Belegger Kees. Doe de quiz

Uitgebreide aandelenanalyse: van bedrijfsmodel tot rapport

In de uitgebreide analyse wil ik een bedrijf zo goed begrijpen dat ik mijn verwachtingen kan uitleggen en vergelijken met andere kansen. Ik onderzoek waardoor omzet en winst kunnen groeien, welke risico's ik neem en wat de huidige prijs daarvan al veronderstelt.

Naarmate het onderzoek vordert, kan ik de plek van een aandeel in mijn prijs-kwaliteitmatrix beter inschatten. Die ontwikkeling is belangrijker dan het aantal uren dat ik eraan besteed. Dit hoofdstuk laat je zien welke vragen ik daarvoor stap voor stap onderzoek.

5.1 Hoe diep ik onderzoek doe

Na de snelle analyse beoordeel ik of ongeveer twintig uur verder onderzoek goed besteed kan zijn. Dat is een eerste inschatting van de volgende onderzoeksinspanning, geen vaste omvang voor het hele dossier.

Sommige bedrijven vragen meer tijd. Als ik na vijftig uur onderzoek nog een relevante vraag heb, kan het zinvol zijn om verder te modelleren. Bijvoorbeeld wanneer het bedrijf aan het einde van jaar 11 nog niet in een voldoende stabiele fase zit en de eindwaarde te veel invloed heeft.

Ik leg geen vast aantal analyses of uren per jaar op. Ik kijk naar de kansen, de openstaande vragen en de tijd die ik beschikbaar heb. Ik wil mijn tijd goed besteden en de methode verder ontwikkelen door haar te gebruiken.

5.2 De negen fasen

De negen fasen geven mij een overzicht van het werk. Ik kan ertussen teruggaan wanneer nieuwe informatie mijn eerdere beeld verandert. Per fase leg ik vast wat ik heb geleerd en welke vraag nog openstaat.

Fase 1: documenten verzamelen

Ik verzamel jaarverslagen, kwartaal- of halfjaarberichten, presentaties en openbare opnames of transcripts. Waar beschikbaar neem ik ook informatie over beloning, schuldvoorwaarden en insidertransacties mee.

Ik maak een bronnenlijst met publicatiedatum, verslagperiode, vindplaats en het onderwerp waarvoor ik de bron gebruik. Een transcript kan bijvoorbeeld relevant zijn voor uitspraken over ledenaantallen of een eerdere margeprognose.

Als een bron niet toegankelijk is, noteer ik dat. Een samenvatting kan mij verder helpen, maar ik behandel die niet alsof ik het originele document zelf heb gelezen.

Fase 2: het bedrijfsmodel

Ik werk het parametermodel uit vanuit het bedrijf. Hoe hangen volumes, prijzen, klanten of locaties samen? Wat verklaart de historische groei en welke ontwikkeling verwacht ik per variabele?

Daarbij let ik op de samenhang. Meer klanten kunnen een lagere gemiddelde opbrengst betekenen. Nieuwe locaties kunnen bestaande locaties beïnvloeden. Prijsverhogingen kunnen klantverloop oproepen.

Ik schrijf daarom niet alleen een eindstand op. Ik maak zichtbaar hoe het bedrijf daar volgens mijn verwachting kan komen en wat ervoor nodig is.

Fase 3: sector, concurrentie en analisten

Ik kijk naar concurrenten, marktaandelen, toetredingsmogelijkheden en het gedrag van klanten. Het gaat om de vraag hoeveel ruimte het bedrijf heeft om zijn plannen uit te voeren.

Daarna onderzoek ik de analisten die het aandeel volgen. Hun opleiding, werkervaring en dekkingslijst kunnen helpen hun perspectief te begrijpen. Ik vergelijk hun openbare vragen en aannames met de onderwerpen die voor mijn model belangrijk zijn.

Een ontbrekende vraag in een call bewijst niet dat niemand dat onderwerp heeft onderzocht. Ik noteer wat in de beschikbare bronnen zichtbaar is. De open vragen voor verdere dataverzameling staan bij analistenonderzoek.

Fase 4: het financiële model

Ik bouw de omzet op vanuit het parametermodel. Daarna volgen kosten, afschrijvingen, rente, belasting, investeringen, werkkapitaal en financiering. Ik gebruik de beschikbare historie om te begrijpen welke veranderingen aannemelijk zijn.

Tien historische jaren zijn een bruikbaar richtpunt wanneer die informatie bestaat en vergelijkbaar is. Een jonger bedrijf heeft een kortere historie. Ook een overname of gewijzigde boekhouding kan vergelijkbaarheid beperken.

Mijn basisprognose loopt over jaren 1 tot en met 11. Jaar 0 bevat de huidige investering. Een eindwaarde op basis van een koers-winstverhouding hoort bij de aandelenwaarde; kasstroom naar alle financiers vraagt een andere verwerking. Die aansluiting staat uitgewerkt in het DCF-model.

AI kan helpen met formules en de opbouw. Ik wil de berekeningen kunnen volgen en kunnen uitleggen waarom een aanname verandert.

Fase 5: waardering en vergelijking

Ik reken door wat mijn verwachtingen betekenen voor waarde en intern rendement. Mijn uitgangspunt is een aannemelijke exit multiple aan het einde van jaar 11. Gordon Growth gebruik ik als aanvullende controle op de eindwaarde.

Ik vergelijk een tegenvallend, midden- en gunstig scenario. De discount rate ligt in mijn gebruikelijke afweging ongeveer tussen 8 en 12 procent, afhankelijk van mijn inschatting van het risico. Een bijzonder geval kan een andere aanpak vragen.

Daarna kijk ik opnieuw naar de prijs-kwaliteitmatrix. Is het extra verwachte rendement de extra onzekerheid waard? Welke andere kandidaat geeft mij meer vertrouwen? Een modeluitkomst beantwoordt die vragen niet zelfstandig.

Fase 6: risico en rode vlaggen

Ik onderzoek waar het verhaal kan tegenvallen. De bear case uit de snelle analyse is een begin. Hier verbind ik de zorgen aan de cijfers, de financiering en de concurrentiepositie.

Onderwerp Wat ik verder onderzoek
Boekhouding Omzetverantwoording, eenmalige posten, verschillen tussen winst en kasstroom, gewijzigde cijfers
Bestuur Kapitaalallocatie, beloning, wisselingen, eerdere toezeggingen en belangen
Balans en financiering Schuldlooptijden, rentelasten, convenanten, liquiditeit en mogelijke verwatering
Bedrijfsvoering Klant- en leveranciersconcentratie, capaciteit, productrisico en afhankelijkheid van markten
Groei en waardering Benodigde investeringen, marges, aandelenbeloning en verwachtingen in de multiple

Ik tel niet automatisch tot drie om daarna af te wijzen. Eén ernstig financieringsprobleem kan meer betekenen dan drie kleinere onzekerheden. Ik leg uit hoe een vondst mijn risico-inschatting verandert.

Fase 7: management en taalgebruik

Ik vergelijk beloofde en gerealiseerde resultaten. Daarna kijk ik naar hoe het bestuur daarover communiceert en welke vragen analisten stellen.

Vier opeenvolgende calls kunnen een bruikbare reeks zijn. Ik gebruik waar mogelijk dezelfde spreker en vergelijkbare onderdelen. Opnames, transcriptkwaliteit en vertalingen kunnen invloed hebben op wat ik zie.

Ik onderzoek bijvoorbeeld een verschuiving van concrete doelen naar algemene verwachtingen, een onderwerp dat niet meer terugkomt of een toelichting waarin een belangrijke maatstaf ontbreekt. Vervolgens zoek ik of cijfers of andere bronnen mijn vermoeden ondersteunen.

Fase 8: voorwaarden voor mijn besluit

Ik schrijf op bij welke combinatie van prijs, verwacht rendement en risico ik het aandeel aantrekkelijk vind voor mijn eigen afweging. Daarbij hoort wat mijn verwachting zou veranderen.

Ook leg ik vast welke ontwikkelingen ik later wil volgen: de belangrijkste operationele variabele, financiering of bijvoorbeeld een mijlpaal bij een product. Eén kerncijfer kan mij helpen focussen, maar ik blijf ook andere wezenlijke ontwikkelingen bekijken.

Als het dossier voldoende is uitgewerkt maar de prijs nog niet past, krijgt de kandidaat een plek op mijn watchlist. Ik vermeld de datum van de waardering en het volgende controlemoment. Onvoltooid onderzoek blijft als onderzoek herkenbaar. Mijn keuze blijft afhankelijk van de andere kansen en mijn persoonlijke situatie.

Fase 9: rapportage

Ik schrijf mijn aandelenanalyse of onderzoeksrapport uit. Daarin wordt zichtbaar hoe ik van informatie naar verwachtingen en een afweging ben gekomen.

Een lezer moet de rekenstappen kunnen volgen, kunnen zien waar ik onzeker ben en begrijpen waarom ik een risico anders beoordeel dan de markt. Een uitkomst waarin ik besluit niet verder te gaan kan eveneens leerzaam zijn.

De opbouw staat in rapportage. Ik bepaal apart welke delen van een werkdossier geschikt zijn voor publicatie.

5.3 NLP toepassen op openbare communicatie

NLP staat hier voor neurolinguïstisch programmeren. De uitgangspunten achter de taalpatronen hieronder staan in NLP en beleggen.

Metamodelvragen

Bij een uitspraak zoek ik naar informatie die nodig is om de betekenis concreet te maken. Welke klantgroep? Welke regio? Vergeleken met welke periode? Hoe leidt de genoemde actie tot het verwachte resultaat?

Ik noteer de oorspronkelijke uitspraak, vindplaats en mijn vraag. Zo kan ik later controleren of de informatie alsnog beschikbaar is gekomen.

Algemene en overtuigende taal

Het Milton-model helpt mij letten op formuleringen die meerdere interpretaties toelaten. Een uitspraak over vertrouwen in groei kan verschillende verwachtingen bij luisteraars oproepen.

Ik probeer vast te stellen welke invulling er daadwerkelijk wordt gegeven. Een algemene formulering kan passen bij de context. Ik maak er geen beschuldiging van wanneer ik de reden niet ken.

Verandering ten opzichte van eerdere uitspraken

Ik kijk naar de eigen basislijn van een spreker. Is de gekozen tijdshorizon anders? Wordt een eerder belangrijk onderwerp nog behandeld? Wordt onzekerheid concreet uitgelegd?

Ik kan visuele, auditieve en gevoelswoorden noteren als onderdeel van die waarneming. Ze bewijzen op zichzelf niets over eerlijkheid of deskundigheid.

Een ander perspectief innemen

Ik probeer de redenering van de analist en het bestuur te begrijpen voordat ik mijn eigen oordeel erop leg. Welke informatie hebben ze nodig voor hun werk? Welke doelen en verantwoordelijkheden spelen een rol?

Ik werk met wat zij openbaar hebben gezegd of geschreven. Ik kan hun innerlijke afweging niet rechtstreeks waarnemen.

5.4 Wat verdere verdieping kan toevoegen

Na veel onderzoek kan een model verfijnder worden. Ik kan landen of vestigingen afzonderlijk modelleren, meer calls vergelijken, schuldscenario's uitwerken of jaren 12 tot en met 15 toevoegen.

Ik doe dat wanneer het mijn afweging kan verbeteren. Meer detail kan ook nieuwe aannames toevoegen. Daarom wil ik kunnen uitleggen welk probleem de extra uitwerking oplost.

Dat geldt vooral voor de eindwaarde. Als het aandeel van de contante eindwaarde te groot is voor mijn vertrouwen in die aanname, onderzoek ik wat er na jaar 11 nog moet veranderen. Meer jaren modelleren helpt alleen als ik die ontwikkeling zinvol kan onderbouwen.

5.5 Wanneer het dossier bruikbaar is

Het dossier is bruikbaar als ik het bedrijf, mijn scenario's en de belangrijkste risico's kan uitleggen en de kans kan vergelijken met alternatieven. De bronnen, berekeningen en open vragen moeten daarbij terug te vinden zijn.

Ik kan vervolgens beslissen verder te onderzoeken, te blijven volgen of mijn aandacht te verleggen. Mijn rapportage beschrijft die afweging en blijft aanpasbaar wanneer nieuwe informatie daarom vraagt.

Verder lezen

Alle hoofdstukken · De Belegger Kees Methode · Bronnen en redactionele werkwijze

In English: Kees investigates a company through nine connected research phases. Financial modelling, analyst coverage, management communication and scenario analysis improve the comparison of expected return and risk. Research depth varies with the opportunity and unresolved questions.


Bijgewerkt: 13 september 2026. Auteur: Kees van Wanrooij, Belegger Kees. Status: Openbare werkversie; ik verbeter deze methode door haar te gebruiken en helder uit te leggen.