijk einde. Filteren is minder prettig en eindigt in een beslissing. Voor ik begin, controleer ik daarom of ik rustig genoeg ben, mijn telefoon weg ligt en ik weet wat ik wil afronden. De incheck en het vastloop-protocol helpen mij daarbij.
1.9 De vijf kernvragen
Deze vijf vragen gebruik ik voordat ik een aandeel diep onderzoek. Een onbeantwoord antwoord betekent niet automatisch dat ik voor altijd afwijs. Het betekent wel dat ik nog geen sterke genoeg reden heb om door te gaan of dat ik precies weet wat ik eerst moet uitzoeken.
Kan ik het bedrijfsmodel in twee minuten uitleggen?
Als ik niet eenvoudig kan uitleggen wat een bedrijf doet, hoe het geld verdient en waarom een klant betaalt, begrijp ik het zelf nog niet goed genoeg. De test gaat niet over de eenvoud van het bedrijf, maar over de diepte van mijn begrip.
Kan de omzet in tien jaar drie tot vijf keer groeien zonder onrealistische aannames?
Ik beantwoord deze vraag met het parametermodel. Ik onderzoek per variabele waar de ruimte en de begrenzing zit. Kom ik alleen bij de gewenste groei uit wanneer alle variabelen tegelijk hun maximale waarde halen, dan is mijn uitgangspunt te optimistisch.
Waarom wil de markt dit aandeel niet?
Ik zoek de bear case die al in openbare informatie, analistenvragen of het koersverloop zichtbaar is. Ik wil die in mijn eigen woorden kunnen uitleggen voordat ik denk dat ik hem kan weerleggen. Kan ik dat niet met feiten en redenering, dan heb ik nog geen goede eigen beleggingsthese.
Stijgt de winst harder dan de omzet als het bedrijf groeit?
Ik onderzoek of er operationele hefboom en schaalvoordeel mogelijk zijn. Zonder die ontwikkeling kan omzetgroei voor mij als aandeelhouder minder opleveren dan de kopcijfers doen vermoeden. Ik kijk daarbij ook naar investeringen, verwatering en kasstroom.
Heb ik iets toe te voegen naast de analisten die dit aandeel volgen?
Ik kijk naar het type bedrijf, het aantal analisten, hun sectorspecialisatie en de tijd die ik zelf in het onderzoek steek. Ik vraag mij af of ik de toelichtingen lees die anderen overslaan en of ik een belangrijke variabele verder uitwerk dan in de openbare discussie gebeurt. Als ik daar geen helder antwoord op heb, moet ik niet doen alsof ik al een voorsprong heb.
Verder lezen
Alle hoofdstukken · De Belegger Kees Methode · NLP-presupposities · Bronnen en redactionele werkwijze
In English: This chapter explains how Kees van Wanrooij combines GARP, practical NLP techniques, analyst research and self-management in his personal stock-analysis method.
Bijgewerkt: 13 september 2026. Auteur: Kees van Wanrooij, Belegger Kees. Status: Openbare werkversie; ik verbeter deze methode door haar te gebruiken en helder uit te leggen.