Finance: banken, verzekeraars, vermogensbeheer en vastgoed
Finance zijn de banken, verzekeraars, vermogensbeheerders, brokers, leasemaatschappijen en vastgoedbedrijven. Bij deze bedrijven is geld zelf de grondstof, en daardoor werken mijn gewone kengetallen hier niet. Schuld is voor een bank geen risico naast het bedrijf, maar het bedrijf zelf; een debt to equity ratio of een EV/EBITDA zegt dus weinig. In plaats daarvan kijk ik naar rentemarge, kredietverliezen, kapitaalbuffers, de verhouding tussen premies en schades, of de waarde van het vastgoed tegenover de schuld. Een financiële instelling kan jarenlang winst tonen en dan in een paar maanden in de problemen komen als het vertrouwen wegvalt. Waar ik op let: kapitaal en liquiditeit, de kwaliteit van de bezittingen op de balans, afhankelijkheid van de rente, en toezichthouders die kunnen ingrijpen in dividend en groei.
In English: Finance covers banks, insurers, asset managers, brokers, leasing companies and real estate. Money is the raw material, so standard ratios such as debt to equity and EV/EBITDA do not apply. Kees screens the sector in its own universe H, with separate variants for banks and insurers, real estate, and other financial services, and also sees it in the country lists. Key checks are capital and liquidity, asset quality, interest-rate sensitivity and regulatory limits.
Hoe deze sector in mijn universums valt
Finance heeft een eigen universum, H, omdat de filters van A en mijn DCF-model niet op deze bedrijven zijn gebouwd. Banken en verzekeraars staan in H1; Real Estate Investment Trusts en Real Estate Development in H2; Investment Managers, Investment Banks/Brokers, Insurance Brokers/Services, Financial Conglomerates en Finance/Rental/Leasing in H3. In de drie landenlijsten staat de sector ook aan. Een kandidaat uit H analyseer ik met een ander model, zoals een dividendmodel of een waardering op de verhouding tussen koers en boekwaarde tegenover het rendement op eigen vermogen.
De industrieën
Major Banks
De grote banken met particuliere klanten, bedrijfsleningen, zakenbankieren en vermogensbeheer onder één dak. Het rendement op eigen vermogen tegenover de koers-boekwaardeverhouding is de klassieke waarderingsvraag. Ik let op de kernkapitaalratio, op de rentemarge en de gevoeligheid voor de rente, op kredietverliezen en de voorzieningen daarvoor, op boetes en rechtszaken, en op de vraag welk deel van de winst uit stabiele activiteiten komt en welk deel uit handel.
Regional Banks
Regionale banken met vooral lokale leningen en spaargeld. Hun winst hangt sterk af van de rentemarge, en ze hebben vaak een grotere concentratie in bijvoorbeeld commercieel vastgoed. Ik let op het deel van het spaargeld boven het bedrag dat het depositogarantiestelsel dekt, want dat geld loopt als eerste weg als het vertrouwen daalt, op ongerealiseerde verliezen op obligaties, op concentratie in één soort lening of regio, en op de kosten van spaargeld als de rente stijgt.
Savings Banks
Spaarbanken, met vooral hypotheken en spaargeld. Het model is eenvoudig, maar gevoelig voor het verschil tussen de lange rente op hypotheken en de korte rente op spaargeld. Ik let op die rentegevoeligheid, op de kwaliteit van de hypotheekportefeuille, en bij omgezette coöperaties op het overtollige kapitaal dat na de beursgang kan worden uitgekeerd.
Property/Casualty Insurance
Schadeverzekeraars voor bijvoorbeeld auto, woning, bedrijven en aansprakelijkheid. Ze verdienen op twee manieren: aan de verzekering zelf, gemeten met de combined ratio, en aan de belegging van premies die zijn ontvangen voordat de schade wordt betaald. Een combined ratio onder 100 procent betekent winst op de verzekering zelf. Ik let op de reserves voor schades die nog niet zijn gemeld, en of die in het verleden vaak moesten worden verhoogd, op blootstelling aan natuurrampen, op herverzekering, en op de premiecyclus, waarin prijzen na grote schades stijgen en daarna weer onder druk komen.
Multi-Line Insurance
Verzekeraars met zowel schade- als levensverzekeringen, vaak internationaal. De optelsom van onderdelen maakt ze moeilijker te doorgronden. Ik let op de bijdrage per onderdeel, op de solvabiliteit onder de regels van de toezichthouder, op de gevoeligheid voor rente en aandelenkoersen, en onder IFRS 17 op de contractuele servicemarge, de winst die in bestaande contracten is opgeslagen en in de jaren daarna vrijvalt.
Life/Health Insurance
Levens-, pensioen- en ziektekostenverzekeraars. Hun verplichtingen lopen tientallen jaren, dus aannames over rente, sterfte en gezondheid bepalen de winst. Ik let op de rentegaranties in oude polissen, op de beleggingsportefeuille die de verplichtingen moet dekken, op overdrachten van oude portefeuilles aan andere partijen, en op de moeilijkheid om als buitenstaander te controleren of de aannames realistisch zijn.
Specialty Insurance
Verzekeraars voor bijzondere risico's, zoals scheepvaart, kredietverzekering of cyberrisico's. De marges kunnen hoger zijn, maar de schades zijn minder voorspelbaar. Ik let op de concentratie van risico's, op de ervaring van de mensen die de risico's beoordelen, en op één grote schade die de winst van meerdere jaren kan wegvagen.
Insurance Brokers/Services
Tussenpersonen en dienstverleners voor verzekeraars. Ze dragen zelf geen verzekeringsrisico en verdienen aan commissies en vergoedingen, waardoor ze meer op een dienstverlener lijken dan op een verzekeraar. Ik let op organische groei los van overnames, die in deze industrie heel veel voorkomen, op schuld na die overnames, op de premiecyclus, want hogere premies geven hogere commissies, en op het klantbehoud.
Investment Managers
Vermogensbeheerders. Op 13 september 2026 stonden in TradingView onder deze industrie ook Morgan Stanley, UBS en Northern Trust, dus niet alleen zuivere vermogensbeheerders. Het parametermodel is beheerd vermogen maal beheervergoeding, en omdat het vermogen meebeweegt met de beurs, is de winst gevoeliger voor koersen dan het lijkt. Ik let op instroom en uitstroom van klantgeld, op de druk van goedkope indexfondsen op de vergoedingen, op prestatievergoedingen die van jaar tot jaar schommelen, en op afhankelijkheid van een paar beheerders of fondsen.
Investment Banks/Brokers
Zakenbanken en brokers. De omzet komt uit advies bij fusies en beursgangen, uit handel, en bij online brokers uit rente op klantgeld en transactiekosten. Het is een cyclische industrie waarin beloningen een groot deel van de omzet opslokken. Ik let op de afhankelijkheid van rente op klantgeld, op handelsvolumes, op de verhouding tussen stabiele en schommelende inkomsten, en op toezicht en boetes.
Financial Conglomerates
Financiële holdings met veel verschillende onderdelen. In het Amerikaanse overzicht van TradingView stonden hier op 13 september 2026 541 noteringen, veel meer dan de naam doet vermoeden; de categorie bevat ook veel beleggingsmaatschappijen en investeringsvehikels [te controleren: welke soorten noteringen hier precies onder vallen]. Ik kijk bij elk bedrijf wat het werkelijk bezit, en of de koers onder of boven de waarde van de onderdelen ligt.
Finance/Rental/Leasing
Consumentenkrediet, creditcards, leasemaatschappijen en verhuurbedrijven van bijvoorbeeld auto's of machines. Ze lenen geld om het uit te lenen of om bezittingen te verhuren, dus hun winst hangt af van de rente, de kredietkwaliteit en de restwaarde van wat ze verhuren. Ik let op kredietverliezen en achterstanden, op de financieringskosten, op de restwaarde van auto's en machines aan het einde van een contract, en op regels die consumentenkrediet begrenzen. Ook grote betaalnetwerken zoals Visa staan in deze categorie, en die hebben een heel ander, veel minder risicovol verdienmodel.
Real Estate Development
Vastgoedontwikkelaars die bouwen om te verkopen of te verhuren. De winst komt in pieken bij oplevering en verkoop, en veel waarde zit in grondposities. Ik let op de voorverkoop van projecten, op schuld en financiering tijdens de bouw, op de waardering van grond, en op de rente en de vraag naar woningen of kantoren.
Real Estate Investment Trusts
Vastgoedfondsen met een speciale fiscale status, die het grootste deel van hun winst moeten uitkeren. Omdat afschrijvingen op vastgoed de winst drukken, kijk ik naar de kasstroom uit bedrijfsactiviteiten, vaak funds from operations genoemd, en naar de waarde van het vastgoed min de schuld. Ik let op de bezetting, op de looptijd van huurcontracten, op de verhouding tussen schuld en vastgoedwaarde, op de rente en de looptijd van de leningen, en op het soort vastgoed, want datacenters, winkels, kantoren en woningen hebben elk hun eigen cyclus.
Verder lezen
Sectoren en industrieën · Miscellaneous · Screeners, drie landenlijsten · Screeners, bedrijven die een ander model vragen
Bijgewerkt: 13 september 2026. Auteur: Kees van Wanrooij, Belegger Kees. Status: Openbare werkversie; ik verbeter deze methode door haar te gebruiken en helder uit te leggen.